HOOFDSTUK V

DE VERBOUWING

24 augustus 1965 - 6 mei 1967

De lichtbak met de woorden ‘Hobby Club’ geeft de toegang naast de gymnastiekzaal van de school aan. Via een gangetje komen we op de binnenplaats, waar fietsenrekken zijn. Als we de lange ijzeren trap opgelopen zijn, komen we bij de eigenlijke ingang. Hier hangen mededelingenborden met nieuws van bestuur en afdelingen. Het grote bord met namen laat zien wie aanwezig zijn. Ieder die hier komt ontsteekt door middel van een schakelaar een lampje achter zijn naam. Het bord is dus tevens ledenlijst. Voor bezoekers zijn ook een aantal lampjes. Het bord kan nog uitgebreid worden met bij iedere naam een rood lampje, waardoor het tevens dienst kan doen als oproepsysteem. Dit bord is in de bestuurskamer en op nog een paar plaatsen herhaald.

Tegenover de ingang stuiten we eerst op de afdeling Scheikunde, een in zichzelf besloten gemetselde ruimte; we lopen over de U-vormige zolder links door de gang, langs de hermetisch afgesloten gemetselde ruimte van afdeling Fotografie, die bestaat uit een doka, met daarnaast een lichtsluis en een ontwikkelcabine:

Dankzij de lichtsluis kan er geen licht in de donkere kamer komen als we naar binnen gaan. [...] In de doka zijn verschillende vergrotingsapparaten voor kleinbeeld, 6 x 6 en 6 x 9 opgesteld. Er zijn afdrukkastjes en bakken voor ontwikkelaar en fixeer. De afdeling Radio heeft een elektronische tijdschakelaar gemaakt om zeer nauwkeurig de juiste belichtingstijd voor afdrukken en vergroten te kunnen instellen. Voor het ontwikkelen van films is een speciale cabine, omdat de films in complete duisternis in de ontwikkeltank gestopt moeten worden. De afdeling scheikunde zorgt voor de benodigde chemicaliën.

De volgende ruimte is van de afdeling Radio. Er kunnen hier ongeveer twintig leden tegelijkertijd werken aan allerlei elektronische apparaten, die in de meetstudio getest kunnen worden. [...] Aan de andere kant van het pad naar de toneelzaal ligt op dezelfde diepte de geluidsstudio. Hierin is ook de toekomstige zelf te maken elektronische Hobby Club Huistelefooncentrale geprojecteerd. Hier wordt voor muziek en omroep gezorgd en worden bandopnames gemaakt. Ook is de ruimte bestemd voor de stem van Hobby Club Dordrecht in de ether. Wij hopen een vergunning te krijgen om hier permanent een zender te mogen hebben, die bediend zal worden door de Hobby Club leden met een zendmachtiging.

Inmiddels zijn we aangekomen in de toneelzaal, in de linkervleugel van de zolder, waar zich ook Artistieke Hobby’s en de Bar bevinden. ‘Er wordt getekend, geschilderd  en geboetseerd en de afdeling “bar” zorgt ondertussen voor de dorstige en soms ook hongerige leden. Ook worden hier onder meer onderdelen voor het landschap van de modelspoorbaan gemaakt. In deze afdeling zijn steeds de meeste meisjesleden.’

Groep X is gepland naast de jongenskleedkamer naast het toneel, en de afdeling Astronomie heeft zijn Hobby Club Sterrenwacht in de nok van de zolder bij de ingang.

We bezoeken nu de rechtervleugel van de zolder, die dichter bij de ingang is gelegen. Hier is Modelbouw gevestigd en staat de modelspoorbaan van vier bij zes meter opgesteld, die Bas Verhey in de jaren vijftig eigenhandig heeft opgebouwd uit allerlei soorten materiaal:

Dit is een project dat nooit helemaal klaar zal zijn omdat er steeds weer verbeteringen aangebracht kunnen worden en het een voortdurend onderhoud vereist en het aardige is ook dat practisch alle hobbies er op de een of andere wijze wel in tot hun recht komen.

De geciteerde passages zijn geschreven door Gijs van Aardenne en geven een beeld van zijn visie op de HC-zolder in zijn definitieve vormgeving. De door hem geschetste indeling werd inderdaad aangehouden, de meeste ruimtes zijn er gekomen, en ook heeft de grote modelspoorbaan van Bas Verhey haar plaats gekregen in de rechtervleugel, maar de Hobby Club Sterrenwacht is er niet gekomen, terwijl de elitaire Groep X op de nieuwe zolder een zachte dood stierf. Ook zijn sommige fijnere details nooit verwezenlijkt. Het Big Brother-achtige grote bord met namen bij de ingang is fantasie gebleven en evenmin heeft er ooit op de nieuwe zolder een HC-zender gefunctioneerd.

