Hobby Puk, 14e jaargang, no 3

OFFICIEEL ORGAAN VAN HOBBY CLUB DORDRECHT.

14e jaargang, nummer 3………………………. september 1971.

Adres H.C.D.: Chr. de Wetstraat 21, Dordrecht.
Openingstijden: wo 19-22; za 14-17½ en 19-22½.
Gironummer: 601060 t.n.v. de penningmeester van de Hobby Club Dordrecht.
Redactie: Anja Boogaard, Tom Dogterom, Kees Snoek.

Inhoud
Van de redactie
Van het bestuur
Programma en mededelingen
Typo-picture
Bijwerking ledenlijst
Algemene biologie
De Jonge Onderzoekers
Afscheid van HC-leden
Hobby Kolder
Kampverslag
Kampfoto's
Kampgedichten
Verdovende middelen
Alarmsysteem
Woordontwaarding
Glas
HCKalender
Sportpag.
P.P.P.

 

Copy: Wim Barto, Bram Bogaard, Fred Damler, Tom Dogterom, Dele Najava, Kees Snoek, Frits van Vugt.
Tekeningen: Rieke v.d, Stoep, Wim Dolk, Wim Boer.
Foto's: Anja Boogaard, Frank Noordzij, Dick den Otter.
Typo-picture: Jan H. Kraal.

Voor u ligt alweer Hobby Puk nummer 3 van dit jaar, en wat 1971 betreft ook de laatste. Helaas moeten we wachten tot jan. 1972 voor een nieuwe Hobby Puk kan uitkomen, daar we voor nog een editie een te groot bedrag zouden moeten uittrekken op de begroting. Want alleen al het papier van dit nummer kost ± f 55,-. Daarbij kunnen we optellen kosten voor stencilinkt, stencils en verzending naar de plaatsen buiten Dordt en dat tezamen geeft een aardig sommetje. Tegenover het feit, dat voor 1971 de kous af is voor de Hobby Puks, proberen wij een zo gevarieerd mogelijke inhoud te stellen: u zult artikeltjes aantreffen over biologie, de jonge onderzoekers, verdovende middelen, etc., verder wat HC.-informatie, 4 pagina's zomerkampimpressies met foto's (we hopen dat deze een beetje in de smaak vallen, het is zeer moeilijk foto's te stencillen; we moeten dan ook teruggaan tot het voorjaarsnummer van 1968 om de laatste foto's te ontdekken), Hobby Kolder, Puks Peins Pagina (met weer een prijs voor de gelukkige winnaar), nieuw: een sportpagina en: nieuwe tekeningen! Daar de tekeningen van Wim Dolk zo langzamerhand al overbekend zijn (behalve enkele die we vonden in een oude map en die in dit nummer ook zijn afgedrukt), hebben we beroep gedaan op Rieke v.d. Stoep haar krachten te beproeven en het ons inziens zeer geslaagde resultaat vindt u eveneens in deze editie; u zult Riekes tekeningen makkelijk kunnen herkennen aan de moderne snit van de figuurtjes die zeer wel past in een Hobby Puk anno 1971. Een ander nouveauté is de typo-picture van Jacob de Uil, die Jan Kraal heeft uitgedacht in zijn vrije uurtjes in dienst.
Ieder die deze verwezenlijking van de Hobby Puk heeft helpen tot stand brengen, zeggen we bijzonder hartelijk dank. Voor de volgende editie hopen we op een even gevarieerde inzending; dat zal vast en zeker bijdragen aan het feestelijk karakter dat die Hobby Puk zal dragen.
Waarom zo feestelijk? Wel, het geplande januarinummer van 1972 zal de dertigste Hobby Puk zijn in het bestaan van de H.C.D.; bovendien start dan de vijftiende jaargang, toch wel iets om trots op te zijn.
Veel genoegen met deze inhoud wenst u een alvast glunderende redactie.

Toen de Hobby Club werd opgericht, 21½ jaar geleden, was er een stel jongens, dat timmerde, aan radio's knutselde, aan modelbouw van schepen, vliegtuigen en treinen zijn tijd besteedde. Toendertijd waren Radio, Modelbouw en Hout- en Metaalbewerking dé afdelingen; later kwamen daarbij Fotografie en Scheikunde, die echter eerst een hele ontwikkeling moesten doormaken om volwassen te worden. Tijden veranderen en we zien nu, dat Radio en Modelbouw allang niet meer die faam bezitten, die zij vroeger genoten. Biologie blijkt anno 1971 een actuele afdeling te zijn; er wordt daar onderzoek verricht naar het altijd boeiende leven in de natuur, daarom zo waardevol, aangezien dit leven dagelijks wordt bedreigd. De Scheikunde is een wetenschap die de mens ten goede kan aanwenden, maar vooral ook ten kwade; vandaar, dat zij dagelijks ons aller aandacht trekt en ook op de H.C.D. blijft zij boeien (hier alles in het onschuldige). Fotografie is in tegenstelling tot vroeger, niet langer een afdeling voor vakantiekiekjes; ook aan andere, interessanter aspecten van het bestaan kan het zilverbromide goede diensten bewijzen: onlangs zag ik op de H.C. een foto van perzikpitten, die een totaal nieuwe indruk op mij maakte en het is moeilijk iets nieuws te scheppen in een wereld, waarin alles al gezegd en gedaan lijkt te zijn, maar door de nodige originaliteit en inspanning (vergeet dat vooral niet!) kan men zelf toch het nieuwe bereiken. Toneel heeft tot dusverre alleen conventionele, traditionele stukken opgevoerd, maar bij een aantal "experimenteerrepetities" is gebleken, dat deze afdeling tot heel andere dingen in staat is en hopelijk zullen deze dit jaar nog verwezenlijkt worden.

"Waar zijn de afdelingen van vroeger?", zult u vragen; welnu, Modelbouw schijnt niet meer aan te slaan; daar moeten we ons bij neerleggen op dit moment, ofschoon het niet onmogelijk is, dat er eens iemand komt, die zegt, dat met deze afdeling meer bereikt kan worden dan we voor mogelijk hielden. Radio behoort niet meer de afdeling te zijn van de radiootjes en de kristalontvangertjes; het pas ontworpen en gebouwde alarmsysteem toont aan, dat ook iets anders mogelijk is. Het grootste bezwaar: deze mogelijkheden liggen niet binnen handbereik; een grote, praktische en theoretische kennis is eerst vereist. Misschien kan de VERON, een radiovereniging, die van onze lokaliteiten gebruik gaat maken, ons ook nieuwe wegen duiden.
En dan, laten we Artistieke Hobbies niet vergeten; ach ja, het zorgenkindje. Wanneer een lid niet weet, wat hij/zij moet doen, gaat hij/zij naar A.H. Zo wordt deze afdeling een verzamelplaats voor leden die niet in de eerste plaats voor A.H. zijn gekomen. En dit gaat ten koste van de activiteiten daar. Hoewel er soms leuke resultaten worden bereikt, zou er nog veel meer kunnen op deze afdeling. Wie er moeite voor doet, bijvoorbeeld bij het emailleren om eerst het boekje daarover door te lezen, ziet, dat hij/zij veel beter en gevarieerder kan emailleren dan hij/zij altijd heeft gedaan. Dit geldt voor alle aspecten van A.H. Hopelijk zal deze verrijking van uw artistieke ervaringen niet al te ver meer van u verwijderd zijn.

