Geschiedenis

Kees Snoek heeft in een achttal hoofdstukken, met bijlagen, proloog en epiloog, de geschiedenis van de Hobby Club Dordrecht beschreven.
Samen met de bronvermeldingen geeft dit document niet alleen de opkomst, de bloei en de teloorgang van de Hobby Club weer, maar ook de veranderende tijdgeest, die daaraan mede ten grondslag lag.
Zie het menu links hiernaast. Dit boek is ook te downloaden als PDF en als EPUB bestand voor de e-reader. Let op: Internet Explorer hernoemt soms het .epub bestand naar .zip, even terugveranderen dus!
Veel leesplezier gewenst!

Een beknopt overzicht van het fenomeen Hobby Club:

Feiten en gebeurtenissen uit de werkelijkheid zijn materiaal voor de romanschrijver. Hij of zij heeft de vrijheid om zijn materiaal te interpreteren en manipuleren, om er naar eigen inzicht een verhaal van te maken, met andere woorden om zijn materiaal te fictionaliseren. Zeldzamer is het omgekeerde: een schrijver die in zijn boeken een fantasie schetst, en vervolgens wordt de in die boeken geschetste fantasie omgezet in werkelijkheid.

Dit gebeurde niettemin met het droombeeld van de jonge Leonard de Vries, die in 1942 – hij was 22 jaar oud en joods – besloot onder te duiken. Hij had geluk: hij kon zijn hele onderduikperiode doorbrengen in een afgelegen landhuis in Brabant. Het was daar dat hij begon te fantaseren over de nieuwe wereld die na de oorlog zou worden opgebouwd, een wereld waarin jongeren de hoop vertegenwoordigden op een betere toekomst. En zo verzon Leonard de Vries de Hobby Club: een vereniging waarin jongens en meisjes tussen de 13 en 21 jaar tezamen hun verschillende hobby’s beoefenden. Iedereen was welkom in deze club, ongeacht gezindte of sociale achtergrond, en de jongeren deden alles in grote eendracht en samenwerking, volgens democratische principes en zonder bemoeienis van volwassenen. Zij kozen hun eigen bestuur; de afdelingen van de diverse hobby’s kregen instructeurs uit eigen gelederen en er was ook een geheimzinnige denktank van iets oudere leden die de naam Groep X droeg.

In november 1947 verscheen bij De Bezige Bij, een coöperatieve uitgeverij die was voortgekomen uit de ondergrondse beweging, De Vries’ roman De jongens van de Hobby Club. Deze roman zou nog door drie andere ‘avontuurlijke en technische romans voor jonge mensen’ worden gevolgd. Het idee van zo’n jeugdvereniging bleek aan te slaan. In een Nederland dat nog overal de sporen van de oorlog vertoonde was er nauwelijks vertier voor jongeren. In sommige steden gingen jongens en meisjes op zoek naar clubruimte, meestal een zolder, om daar een eigen wereld te creëren. Als die clubruimte eenmaal was gevonden, bootsten zij nauwgezet het model na dat Leonard de Vries had geschetst. Zij beoefenden hun hobby’s – radio en elektronica, modelbouw en houtbewerking, scheikunde, fotografie, artistieke hobby’s, toneel – en zo goed en kwaad als het ging gaven zij leiding aan hun vereniging. Voor advies wendden zij zich tot de geestelijke vader van hun Hobby Club, maar ook stuurden zij hem enthousiaste verslagen van hun activiteiten. De HC moest geen eliteclub worden; de contributie werd dan ook bewust laag gehouden. Leonard de Vries werd niet moe te verklaren dat je met zijn allen door ‘hutje bij mutje’ te leggen toch heel veel kon bereiken. Samenwerking was het toverwoord!

Uitgeverij De Bezige Bij sprong in op het oplaaiende enthousiasme: in augustus 1949 kwam op de tentoonstelling ‘Jeugd van Nederland’ in het RAI-gebouw in Amsterdam het eerste nummer uit van Hobby Club. Technisch en populair-wetenschappelijk maandblad voor jong en oud. In dit blad zou elke maand een lijst worden gepubliceerd van de bestaande Hobby Clubs met contactgegevens. Twee maanden later waren er al 17 Hobby Clubs opgericht, een jaar later telde Nederland maar liefst 70 Hobby Clubs. Het bedrijfsleven was geïnteresseerd in het fenomeen Hobby Club en zijn potentieel voor de nabije toekomst. Een bedrijf als Philips ontving Hobby Clubs uit het hele land en verzorgde rondleidingen. Prof. dr. ing. N.A. Halbertsma, verlichtingsexpert van Philips, werd voorzitter van een Stichting tot bevordering van het Hobby Club werk, die op instigatie van Leonard de Vries in 1952 werd opgericht. Deze SBHC werd financieel gesteund door een aantal bedrijven, terwijl het bestuur werd gevormd door vooraanstaande mensen uit het bedrijfsleven.
Op 15 april 1950 was er al een Bond van Nederlandse Hobby Clubs (NBHC) tot stand gekomen, waar alle bestaande Hobby Clubs zich bij aansloten. Elk jaar organiseerde deze bond, waarvan de bestuursleden democratisch verkozen werden, een Paascongres, tot stimulans van de Hobby Clubs en hun jeugdige leden.

Enkele goed draaiende Hobby Clubs in die pioniersjaren waren Hobby Club Den Haag, Hobby Club Haarlem, Hobby Club Zeist, Hobby Club Groningen en Hobby Club Dordrecht. Maar al in de eerste helft van de jaren vijftig kwam er bij vele Hobby Clubs de klad in. Een later opgerichte, succesvolle HC was Hobby Club Almelo, die tot in het begin van de jaren zestig is blijven bestaan. De meeste HC’s gingen echter in de loop van de jaren vijftig ten onder aan het verlies van hun clubruimte, afnemend enthousiasme, al te snel wisselende besturen en vooral ook aan de grotere welvaart en alternatieve vormen van vermaak voor jongeren.

Ook de in 1950 opgerichte Hobby Club Dordrecht (HCD) ging in 1962 bijna ter ziele, maar dankzij de inzet van enkele leden en oud-leden raakte deze HC in 1963 toch tot nieuwe bloei. In 1964 maakten de leden van de HCD ook een Hobby Club film zoals dat in De jongens van de Hobby Club beschreven staat. De HCD kreeg met enige regelmaat bijdragen van de gemeente en industrie. In 1965-1966 werd de HCD overheerst door een andere activiteit, namelijk de verbouwing van een nieuwe, grote zolder, boven een school op het Oranje Vrijstaatplein. Immers, het pakhuis op de zolder waarvan de HCD sinds 1 oktober 1953 zijn onderkomen had gehad zou wegens de sanering van de binnenstad worden afgebroken. Op 6 mei 1967 werd de nieuwe zolder officieel geopend en daarna begon een korte nieuwe bloeiperiode die enkele jaren aanhield. Aan het begin van de jaren zeventig kreeg ook in de Hobby Club Dordrecht de malaise de overhand. De HCD wist zijn bestaan nog tot 20 januari 1974 te rekken, mede dankzij onder meer een goed draaiende toneelafdeling, die na de opheffing zelfstandig verder ging.