Het plaatsen van de stalen buitentrap.
 

Er werd wel flink aangepakt om de ruimte functioneel te maken. Om de Hobby Club van een eigen ingang te voorzien, werd er aan de zijkant van de school in de blinde muur een gat gehakt voor een dubbele toegangsdeur. De firma Van Twist plaatste een door Penn & Bauduin gemaakte en door HC’ers beschilderde grote stalen trap, die in twee delen moest worden gemonteerd. De firma Van Dijk & Co. plaatste een betonnen muur naast de trap, met daarin een toegangshek.

Je moest heel voorzichtig lopen, over balkjes, want een vloer lag er niet.

De nieuwe hobbyzolder kon betreden worden. Dat wil zeggen… Je moest heel voorzichtig lopen, over balkjes, want een vloer lag er niet. Je mocht niet tussen de balkjes stappen, want dan duvelde je de school in, zo werd gezegd. Op 24 augustus 1965 arriveerden de eerste balken, die als een rooster over de bestaande balkenlaag gelegd moesten worden. De hoogtes van de oude balkenlaag werden opgemeten. ‘Het is een enorm geduldwerk om de kijker zuiver waterpas te krijgen. Ook het volkomen vertikaal houden van de balk met cijfers is lastig.’ Na het aanbrengen van een gelijkmatige balkenlaag kon de vloer worden gelegd, we schrijven 1 november 1965: ‘2 uur Auto met Planken. Half 3. Auto is weg zonder planken. Half 4. Auto met planken. Kwart voor 4. Auto weg zonder planken. Zeer hard gesjouwd en gewerkt.’ (Anton van der Laan). De eerste maanden werd er onder leiding van Jaap Timmermans en Dick Walvis bijzonder hard gewerkt. ‘Door een kleine, maar enthousiaste groep leden’, zoals dat heet.

Gijs doet zeer veel voor de financiële kant van de zaak. Op 24 september 1965 was er al een stichting in het leven geroepen, de Stichting tot Bevordering van het werk van Hobby Club Dordrecht (SBHCD). Voorzitter is de heer J. Dortwegt, vader van de overleden Jaap Dortwegt en bedrijfsleider bij Van Dijk & Co., secretaris is Gijs: Gijsbert Willem Vredenrijk van Aardenne, penningmeester de heer Jhr. Mr. W.H. de Savornin Lohman van Slavenburgs Bank. Overige leden: de heer D.M. Beels, adjunct-secretaris van de Kamer van Koophandel; de heer A. Brasser, directeur van Fokker; de heer E. de Bruin, raadslid van de Partij van de Arbeid; de heer Ir. R.A. Jas, voorzitter van de Kamer van Koophandel en directeur van een meterfabriek; de heren J. Kamberg en J.W. Walvis, ouders van leden. Deze stichting, bestaande uit meerderjarigen, kan rechtspersoonlijkheid verkrijgen, welke mogelijkheid voor de HCD, met een bestuur van minderjarigen, niet is weggelegd. Vooral voor de behartiging van subsidies en grote bedragen is de stichting van belang. Gijs weet daarenboven bij allerlei bedrijven forse kortingen te bedingen. Maar ook ten aanzien van de contributie geldt: iedere gulden is er één. Tweede penningmeester Wijnand Camerling port de leden aan hun achterstallige contributie te betalen door de wanbetalers te schandvlekken, als leden van een ‘Zwarte Lijst’ die hij duidelijk zichtbaar ophangt, maar hij moet tot zijn verwondering constateren dat deze actie niet veel effect heeft. Dan gooit hij het over een andere boeg: wie een aantal maanden vooruit betaalt, diens naam zal prijken op een ‘Gouden Lijst’. Dan stromen de gelden binnen, want velen willen persé op die Gouden Lijst komen. De Hobby Club: niet alleen goed voor de nodige verdieping op het gebied van je hobby’s, je kunt er ook het een en ander opsteken qua mensenkennis, communicatieleer, reclame en statistieken, je doet er vergadertechnieken op, je leert er bouwen en verbouwen.