Een artikeltje, zoals ik nu geschreven heb, was na de bouw in 1967 niet mogelijk. Alles moest toen nog op gang komen en vaak hebben we gewanhoopt aan het resultaat, tot zelfs korte tijd terug. Toch is er sprake van een geleidelijke groei naar een echte volwaardige Hobby Club. Maar ga nu niet trots op uw lauweren rusten, nu ik dit zo neerschrijf: er is sprake van een stijgende lijn, maar om die lijn niet te laten afbreken is het noodzakelijk het roer recht te houden en voort te stevenen en wanneer ook diegenen die zich nog hebben laten afschrikken door het eclatante en verkwikkende springtij (want die zijn er ook)hun grote teen willen bevochtigen en daarna de duik willen wagen, dan hebben we een goede tijd voor de boeg. Tot ziens in het diepe!

Kees Snoek, voorzitter.

Najaarspropramma:
OKTOBER: puzzlerit, georganiseerd door Wim Barto, Jaap v.d. Leer en Eric de Waal.
feest, discjockeys: Jan Kraal en Tom Dogterom.
herfstkamp, oktober in Rucphen. De kampraad: Wim Barto, Bram Bogaard, Anja Boogaard en Eva Hartog.
NOVEMBER: viering vijf-jarig bestaan afdeling toneel: opvoering experimenteel toneelstuk.
radiovossejacht
DECEMBER: filmavond.

Gevraagd op afdeling Biologie:
- iemand die een onderzoek wil doen naar de giftigheid van DDT op de meelworm (mede in relatie tot de levenscyclus)
- iemand die een vergelijkend onderzoek wil doen over de monddelen van verschillende insekten d.m.v. mikroskopische preparaten.
- iemand die een verzameling wil aanleggen van stuifmeelkorrels van vele planten.
- iemand die een onderzoek wil doen omtrent de eigenschappen van α -anylase (biochemisch onderzoekje).

inlichtingen bij Frits van Vugt.

GEBOREN
Op 5 augustus 1971 vatte Petra Elisabeth Jacomine v.d. Knaap de levensdraad op als dochter van Dick en Jenny v.d. Knaap en als zusje van Dicky. Onze beste wensen vergezellen haar in heden en toekomst.

GETROUWD
Op 9 september 1971 liepen Lies Wiessner en Edwin Schallig de treden van het stadhuis op. Beiden hebben zich zeer verdienstelijk gemaakt op de H.C.D.: Lies tijdens de bouw en later als vice-voorzitster, zij kreeg op 28 mei 1971 een zilveren H'tje als dank. Edwin trad op als instructeur van fotografie en algemeen adjunct. Beiden wensen we veel geluk toe!

Op 23 september 1971 waren Maarten van IJk en Lineke Wolkenfelt de gelukkigen. Samen hebben ze in het bestuur in 1966 en 1967 heel wat werk verricht, Maarten als vice-voorzitter en Lineke als alg. adjuncte. De H.C. wenst hun van harte proficiat!!

 

de volgende nieuwe leden:
1. Robert Brands, Dubbelsteynlaan 105, Dordrecht.
2. Jan Davids, Jan den Haenstraat 11, Dordrecht.
3. en 4. Erik en Maarten Derks, Burg. de Raadtsingel 43.
5. Chris Diemer, Singel 476, Dordrecht.
6. Eric van Dijl, Crayensteynstraat 59, Dordrecht.
7. Lex Dekker, Reeweg Oost 60, Dordrecht.
8. Jaap van Efferen, Jacob van Heemskerkstraat 10, Dordrecht.
9. Piet de Graaf, Heysterbachstraat 38, Dordrecht.
10. Harriët Hartog, Riouwstraat 10, Dordrecht;
11. Jan Jegen, Essenlaan 2, Dordrecht.
12. Henk W. Kley, Uranuslaan 14, Dordrecht.
13. Bert Klijn, Da Costastraat 29, Dordrecht.
14. Peter van Kerkhove, Troelstraweg 66, Dordrecht.
15. Leo Kooij, Hollanderstraat 35, Dordrecht.
16. Gerard 't Lam, Mariannestraat 45, Dordrecht.
17. Jaap Leguyt, Vijverweg 14, Dordrecht.
18. Eddy van Munster, Noordendijk 31, Dordrecht.
19. Jan Moerland, Frans Lebretlaan 82, Dordrecht.
20. René Mijdam, Stevensweg 17, Dordrecht.
21. Jan Olyrhook, Rijksstraatweg 245, Rijsoord.
22. Cecilia van Oppen, Soembastraat 66, Dordrecht.
23. Mary Peperkamp, Reeweg Oost 115, Dordrecht.
24. Eric Poll, Van Eesterensingel 33, Alblasserdam.
25. Kees Pullen, Transvaalstraat 13-14, Dordrecht.
26. Wim Rozendaal, Spechtstraat 29, Zwijndrecht.
27. Theo Schipper, Albardaplantsoen 19, Dordrecht.
28. Jan Tom, Vlietweg 51, Dordrecht.
29.en 30. Margot en Gerrit Timmerman, Meelbesstraat 13.
31. Frits van Vugt, Oberonlaan 12, Dordrecht.
32. Ed de Waard, Heysterbachstraat 17, Dordrecht.
33. Wout v.d. Weg, Gravensingel 105, Dordrecht.
(aanvulling ledenlijst januarinummer Hobby Puk 1971)

Margriet Bodbijl, Gradus Broer, Ronnie v.d. Berg, Wijnand Camerling, Petra Degenaar, Gerard Dijkers, Barry Driessen, Ruud de Koning, Cor v.d. Merwe, Ruud Ooyen, Matthijs Peetoom, Wineke Robinson, Kees Ruurs, Edwin Schallig, Marijke Schipper, Marionnel Schots, Hans Schreuder, Rob Seinen, Henk Smit, Joost Smits, Harry Speelman, Marianne Ströhmeyer, Wout Verveer, Ries Versluis, Diana de Wit, Lies Wiessner.

I. Organisatie van de levende materie.

De stoffelijke basis van de levende materie is in eerste instantie protoplasma. Voorlopig is het beter nog wat onnauwkeurig te zijn en niet te trachten "levend" te omschrijven. (met name in het geval van virussen zouden moeilijkheden ontstaan.) Protoplasma stellen we ons voor als een waterige geleiachtige substantie. De hoeveelheid protoplasma die een levend organisme samenstelt is opgedeeld in funktionele eenheden. Het totale protoplasma wordt dus verdeeld in kompartimenten. Deze kompartimentalisatie vindt plaats op een aantal niveaus. Ter illustratie bezien we een zoogdier: het dier kan uiteengesneden worden tot een hoeveelheid organen, zoals longen, nieren, lever, hersenen, spieren, etc. Deze organen kunnen elk weer uiteengenomen worden in onderdelen (weefsels); een nier bv. grofweg in kapsel, merg, bloedvaten, urinebuizen, zenuwen, etc. Elk van deze weefsels bestaat weer uit cellen.
De cel nu kan men opvatten als de kleinste funktionele eenheid van de levende materie; een cel kan niet in onderdelen uiteengenomen worden zó, dat de onderdelen nog autonoom "levend" kunnen zijn. (Deze laatste opmerkingen mogen niet te exact opgevat worden; vakmensen zullen zeggen, dat ik te veel generaliseer, maar het is mij om het denkpatroon te doen.)
Bekijken we een cel, dan zien we wederom onderdelen. In principe bestaat een cel uit een hoeveelheid protoplasma met een hoeveelheid kernmaterie. Het geheel is omgeven door een membraan en daardoor afgegrendeld van de omgeving. In het protoplasma kunnen velerlei strukturen ronddrijven.
Het is goed ons te realiseren, dat de cel niet bestaat. Want er zijn eindeloos veel soorten cellen; en al die soorten cellen zijn gespecialiseerd op een bepaalde funktie. Zo zijn er de lichamen van eencellige wezens; ze bestaan uit één cel, maar er zijn ontzettend veel eencelligen. Bij bakteriën ligt de situatie identiek. Dieren en planten bestaan uit zeer vele cellen, die onderverdeeld in groepen, elk een bepaalde speciale funktie vervullen in het dier of in de plant. Hieruit blijkt dus, dat er geen universeel beeld van de cel kan bestaan. Men kan nooit zeggen: de cel heeft trilharen, want er zijn vele cellen die ze bezitten, maar eveneens vele niet. En dit geldt voor eigenlijk elke eigenschap van levende cellen.
Voordat we op de levensverrichtingen van cellen ingaan, is het zinvol, de organisatie van cellen aan te tippen. Uiteraard zijn deze niet los van elkaar te zien, maar men moet ergens beginnen.
Vele cellen leven "alleen", autonoom. Bakteriën en eencelligen (protozoa) zijn hiervan voorbeelden. (enkele bakteriesoorten leven echter wel in kleine groepjes) Het pantoffeldiertje (Paramaecium), een protozo, beweegt zich volkomen op zichzelf voort door zijn milieu. Het klokdiertje (Vorticella), ook een protozo, kunnen we meestal aantreffen in kolonies van volledig gelijkaardige individuen. Het zonnediertje (volvox) bestaat uit een vrij groot aantal cellen, die met elkaar een bolvormig lichaam vormen; er is ook al verschil tussen de cellen aan de buitenzijde van het lichaam en die binnenin. De binnenste cellen kunnen zonder bezwaar alleen verder leven indien uit het lichaam verwijderd.
Sponzen zijn wezens met een vrij eenvoudige bouw; ze bestaan uit zeer vele cellen die nauw met elkaar verbonden zijn. Er zijn nog slechts enkele typen cellen te onderscheiden.
Zo zijn we dan aangeland bij de meercellige dieren. Overzien we globaal het gehele dierenrijk, dan kunnen we de diersoorten min of meer indelen naar toenemende komplexiteit van hun bouw. Ditzelfde geldt evenzeer in het plantenrijk. De komplexiteit uit zich in grotere verscheidenheid van organen en weefsels, maar ook in grotere verscheidenheid van typen cellen. Als voorbeelden, gerangschikt naar toenemende komplexiteit:

- eencelligen.
- sponzen
- platte wormen
- geleedpotigen (b.v. insekten)
- vissen
- zoogdieren

In de gedachtengang betreffende de toenemende komplexiteit ontmoeten we een uiterst belangrijk principe in de celleer (of cytologie, de wetenschap die het wel en wee van de cellen bestudeert). Dat principe is de differentiatie. Men zou het misschien kunnen noemen "specialisatie". Wanneer een cel gaat differentiëren, gaat hij zich richten op een bepaalde funktie. Sommige cellen in het lichaam van een zoogdier specialiseerden zich op de geleiding van prikkels; ze werden zenuwcellen; andere cellen richtten zich op de produktie van bepaalde stoffen, ze werden kliercellen; weer andere cellen ontwikkelden zich zó, dat ze zich konden samentrekken, ze werden spiercellen.
Differentiatie kent men nog alleen als begrip; de werkelijke achtergrond is nog lang niet duidelijk. Wanneer we over de nucleïnezuren (DNA, RNA) komen te spreken, kan de differentiatie nog iets vruchtbaarder worden besproken. Ook bij een benadering van het begrip kanker komt dit naar voren. Differentiatie kunnen we meestal waarnemen door de veranderde vorm van de cel. Differentiatie is onomkeerbaar; is en cel eenmaal een spiercel geworden, dan kan hij niet meer terug naar een primitiever stadium waaruit hij zich ontwikkelde.

Enkele vuistregels:
- cellen kunnen worden beschouwd als de bouwstenen van het levende organisme.
- een groep van gelijksoortige cellen (zowel naar vorm als naar funktie) noemen we een weefsel.
- een orgaan is een funktionele eenheid opgebouwd uit weefsels.
- een hoger organisme is in principe opgebouwd uit een aantal organen.

Aanbevolen literatuur:
- Kühn, A., Algemene Zoölogie, aulapocket 64.
- Afzelius, B., Biologie van de cel, aulapocket 267.
- Hoffman, J.G., Algemene Celleer, aulapocket 99.

Frits van Vugt.

Toen wij zondags, na even op het nieuwe Schiphol gekeken te hebben, de RAI in Amsterdam binnenenstapten, "viel" ons oog op een enorm rookkanon; de beloofde demonstratie bleef echter uit.
Verder was de z.g.n. Luikse bol erg aardig, het ding bestaat uit een aluminium bol, ingevet met vasaline. De bol wordt op een paal ergens neergezet en na verloop van tijd kan de vasaline gesmolten worden om de hoeveelheid stof te meten.
Een leuke proef voor biologie was de volgende: je neemt een reageerbuis met een bacteriën-kweek waardoor je via een porseleinen filter vervuilde lucht zuigt.
De invloed van de vervuilde lucht op de bacteriën is bij verschillende soorten anders, erg interessant om uit te zoeken welke beestjes ons zullen overleven met de toenemende luchtvervuiling.
Als laatste wil ik een apparaat om stroomlijn van bijv. auto's bekijken:
Je maakt van metaal een model, verder heb je een bak met een glazen bodem nodig waarover water stroomt, in dit water leg je het model en een paar kaliumpermanganaat kristallen.
Nu is precies waar te nemen waar het model weerstand opwekt. (zie tek.)

Fred Damler.

Mededeling afdeling chemie:
Zij die belangstelling hebber een cursus praktische scheikunde te volgen, kunnen zich opgeven bij E.v.Dijl en F.Damler. Praktische scheikunde houdt in het omgaan met glaswerk, stoffen, enz.

Het is al vaker voorgekomen, dat het vrijheidsbeeld lokkend riep aan de overzijde van de oceaan. En ook Kees Ruurs en Margriet Bodbijl hebben gehoor gegeven aan die lokroep. Omdat Kees recreatie-management wilde gaan studeren, wat op een college alleen in de USA mogelijk is, vertrok hij met zijn verloofde Margriet voor vier jaar naar de States. Hiermee verloren we twee trouwe Hobby Club-leden: toen Kees Ruurs als jeugdig hobbyïstje als hobby Modelbouw opgaf, wist hij nog niet, dat men hem een krappe maand later zo gek zou krijgen voorzitter te worden: dat gebeurde in maart 1963 en pas 4½ jaar later, 25 augustus 1967, legde hij deze taak neer, waarvoor hij een zilveren H'tje kreeg opgespeld. Tijdens het bestuur van Kees maakten we de verhuizing mee uit ons oude gebouw naar de huidige hobbyzolder; daarna is er een paar jaar hard getimmerd, gemetseld en wat al niet! Ter afsluiting van deze bouwperiode volgde de officiële opening van onze zolder op 6 mei 1967.