De verbouwing kwam onder toezicht te staan van Simon van Wingerden van de dienst Openbare Werken en Volkshuisvesting van de gemeente Dordrecht. In het begin van de bouw werd gebruik gemaakt van een elektrische noodinstallatie, met losse snoeren, stekkers en dubbelstekkers. Toen de dienst Openbare Werken daar in juni 1966 lucht van kreeg, kwam er een brief-op-poten van de adjunct-directeur, de heer J.D. Vlug. De werkzaamheden konden geen voortgang vinden als nog langer gebruik werd gemaakt van deze brandgevaarlijke installatie. In juli stond het GEB, door tussenkomst van de SBHCD, ‘bij wijze van uitzondering’ toe, dat de vaste elektrische installatie, waarvan vooraf een tekening was voorgelegd, zou worden uitgevoerd door leden van de HCD, onder toezicht van de heer R. Renier van de firma Verkerk en het oud-HC-lid de heer Ir. P.J. de Waard. 

Vanavond is het verschrikkelijk weer geweest. Vrij snel verscheen een inktzwarte wolkenformatie, die niet veel goeds bracht. Al gauw begon het te onweren. Maar de Hobby Club leden werden zo geboeid door de grootse vonken, dat we op het laatst allemaal bij de deur stonden en geen ‘bliksem’ meer uitvoerden.

Deze ontboezeming is van de hand van Wijnand Camerling. De lucht betrok, het werd steeds moeilijker leden te motiveren voor het nodige sjouwwerk. Op 21 mei 1966 was het bestuur uitgebreid tot negen man: een primeur in de geschiedenis van de Hobby Club. Er was een bouwcommissie ingesteld, bestaande uit: Maarten van IJk, Jaap Timmermans, Daan Tits, Hans van de Wiel en Ries Versluis. Na enige maanden ging er een heel boze brief de deur uit. De leden lieten het er lelijk bij zitten:

Naar aanleiding van de moeilijkheden die zich op het ogenblik in de Hobby Club voordoen sturen we je deze brief. We moeten er eens duchtig over praten. De situatie zoals deze op het ogenblik is, is bepaald niet bevredigend. Er wordt vrijwel niet gewerkt, in vier maanden is er hoegenaamd niets uitgevoerd en de moeilijkheden met diverse instanties wijzen er op dat het zo niet langer voort kan gaan.
Het grootste deel van de opkomst van dit moment komt alleen en uitsluitend voor de gezelligheid en doet niets om de Hobby Club verder te brengen. In dit verband moet ook de komst van vele meisjes gezien worden, de weinige goeden niet te na gesproken. Deze meisjes voelen de Hobby Club gedachte niet aan, en het gebeurt maar al te vaak, dat door hun komst de sfeer verslechtert. De jongens worden van hun werk gehouden en de weinige die nog willen werken hebben er dan ook geen zin meer in.

De brief roept de leden op voor een ‘discussie-avond’ op 10 september 1966. De brief eindigt aldus: ‘We zijn benieuwd hoeveel leden zaterdag 10 september durven komen.’

Geschrokken verschijnen vele leden op de discussieavond, die bijzonder goed slaagt. Lies Wiessner had een brief geschreven waarin ze wees op het gebrek aan leiding op de avonden. Afgesproken wordt, dat voor iedere werkavond iemand de verantwoordelijkheid zou dragen. Op een tweede discussieavond, op 8 oktober 1966, wordt er gediscussieerd in groepjes van acht, met een discussieleider, waarin leden voorstellen naar voren kunnen brengen voor de toekomst van de Hobby Club. De HCD betaalt haar tol aan een democratischer wordende cultuur, waarin de woorden ‘inspraak’ en ‘medezeggenschap’ niet van de lucht zijn. De plannen worden nader uitgewerkt.

Een paar maanden gaat het goed. Er wordt heel wat afgetimmerd op het zolderoppervlak, dat 700 m2 bedraagt. Muurtjes worden gemetseld, voor het Scheikunde laboratorium, voor de geluiddichte studio’s. Het muurtje voor de lichtdichte Doka blijft wekenlang onafgemaakt; dan gaan Daan Tits en Maarten van IJk er op een avond flink tegenaan, zij metselen tot diep in de nacht door, en het muurtje reikt tot het plafond. Een toneelpodium wordt getimmerd. Er worden heel wat ‘draden getrokken’ voor de elektriciteitsvoorziening. In de bestuurskamer bevindt zich een knoppenbord met 24 elektriciteitsgroepen en eronder één hoofdschakelaar.