Vervolgens ging Kees naar Amerika, en toen hij terug was, heeft hij Margriet opgemerkt, die zich ook heel verdienstelijk maakte voor de H.C.D.: in mei 1970 werd ze tweede secretaresse, 29 augustus volgde ze Dick van der Knaap op als voorzitster en dat bleef ze tot 5 juni 1971. Hoogtepunten uit deze periode zijn de propaganda-actie en het Hobby Club Congres.

Beiden zijn nu echter vertrokken en we mogen dit wel als een verliespost op de H.C.-balans noteren.
Voor alle goede werken, Kees en Margriet, hartelijk dank! Onze beste wensen gaan naar: 6774 Manor Crest, Oakland, California 94618, U.S.A.

Geachte redaktie,

Gelezen hebbende uw zchreeuw om hulp in uw laatzte uitgave, heb ik me onmiddellijk aan het werk gezet om te trachten u van copy te voorzien. Ik heb daartoe een tweedehandz zchrijfmachine op de kop getikt. Dat ging zo:
Ik liep op de markt en liep zo die zchrijfmachine tegen het lijf. De koopman beweerde, dat het een zpotkoopje waz, alleen jammer, dat de Z van Zimon weigert.
U kunt me geloven of niet, maar ik ben trotz op mijn bezit. Eindelijk kan ik nu ook een ztukje zchrijven op een meer culdureel hoger plan. (Nu merk ik dad de ledder D van Dinus hed ook al nied meer doed.) Maar did allez neemd nied weg dad hed doch een prachdige machine iz.
Hed allereersde onderwerb dad ik zou willen behandelen iz "Hed liefdezleven van de rode mieren". Bodverdorie, daar vald de B van Bied ook al uid. Maar laad ik alz goed zbordman er nou goed mijn herzenz bijhouden en nied in baniek geraken.
O ja, we hadden hed over de rode mieren. De rode mieren hebben in degenzdelling dod de widde en de zwarde een geheel andere kleur. Affijn, dad had u mizzchien zelv al gezien. Maar wad u nied zuld weden iz, dad de rode mieren (nou iz die helemaal goed, nou blijd de V van Vranz ook al hangen).
Ik ga doch wel geloven, dad ik bekochd ben. Avvijn, die baar ledderdjez kan onz de bred nied drukken. Door zedden dod hed biddere einde, al iz hed lazdig. Wie weed hoe die vend ob de markd zich rod lild de lachen. Lelijke oblichder. De L van Lerard belind nu ook al rare kuren de verdonen. Hed laad nu echd de lek worden, ik zal duz maar zdobben, dan laad ik hem eerzd maar rebareren.
Dus doudd u hed zdukje van mij maar even deloed.

Een verenilinlzlid.

 

Daar ik van het bestuur hoorde dat er een dringend tekort aan copy is, heb ik de pen ter hand genomen en ben dit stukje gaan schrijven.
Het wordt een stukje van niks en u doet er beter aan het niet te lezen. Het wordt zogezegd een stukje wat niets te betekenen heeft, waar niets instaat.
Daarom raad ik u nogmaals aan het maar niet te lezen. Er zal in dit stukje namelijk alleen maar slap geklets staan. Kijk, u leest toch verder. Wat u nu doet is onzin, dat verder lezen heeft geen enkel nut, want zoals ik al zei, er staat niets in. Als u namelijk nagaat wat u net gelezen heeft, zult u zelf zeggen wat een gezwam is dat, ik heb nog niks gelezen.
Daarom heb ik u ook aangeraden het maar niet te lezen, maar aangezien u nieuwsgierig bent, leest u toch verder, en dat terwijl er niets instaat wat ook maar enige betekenis heeft. Dat u nieuwsgierig bent zal u natuurlijk niet toegeven.
Maar als u dit stukje gezwam in zijn geheel gelezen hebt, is het wel zeer duidelijk bewezen dat u nieuwsgierig bent, want anders had u mijn goede raad om het niet te lezen niet links laten liggen.
Ik hoop dat u d.m.v. dit stukje heeft geleerd voortaan niet al te nieuwsgierig meer te zijn, en ook een goede raad niet altijd in de wind te slaan

Msr. Guillaume de Bartois

 

Een ding hebben de deelnemers van het Hobby Club Zomerkamp 1971 vóór op ieder die aan zuidelijker of noordelijker streken de voorkeur gaf of zich gewoon vergenoegde met het aanschouwen van de Dordtse Dom: zij hebben de Oirschotse specialiteit geproefd: goulashcroquetten (of voor de spellingshervormers: goelasjkrokette), want die waren echt vurrukkulluk. Toch misten we in Oirschot wel lekkernijen die in Dordrecht wel verkrijgbaar zijn: hamburgers bijvoorbeeld en nog iets, waarvan velen hoog opgaven (de naam is me ontschoten, maar verorberd met een speciale saus moet deze spijs het goddelijk ambrozijn ver beneden zich laten).
Dat ik dit verslag zo culinair ben begonnen, komt omdat één van de grootste activiteiten het eten was, een evenement waarnaar ieder telkens weer met smachtende ogen uitzag. Een andere grote activiteit was het slapen. Wanneer u niet in het H.C.-zomerkamp hebt overnacht, moet ik u alle gezag over sluimeren, slapen, dutten en uiltjes knappen ontzeggen; het komt misschien wel eventjes hard aan, maar het is wáár!
Zo, die twee activiteiten hebben we gehad: eten en slapen. Nu de volgende…....…..we hebben ook de Oirschotse kerktoren beklommen, 272 treden, 72 meter hoog. We hebben zeer genoten van het uitzicht; Ruud Meyer (die een dag kwam aanwaaien) met zijn telelens in het bijzonder, wat een uitzicht! Zoals iedere tourist zijn ook wij op de grootste stoel van Europa vereeuwigd, nadat we door onze dreigende gelaatsuitdrukking eerst enkele kinderen ervanaf hadden gejaagd. Zij die nog nooit een balletje tussen bloembakken door, over muren heen en tegen een helling op hadden geslagen, konden hun hart ophalen op de plaatselijke midgetgolfbaan (uitslag op de sportpagina).
Bij de naar Oirschot getransporteerde militairen genoten we al spoedig bekendheid als de sabotageploeg.
De voorlaatste dag liepen we een puzzletocht , georganiseerd door Jan Giltay en Johan Guequièrre; uit opdracht vier sproten de gedichten op pagina 18 voort.
Spannend was de vlaggeroof, waarbij we de vlag niet konden zien, veel spannender dan wanneer je hem wèl kunt zien.
Met dank aan de fam. Raaijmakers en de chefkokkinnen Nel Schepers en Greet Schuiling ondernamen we de terugtocht, voor een enkeling niet zonder hindernissen..…

Kees Snoek.

Midgetgolfbaan in Oirschot

V.l.n.r. Greet Schuiling, Daan Tits, Hans Huijsman en Kees Snoek.

Het was een vaste kleine ploeg
Die 't zomerlot van de Hobby Club droeg.
Zij bleef niet graag buiten schot
Maar verkoos de weg naar Oirschot.

De weg was smal, de weg was lang
Soms werd er één een beetje bang
Soms werd er één een beetje teut
Toch hadden we genoeg leut.

Soms waren we down
Om de dood van een clown
Maar tot onze allerlaatste dag
Wrongen we ons gelaat tot een lach.

De dames die ons liefdevol voedden
Moesten we stoutmoedig behoeden
Voor het geweldig kabaal
Van het militair arsenaal.

Goed was deze puzzletocht
Zó, dat iedereen zich rot zocht
En ondanks de regen
Was deze rit gedegen,
Organisatoren, onze zegen!

Rob Dieks, Hans Huijsman, Kees Snoek.

______________________________________________________

We zijn dus met de jongens naar Oirschot gekomen
En we hebben er daar ons gemak van genomen.
Eerst werd er wijn gedronken,
Daarna met de tandenborstels geklonken.
Een steek van een wesp deerde ons niet
Want azaron hielp ons uit het verdriet.
Bij de vlaggeroof werden we half gemold,
Eerst waren we door een paar greppels gerold.
Met de puzzlerit was het ook al zo'n geklier.
Want bij vraag drie was er opeens geen papier.
Maar al met al was het een gezellig kamp,
Al was het eten soms wel een ramp.           hoe bescheiden!

Nel Schepers, Greet Schuiling


Veel jongens en meisjes zijn op de een of andere manier wel eens met drugs in aanraking gekomen. Maar omdat papa en mama en niet te vergeten meneer Kruisinga, zeggen dat het erg gevaarlijk is, kun je er maar beter uit de buurt blijven. Als we vijftig jaar terug gaan in de tijd, dan zien we dat de mensen toen als de dood waren voor koffie zoals ze nu zijn voor drugs. Koffie was toendertijd een dodelijk vergif. Vandaag de dag zijn er nog maar weinig mensen die geen koffie drinken. Ik geloof dan ook dat verdovende middelen, althans soft drugs, als heel gewoon aanvaard zullen worden. Het is vrijwel zeker dat soft drugs onschadelijker zijn dan alcohol. "Men" is alleen bang voor het onbekende, en dat komt vooral omdat er totnogtoe weinig voorlichting is op dit gebied. Als we veel oudere mensen in Dordt moeten geloven is "Sprankje Groen" een komplete hel waar de jeugd verpest wordt omdat je dààr vooral in kontakt komt met verdovende middelen. Maar als je zelf niet wilt, zullen ze je heus niet dwingen om te gaan roken. Eerst iets over soft drugs:
De vrouwelijke hennepplant is de leverancier van marihuana (weed) en hasjiesj (shit).
Marihuana: nadat de plant uitgebloeid is, wordt zij geoogst. De blaadjes worden van de stengel afgeplukt. De zaadjes worden uitgezogt om later weer te kunnen planten. Deze pure marihuana wordt fijngemaakt en kan al dan niet vermengd met tabak worden gerookt.
Hasjiesj:Komt ook van de hennepplant. Nadat de plant gedroogd is, worden niet de blaadjes gebruikt, maar de hars op de blaadjes wordt verwijderd, en tot poeder verwerkt.
De vrouwelijke plant wordt dan ook gebruikt omdat zij veel meer hars levert dan de mannelijke plant. Als alle poeder verzameld is, wordt het in zakjes gedaan of tot balletjes gerold of tot plakken geperst met daarop de tekenen van de fabriek erop gedrukt. Een andere manier om de hars te oogsten werd vroeger in India bedreven, n.l. mannen werden in leren pakken gestoken en liepen dan in de bloeitijd van de hennepplant waarin zij het meeste hars uitzweet langs de planten waardoor de hars aan het leer blijft kleven om er later afgeschrapt te worden.
Consumptie: Alle hennepprodukten kunnen worden gerookt, zowel puur als vermengd met lichte shag. Ook worden hasj en marihuana gemengd gerookt. Maar het nadeel van puur roken is dat je het telkens aan moet steken. Als je hasj koopt van een dealer, een soort detaillist die het zelf weer koopt van de grossier, is het meestal te hard om te kunnen verbrokkelen dus je moet het eerst verwarmen. Je doet het door je shag en draait er een zg. joint van.

Bij het roken van een joint met shit of weed is het zeer belangrijk om tegelijk met de rook zuurstof binnen te krijgen, want als je een joint rookt als een gewone sigaret gaat het effect voor een groot deel verloren. De hasj of marihuana wordt ook vaak in een speciale pijp gerookt. De rook wordt dan gekoeld door de steel en brandt daarom niet in je keel. De ideale manier van roken is roken in een waterpijp. De rook wordt dan erg koel en als je dan ook nog i.p.v. water jonge jenever in de waterpijp doet weet je helemaal niet waar je het moet zoeken van zaligheid.
Een andere manier om het te gebruiken is er koekjes mee te bakken of door een glas hete melk te doen. Het nadeel van eten of drinken is dat je de hoeveelheid niet kan regelen. Als je shit of weed rookt, stop je met roken, zodra je stoned of high bent. Met eten weet je niet, of je er teveel of te weinig in hebt gedaan. Niet dat een te grote hoeveelheid dodelijk kan zijn, hoor.
Effecten: De aard en de duur van het stoned zijn hangt af van de hoeveelheid en de kwaliteit van de shit of weed.

Fysieke uitwerking: Je pupillen vergroten zich een beetje en de haarvaten in het oogwit verwijden zich iets, zodat het lijkt of je bloeddoorlopen ogen hebt. Je krijgt een droge mond en dorst, je wilt graag iets lekkers eten, liefst erg zoet. De eerste keer kan het zijn, dat je een beetje misselijk bent, net als na je eerste sigaret.
Psychische uitwerking: Na je eerste joint is het heel goed mogelijk, dat je bijna niets merkt, omdat je lichaam nog niet weet wat het is. Je moet leren de effecten te herkennen en te waarderen. De meeste mensen denken, dat je als je shit gerookt hebt de gekste visioenen krijgt, maar dat komt zelden of nooit voor. Je voelt je erg lui en je vindt alles en iedereen mooi en aardig. Om het minste of geringste moet je lachen of eigenlijk meer giechelen.
Als je ergens rookt waar het niet gezellig is of als je de kans hebt om betrapt te worden door politie of ouders, bestaat de mogelijkheid, dat je een beroerde trip krijgt. Je wordt angstig en je gaat over dood zitten denken of krankzinnig worden. Hoe kom je van een beroerde trip af? Het is aanbevelenswaardig om nooit alleen te roken, want als het mis gaat is het wel fijn iemand in de buurt te hebben om je te helpen. Het is het beste om iemand die een bad trip heeft kalmerende librium-tabletten te geven. Als je die niet bij de hand hebt, moet je proberen hem af te leiden door te praten over alles wat je te binnen schiet, maar blijf praten! Vertel hem dat er helemaal niets aan de hand is of zet de radio aan.
Iemand die één joint gerookt heeft, kan een hele avond stoned zijn, maar als je wilt dat het afgelopen is, kan je zó weer gewoon zijn.
Hoe kom je eraan?
Er zijn genoeg gelegenheden om aan shit te komen zoals popfestivalletjes in het Wantijpark, maar je kunt altijd terecht in Sprankje Groen. Als je echter van plan bent om flink wat geld te bestden, ga dan naar Amsterdam, want dan ben je goedkoper uit, ook als je de treinreis meerekent.
De shit wordt verkocht- in kleine blokjes of staafjes à f 10,-- (in Dordt). Er zijn natuurlijk goede en slechte soorten hasj. De beste zijn Rode Libanon en Tempelhasj (zeldzaam), het slechtste is wel Turkse hasj.Voor f 2,50 aan hasj is genoeg voor een tweepersoons joint. Vaak rook je met meer man en dan geef je allemaal een stukje hasj. Dan gaat de joint de hele kring rond en dat is erg gezellig.
De marihuana is goedkoper, omdat je voor een joint meer nodig hebt. Er zijn minder soorten weed dan shit. Het gevaar van weed kopen is alleen, dat je soms goedkoper zelf theebladeren kan roken (je wordt vaak genept met gedroogd gras of thee of andere troep.)
Een andere manier om aan shit te komen is zelf planten. In Amsterdam is kort geleden de Lowland Weed Company opgericht; ze verkopen daar jonge hennepplantjes. Nederlandse grond schijnt erg goed te zijn voor de hennepplantjes.
Hard drugs. Hard drugs oftewel speed zijn pertinent wèl gevaarlijk voor je lichaam en je geest. In tegenstelling tot soft drugs. Speed kan geslikt (L.S.D. 25, D.M.T. en Mescaline) of gespoten (Opium, Heroïne) worden.
Effecten: De duur van een trip kan variëren van 2 tot 8 uur. Het gevaar van speed is, dat je veel sneller flipt, d.w.z. dat je angstcomplexen krijgt. Want je bent geestelijk veel gevoeliger voor angstideeën dan als je soft drugs gebruikt , waarbij je je nog volkomen bewust bent van wat er in je omgeving gebeurt. Bij een trip lijd je aan hallucinaties. Je weet totaal niet meer wat er om je heen gebeurt.
De lichamelijke uitwerking is zeer ernstig. Verslavingsverschijnselen na langdurig gebruik zijn b.v.: haaruitval, los gaan zitten van de tanden, zeer sterke vermagering. Soms na een bad-trip (als je geflipt bent) heb je een blijvend paranoia-gevoel, d.w.z. het gevoel hebben, dat alles en iedereen het op jou gemunt heeft, dat je achtervolgd wordt, zgn. achtervolgingswaanzin.
Pepmiddelen: Beter bekend onder de naam doping, zorgt ervoor, dat de geest de vermoeidheid van het lichaam niet meer voelt. Daardoor denk je, dat je meer prestaties kan leveren terwijl je in feite alle reserves van je lichaam uitput. Er blijft op het laatst dan geen mens maar een wrak over.