In 1966 verschenen er twee nummers van de Hobby Puk, waarin onder meer artikelen werden gepubliceerd over radiografische besturing van modellen (door Ger de Pee), over de nieuwe afdelingen Astrononomie (Wim Boer), Biologie (Kees Aaldijk) en Toneel (John Hagen), alsmede studierubrieken over transistoren (Arend Kastelein), dieren (Miel Ooyen), astronomie (Wim Wiessner), fotografie (Rob Ruurs), scheikunde (Dick van der Knaap) en UFO’s (Kees Aaldijk). Dit aanbod laat zien dat ook andere dan de traditionele hobby’s aandacht wisten te trekken. De afdeling Astronomie kreeg de beschikking over een 15 cm. spiegelreflectortelescoop van de ter ziele gegane Hobby Club Almelo, die volgens Wim Boer de zonsverduistering van 20 mei tot ‘een groot succes’ maakte. Al in januari 1965 was er een toneelafdeling opgericht, met de weidse naam ‘Toneel, Film en Revue’. De grote fantast John Hagen was zelf een revue artiest in optima forma, maar verder dan zijn individuele capriolen kwam de afdeling niet. Het door HC’ers getimmerde toneelpodium op de nieuwe zolder nodigde uit tot meer activiteit op dit gebied. In september 1966 richtten Bram van der Kade en Steven Stehouwer de afdeling opnieuw op en begonnen met het instuderen van de komedie ‘Pimmetje’, maar ook hun aspiraties bleven beperkt tot een reeks theatrale schijnbewegingen. Van een opgerichte afdeling Motoren werd weinig vernomen. Kees Aaldijk gaf in oktober 1966 de stoot tot de oprichting van een afdeling Biologie, maar deze kwam evenmin van de grond. Wel leidde zijn contact met de eveneens uit jongeren bestaande UFO-groep Puttershoek tot een kennismakingsbezoek aan de HCD, in oktober 1966, en tot een lezing in de toneelzaal op 4 februari 1967. Verder werden er in 1966 ook drie filmavonden gehouden; op 22 oktober werd de door Rob Ruurs gemonteerde Hobby Club film in de volledige versie vertoond.

Krantenslag spel.

Voor het eerst in de HC-geschiedenis werden er in één jaar drie kampen georganiseerd, het pinksterkamp als vanouds in De Wildert, maar het zomer- en herfstkamp in Maarn, rond en in een kapitale leegstaande villa van de familie Van Aardenne gelegen aan de rand van een bosachtig terrein.

Om zich te wassen moesten de HC’ers eerst een korte boswandeling maken tot voorbij de woning van de tuinman die tevens het beheer voerde over het landgoed. Achterin de tuin konden de leden hun toilet maken bij de pomp. Niet tussen zeven en half acht, want dan liep Cora rond, de gevaarlijke bloedhond des tuinmans! Tijdens het zomerkamp viel de regen met bakken uit de hemel, zodat de kampeerders midden in de week, op woensdag, hun intrek namen in de villa. De dag erna werd er opgebroken, met achterlating van een briefje voor Gijs en Anke – geschreven door Kees Ruurs: ‘We moesten helaas weg voor de regen, niemand heeft meer droge kleren, 7 van de 9 tenten lekken of zijn volgelopen, dus er was niets meer aan te doen. Het KNMI hebben we opgebeld en gehoord dat het tot het weekend niet zal opklaren. M’n vader komt ons halen met de jeep en aanhangwagen, dus het gaat wel.’ In de herfst namen de 25 deelnemers meteen hun intrek in het huis. De kosten waren uiterst laag gehouden: fl7,50 per lid. De deelnemers moesten zelf hout hakken voor de kachel.

Berucht werd het Kerstbal, of liever de aanloop daartoe. In een hippe brief, vol ludieke tekeningen, presenteerde zich de feestcommissie, bestaande uit Dick Roukema en Anton van der Laan: 

De H.C. bestaat, zoals jullie wel weten, voor het merendeel uit jongens. Wat echter is een Feest zonder meisjes? Breng dus allen een introducée mee!!! Hopelijk komt er begin volgend jaar een:

Super-Straal-Blitz-Boem Beng-Beat-Feest.

Dan komen er 6 jongens uit Den Haag een stukje R[h]ythm and Blues ten beste geven. [...]

Om 8 uur moet het feest in volle gang zijn, want zo gauw de zaal vol is sluiten wij de deuren en komt er niemand meer in.

De regie is in betrouwbare handen (die van ons).