P.S. Als iemand belangstelling heeft om zich in dit onderwerp te verdiepen, kan ik hem voor lektuur bookshop "De Bengel" zeer aanbevelen.

Tom Dogterom.

Zoals (bijna) iedereen wel weet, is er enige tijd geleden ingebroken op de hobbyzolder. Dit was voor een paar mensen aanleiding om te proberen of het mogelijk zou zijn om de Hobby Club te beveiligen tegen ongewenste bezoekers.
Na overleg met een aantal leden, wat er beveiligd moest worden, kon begonnen worden met het ontwerpen van het schema.
Het beveiligingssysteem bestaat uit een bedienings- en controlepaneel in de schakelruimte naast de nooduitgang. Hier staat ook de kist opgesteld waarin zich het brein van het systeem bevindt. Bij alarm gaan 3 autoclaxons loeien en treedt een oranje zwaailicht in werking.
Het zwaailicht en 2 van de claxons zijn aangebracht boven de ingang van de H.C., op de nok van het dak, zodat de gehele buurt het zwaailicht kan zien. De derde claxon is gericht op de Chr. de Wetstraat.
De werking van het systeem is als volgt:
Alle ramen, die zich binnen het bereik van eventuele inbrekers bevinden, + de buitendeur zijn verbonden met het alarmsysteem. Dringt iemand via een raam binnen dan is er direkt alarm.
Bij het openen van de deur schakelt het systeem nog niet direkt op "alarm", maar treedt een tijdschakeling in werking; binnen de door de tijdschakeling toegestane tijd dient een "legale" betreder van de H.C. de volgende handelingen in de juiste volgorde te verrichten: het omdraaien van de hoofdschakelaar; daarna het op een toetsenbord drukken van een 3, 4 of 5 cijferige code. Als dit allemaal op de juiste manier is gedaan is alles "veilig".
Aangezien er sinds kort ook nog 2 andere verenigingen gebruik maken van de zolder, moesten er dus meerdere codes in het systeem verwerkt kunnen worden.
Eén code zou niet prettig zijn, omdat dan vrij veel mensen op de hoogte zouden zijn van deze ene code; ook het systeem van 3 "normale" codes is niet ideaal; het is mogelijk dat een persoon van de andere vereniging het cijfer aan iemand doorgeeft die kwade bedoelingen heeft.
Om dit te voorkomen wordt bij dit alarmsysteem gebruik gemaakt van een bepaalde sleutel. Het is geen normale sleutel, maar een blokje met pennetjes en draadjes, waarop een bepaalde cijferreeks is geprogrammeerd. Normaal zit er een sleutel in het controlepaneel, die afgestemd is op de code van de bestuursleden van de H.C.D.
Wil een persoon van een andere vereniging binnen, dan dient hij in het bezit te zijn van een eigen "sleutel". Deze kan hij binnen een bepaald tijdsbestek in het systeem brengen, nadat hij eerst de H.C.-sleutel eruit gehaald heeft. Na afloop wisselt hij de sleutels weer om.
Het hierboven beschreven gedeelte van de alarminstallatie zal zeer binnenkort, weliswaar na een grondige "droogtest", in gebruik worden genomen.
Ook is het nog de bedoeling om het systeem uit te breiden, en wel met de volgende onderdelen:
bij het sluiten van het gebouw een visuele controle d.m.v. een lampje of alle belangrijke deuren op de H.C. zijn afgesloten; een aparte beveiliging voor de afdeling chemie wordt ook nader bekeken. Tevens zal de nooduitgang worden beveiligd.
Het ligt ook in de bedoeling om de sleutels van de twee andere verenigingen (Veron en Volksuniversiteit) slechts voor een bepaald aantal keren geldig te doen zijn. Dit ter voorkoming van het teveel buiten hun "eigen" dagen betreden van de H.C. Deze een bepaald aantal keren te gebruiken sleutels zullen ook worden gebruikt voor H.C.-leden die op een avond iets moeten doen op de H.C.D.
De ontwerpers van het systeem, Jaap v.d. Leer en Bram Bogaard, bedanken hierbij Hans Huijsman, Rob Dieks en Ad van Ginneken voor de hulp die zij geboden hebben bij het aanleggen van de installatie. Ook Eric de Waal wordt bedankt voor het aangeven van verbeteringen en het testen van de installatie. De heren F. Hartog en G. Bogaard, beide ouders van leden, worden vriendelijk bedankt voor het verstrekken van een aantal speciale onderdelen voor de installatie.

Bram Bogaard.