Besjoer

Een feest? Op de Hobby Club? Dat loog er niet om, dat was weer iets anders dan een educatieve filmavond. Dat er begin jaren zestig ‘contactavonden’ waren geweest en zelfs af en toe op de Hobby Club was gedanst, was een geheim van het archief. De Hobby Club ideologie had zich vanaf 1963 volledig hersteld. Zo was Margreet de Waard in De Dordtenaar van 10 mei 1966 geciteerd met de verklaring: ‘Danstypes kom je hier helemaal niet tegen. Die passen niet in de sfeer.’ Getuige de notulen van een bestuursvergadering over de gerezen kwestie bleek er een verbod van de gemeente te bestaan om op de Hobby Club te dansen. Vrijwel niemand was hiervan op de hoogte. ‘De feestcommissie vond dat ze de verantwoordelijkheid niet op zich kon nemen. Ze was van mening dat ten gevolge van de veranderde mentaliteit niet vastgehouden kon worden aan de oude H.C.principes. Om de hobby club aantrekkelijk te maken voor de tegenwoordige jeugd is het noodzakelijk enkele dansavonden te organiseren. Als de gemeenteraad dit niet ziet, moeten we het haar maar duidelijk maken. Enkele bestuursleden waren het hier volkomen mee eens.’ Ten slotte werd een compromis bereikt: op de feestavond zouden ook dia’s vertoond worden. De nog niet verzonden hippe uitnodiging werd vervangen door een soberder brief.

In 1966 en 1967 waren er ook enkele perkara’s rond meisjesleden. Enkele jaren voor de invoering van de anticonceptiemiddelen werd er aan dergelijke kwesties zwaar getild. Tijdens kampen werd er op toegezien, dat jongens niet bij meisjes in de tent kropen en op de Hobby Club zelf werd minnekozen niet geduld. Maar niemand kon verhinderen dat jongens en meisjes van de Hobby Club op elkaar verliefd werden en buiten clubtijden die verliefdheid naar hartenlust tot een hoogtepunt voerden. Maar indien deze verhoudingen schadelijke gevolgen hadden voor de sfeer op de club, werd er resoluut opgetreden. Zo werd een meisjeslid, dat het had uitgemaakt met een van de bestuursleden en op de hobbyzolder giechelend de ontvangen liefdesbrieven had laten lezen aan andere leden, zonder pardon geroyeerd. Een ander meisjeslid, op wie vele jongens afvlogen, meende dat haar reputatie was geschaad door de verhalen die over haar de ronde deden en meldde zichzelf af als lid.  

Op de ledenvergadering van 14 januari 1967 verliet Jaap Timmermans het bestuur. Hij was bijna 24 en achtte de tijd gekomen om plaats te maken voor een nieuwe generatie. Hij kreeg een zilveren H’tje opgespeld als dank voor zijn zeer gedegen penningenbeheer en voor zijn onophoudelijk werken aan het gebouw. Een typerend moment uit de vergadering: Wijnand Camerling stelt dat de Hobby Club gedachte verouderd is. Maar Kees Ruurs bezweert dit knagen aan de fundamenten van het clubbestaan door te zeggen dat de Hobby Club gedachte niet veranderd moet worden; men moet hem, aldus Kees, alleen anders interpreteren.

Inmiddels schiet het werk niet erg op. Er was rekening gehouden met een officiële opening van de zolder in februari, ter gelegenheid van het 17-jarig bestaan van de club, maar dat kunnen we wel vergeten. In het bestuur wordt ernstig gepraat over de taakverdeling. Maarten meent dat het verderfelijke ‘afschuifsysteem’ moet verdwijnen. Kees Aaldijk zou later over deze periode schrijven: ‘de sfeer op de H.C. was wel enigszins gewijzigd en hield nu het midden tussen die van een sociëteit en een aannemersbedrijf.’ (Hobby Puk, zomer 1967, p. 11). Weer zijn er maatregelen nodig. Na een vergadering van het bestuur met Gijs, op 3 april 1967, wordt besloten één lid te royeren en aan een aantal andere leden te vragen hun houding te veranderen en hun gedrag aan te passen. April 1967 wordt een van de actiefste maanden uit het bestaan van de Hobby Club. Er zit een stok achter de deur: op 6 mei zal het gebouw officieel worden geopend door de burgemeester. Vele stenen gaan nog naar boven, via doorgeefrijen. Hele nachten wordt er doorgewerkt, overdag worden er lesuren aan opgeofferd, er heerst één grote bedrijvigheid. Een karakteristiek geluid is het gepiep van het karretje waarmee Hans van de Wiel stenen vervoert. Het licht wordt aangesloten, de wanden geschilderd, de bar in orde gebracht, het puin geruimd. Gelukkig gebeuren er geen ongelukken. Wel hangt Maarten van IJk boven de afgrond gaten te boren voor de elektriciteitskabel buiten, en veegt een niets vermoedende Wim Boer het platje schoon, het stof in Maartens gezicht, wel sneuvelen er een paar TL’s, wel kost het velen hun nachtrust, maar het gebouw komt klaar. Net op tijd! We kunnen de burgemeester met een gerust hart ontvangen.