Nu aller aandacht tegenwoordig is gericht op de monetaire situatie, nu de positie van de dollar volgens vooraanstaande personen de inzet zal worden in de komende presidentsverkiezing in de U.S.A., nu het woord "geldontwaarding" op ieders lippen ligt, lijkt het mij nuttig acht te slaan op een andere ontwaarding, die we "woordontwaarding" zullen noemen.
Zoals bekend heeft ieder woord een betekenis. Wanneer ik bijvoorbeeld spreek over een fiets, dan weet iedereen, dat ik het heb over een niet motorisch voortbewogen vervoermiddel op twee wielen, die gaan draaien zodra men op de pedalen trapt. Iedereen die geen Zoeloe of Papua is weet, wat ik met het woord "fiets" bedoel. De taal is ons dan ook gegeven om door middel van de aan die taal inherente betekenis onze bedoeling duidelijk te maken.
Fijn toch, dat iedereen je kunt begrijpen, zul je denken: helaas, was dat maar waar! Het komt al te vaak voor, dat verschillende mensen verschillende betekenissen hechten aan een bepaald woord; de Russen hebben een andere opvatting van de woorden "vrijheid" en "waarheid" dan de Amerikanen. Vandaar ook, dat dat soort woorden waarvan de betekenis waarschijnlijk nooit volledig juist kan worden gedefinieerd, dikwijls wordt misbruikt en ieder die wel eens de kamerdebatten volgt, weet wat voor gevaren daaraan verbonden zijn.
Het moge echter vast staan, dat politici een hele terminologie hebben die gemakkelijk tot misleiding voert – dit is altijd zo geweest en zal wel niet zo vlug veranderen – , weinigen slechts beseffen, dat zij zelf dagelijks meedoen aan een - zij het minder wereldschokkende – vorm van woordontwaarding. Vaak gebruikt men woorden en – wat vooral de laatste tijd op grote schaal voorkomt – uitdrukkingen (zodat we strikt genomen van idioom-ontwaarding moesten spreken), waarvan men de betekenis niet meer beseft door het veelvuldig gebruik en die men misschien niet zou uiten, als men de betekenis ervan wel zou beseffen. Naar aanleiding van een bekende televisieserie heeft half Nederland tijdenlang te kust en te keur gewauweld: "We zijn er op de wereld om mekaar te helpen, nietwaar?", terwijl men er geen flauw idee van had, of deze modezin sloeg op het behulpzaam zijn van een oude dame bij het oversteken of het beschikbaar stellen van 4% van het nationaal inkomen aan ontwikkelingshulp. Duizenden hebben zich laten ontvallen: "Het zal je kind maar wezen.", wanneer ze minister Luns, een dakloze schillenboer, een Perzische oliesheik of een gewetenloze bankrover op televisie zagen. Velen merken iets op en aan die opmerking verlenen ze een zekere geldigheid door toevoeging van de zinsnede: "Weet-je-wel" of "Je kent dat wel", terwijl er mogelijk geen sprake is van enig weten of kennen. Gelukkig verliezen deze woorden en uitdrukkingen op een gegeven moment hun effect, zoals ook vloeken hun effect kunnen verliezen en "gewoontewoorden" worden, waarvan niemand opkijkt (als iemand die anders nooit vloekt eens uit zijn slof schiet, dan zal zijn vloek een groter effect sorteren dan die van een gewoontevloeker). Of bepaalde politieke termen ook op den duur aan uitwerking inboeten, betwijfel ik vooralsnog. Deze in een speciale sfeer gebruikte taaluitingen steunen op een zeer ondoorzichtig systeem, dat men slechts langzamerhand en met de grootste moeite kan doorgronden (politieke spraakverwarring is daarom nog een veel voorkomend verschijnsel).

Dus, lezer: houd deze twee stelregels voor ogen:
1. wanneer u spreekt: durf origineel te zijn,vermijd het nietszeggende, zeg wat u bedoelt.
2. wanneer een ander spreekt: wees op uw hoede, want er lopen mensen rond die al heel hun leven praten en nog nooit iets hebben gezegd.

Kees Snoek.

 Attentie

 Afdeling biologie heeft dringend nodig:

 een hogedrukpan (snelkookpan)
 aquaria

 Kan iemand ons daaraan helpen?
 We zijn er blij mee!

 

Glas is niet meer weg te denken uit onze moderne samenleving en, zoals zo vaak gebeurt met dingen die iedereen kent: een allesdekkende definitie van glas bestaat niet.
In dit artikel vertel ik het een en ander over de verschillende glassoorten.Al 14000 jaar geleden werden in Mesopotamië voorwerpen geglazuurd, d.w.z. met een laagje glas bedekt. De oudste geheel glazen voorwerpen, amuletten en kralen, zijn afkomstig uit het Egypte van 7000 v. Chr.
Glas is een stof, die behalve zeer hard ook chemisch bijna onaantastbaar is. Alleen met fluorwaterstofzuur kan het geëtst worden. Vensterglas blijft dan ook helder, ook nadat het jaren aan regen, stof en vervuilde lucht is blootgesteld. Ook glazen parfumglazen of wijnflessen zijn, als ze na duizenden jaren worden opgegraven, volkomen gaaf.
Perspex, een polymethamethylacrylaat, is veel minder krasvast en ook chemisch veel minder bestendig. Bij breuk geeft perspex echter geen scherpe scherven, zoals glas, en het wordt ook niet ondoorzichtig.Perspex is daarom bij uitstek geschikt voor vliegtuigen, maar bij auto's wordt het te gauw beschadigd.
Voor auto's gebruikt men ruiten, waarin tijdens het afkoelen spanningen ontstaan. Komt er nu tijdens het rijden een steentje tegen de ruit aan, dan springt deze, dankzij de spanningen in duizenden kleine, niet scherpe en daardoor ongevaarlijke stukjes uiteen. De ruit wordt dan natuurlijk wel ondoorzichtig, zodat het zaak is om de gebroken ruit zo snel mogelijk uit de sponning te slaan.
Wat de chemische samenstelling betreft kan men vele soorten glas onderscheiden. Gewoon vensterglas bestaat uit 73% SiO2, 10-12% CaO en 12-16% Na2O, plus nog wat vulmateriaal. De rol van CaO kan door andere metaaloxides worden overgenomen. Zo heeft loodglas een zeer hoge elektrische weerstand (neonbuizen); loodglas zonder Na2O heet kristalglas; omdat dit sterk lichtbrekend is, wordt het voor optische instrumenten, tafelglaswerk en kunstvoorwerpen gebruikt.
Borium of aluminiumhoudend glas is goed smeltbaar en bestand tegen de meeste chemicaliën. Het wordt dan ook gebruikt voor laboratoriumglaswerk.
Als men helemaal geen oxides toevoegt, krijgt men kwartsglas, dat ultraviolet licht doorlaat (hoogtezonlampen). Het heeft bovendien een zeer hoog smeltpunt (1500o C.) en een lage uitzettingscoëfficient, zodat het roodgloeiend in ijswater kan worden gedompeld zonder te springen. Het kleuren van het glas geschiedt door het toevoegen van spoortjes metaal. Zo geeft 0,01% ijzer het glas al een lichtgroene tint. Kobalt geeft een blauwviolette, mangaan een rode, nikkel een geelgroene, Cu+ een rode en Cu2+ een groenblauwe kleur. Naast deze metalen worden nog heel wat andere metalen en metaaloxides toegepast, zodat men glas iedere gewenste kleur kan geven. Zo kan glazuurpoeder, dat uit gekleurd glaspoeder bestaat, in 200 kleuren gekocht worden!
En dan tenslotte nog een korte beschrijving van een der bekendste manieren, en tevens een der moeilijkste, van glasbewerken. Om een wijnglas te maken is nodig een werkgroep van vier man: een glasblazer, een glasmaker, een keier (cueillir = plukken) en een indrager. Dit team is volledig op elkaar ingespeeld. De blazer begint met een klompje glas uit de oven aan zijn blaaspijp te vangen; dan kneedt hij het aan zijn pijp op een ijzeren plaat langwerpig, blaast erin, waardoor het hol wordt, slingert de pijp een paar maal heen en weer en laat het gloeiende "glaszakje" nog verder uitzakken: de paraison (voorvorm) is dan gereed. Deze voorvorm wordt dan in een met houtskool beklede ijzeren vorm gebracht, waarna de blazer zolang blaast, tot het glas is volgeblazen, d.w.z. de hele vorm vult. Daarna geeft de blazer de rugbybalvormige paraison door aan de glasmaker. Deze houdt de blaaspijp ondersteboven, waarna de keier wat glas op de onderkant van de kelk drupt. De glasmaker knipt dan wat hij niet nodig heeft eraf en maakt onder voortdurend rollen, om het verzakken van de weke kelk te voorkomen, met een houten tang een steel aan de kelk. (in de vaktaal heet dat het been, net als bij een paard). Daarna wordt weer wat glas op het been aangebracht, waarvan de glasmaker de voet maakt. De indrager snijdt nu met een stomp mes de ballonvormige kelk doormidden, waarna het glas in een met asbest bekleed bakje valt. Daarna wordt het glas in de koeloven heel langzaam (24 uur) afgekoeld.
Het glas is nog steeds niet klaar, want na de afkoeling wordt het in de afspringkamer machinaal zo met een diamant ingekrast, dat de kop er daar afspringt, als er een vlammetje op wordt gezet. De scherpe rand wordt dan nog afgeslepen en rondgesmolten en dan pas is het wijnglas klaar.
Als je ooit in een glasfabriek dit glasblazen mag meemaken, laat die kans dan niet voorbijgaan. Het is een ervaring die je je hele leven niet meer vergeet.

Dele Najava

PERMANENTE EXPOSITIERUIMTE
De ruimte tussen houtbewerking en biologie wordt momenteel ingericht tot een permanente expositieruimte, annex leestafel. Ieder die iets gemaakt heeft wordt verzocht zijn schepping voor kortere of langere tijd op te stellen in de expositieruimte. Affiches voor aankleding van het geheel zijn ook welkom, evenals een mooie wandschildering.

 

Jarig zijn:

in september: 5. Bert Klijn, 7. Jan Davids, 12. Dineke Kraal, 15. Cora de Lange, 20. Betty Pannekoek, 25. Jan Jegen, 26. Jaap v.d. Leer, 27. Nel Schepers, 30. Jacques v.d. Hofstede en Kees Schellenbach.
in oktober: 4. Leo Kooij, 5. Hans Huijsman, 10. Gerard 't Lam, 11. Eric van Dijl, 22. DaanTits.
in november: 6. Eva Hartog en Margot Timmerman, 9. Jaap Leguyt, 11. Koos Zilverschoon, 13. Leo de Man, 16. Mary Peperkamp, 18. Thea van Vliet, Kees Timmerman en Maarten Derks, 22 Cecilia van Oppen, 24. Jan Tom en Jan Giltay, 25. Rob Dieks, 26. Henk v.d. Merwe, 27. Rieke v.d. Stoep en Eduard Mutsaers.
in december: 2, Emiel Bolier, 6. Jan Moerland, 7. John Boogaard, 9. Harriët Hartog, 15. Bas de Jong, 17. Paul Visbach, 23. Lex Dekker, 30. Henk Willem Kley, 31. Gerard van Kerchove.

Wist u, dat:

- ons nationale voetbalelftal in zijn 316 gespeelde wedstrijden 683 doelpunten heeft gescoord?
- het er ook 628 tegen kreeg?
- Dick den Otter en Rob Dieks midgetgolfkampioenen zijn?
- hun concurrenten sterk waren?
- Jan Jansen de enige Nederlander is die ooit de Tour de France heeft gewonnen?
- de Tour in haar 68-jarig bestaan gewonnen is: 38 keer door een Fransman, 14 keer door een Belg, 8 keer door een Italiaan, 4 keer door een Luxemburger, 2 keer door een Zwitser, 1 keer door een Spanjaard en 1 keer door een Nederlander?
- onze nieuwe wereldkampioen dan nog wel even hard moet doorpezen om de schaal naar de kant van de Belgen te doen overslaan?
- de Tour 5 keer is geëindigd in een zege voor de Fransman Jacques Anquetil, 3 keer voor de Fransman Louison Bobet en de Belgen Philippe Thys en Eddy Merckx en twee keer door in totaal negen renners?
- van de 60 renners van de eerste Tour in 1903 slechts 18 de finish bereikten?
- in de Tour van 1953 de Nederlander Suykerbuyk de 35e plaats innam in het eindklassement?
- onze welbekende kampeerboer in Rucphen, Suyckerbuyck, hem dat waarschijnlijk niet zou nadoen?
- u ook sportwetens(w)aardigheden kunt inleveren?

De oplossing van het "kruiscijferraadsel" in de vorige Hobby Puk is:
HORIZONTAAL: 1) 121; 3) 505; 5) 6250; 8) 19; 10) 88; 11) 15; 12) 31; 13) 80; 14) 10; 15) 65; 17) 13, 19) 8967; 21) 202; 22) 264.
VERTICAAL: 1) 101; 2) 16; 3) 50; 4) 525; 6) 28; 7) 58; 9) 930; 11) 101; 14) 102; 15) 69; 16) 56; 18) 324; 19) 82; 20) 72.
In het vlak met 8,12 en 14 horizontaal en 9 verticaal zijn nog twee oplossingen mogelijk, t.w.: a. 8 H = 13, 12 H = 13, 14 H = 12 en 9 V = 312. b. 8 H = 19, 12 H = 29, 14 H = 18, 9 V = 928.
Er waren slechts twee inzenders, Arnold Fok, Houttuinen 13, Dordrecht en Daan Tits, Van Bosseplantsoen 14, Dordrecht. De redactie heeft besloten beiden een maand contributie kwijt te schelden, aangezien een loting tussen Arnold Fok, de snelste inzender, en Daan Tits, de hardnekkigste foutenzoeker, ons te ver zou voeren.
Wanneer op de volgende opgave meer oplossingen komen (en hopelijk goede; dit peinsding is zo moeilijk niet), zal een loting weer tot de mogelijkheden behoren. Buig uw peinshoofd hier eens over:
Drie borrelaars hadden in hun stamkroeg bitterballen besteld. Ze kwamen echter niet tegelijk aan de stamtafel. Eerst kwam een der drinkeboers, dronk zijn slokje, at een derde der bitterballen op en ging daarna weg. Vervolgens kwam de tweede drinkeboer, dronk zijn slokje, en daar hij niet wist, dat de eerste drinkeboer al geweest was, at hij een derde der op het schaaltje liggende bitterballen op en ging eveneens weer weg. Toen kwam de derde drinkeboer, dronk zijn slokje, en daar hij ook niet wist, dat zijn beide collegaborrelaars al geweest waren, beschouwde hij een derde van wat er op het schaaltje aan bitterballen lag als zijn aandeel en at die op. Daarna vertrok ook hij. Buiten liep hij echter de beide andere borrelaars tegen het lijf, en nu ging het drietal gezamenlijk weer het stamcafé binnen. Op het schaaltje lagen nu nog 8 bitterballen. Hoeveel had ieder van hen gegeten?
(zeg er wel bij hoe je aan de uitslag komt: oplossingen sturen naar: Chr. de Wetstraat 21, Dordrecht of inleveren bij een der redacteuren)