Hobby Puk, 14e jaargang, no 1

 

OFFICIEEL ORGAAN van HOBBY CLUB DORDRECHT

14e jaargang, nummer 1……………….…….. jan. 1971

Adres H.C.D.: Chr. de Wetstraat 21, Dordrecht.
Gironummer: 601060 t.n.v. de penningmeester van de H.C.D.
Redactie: Anja Boogaard, Kees Snoek.

Inhoud
V.d. redactie
V.h. bestuur
Kerst- en nieuwjaarswensen
Jaarverslag
Kalender
Ernst Abbe
Toneel als hobby
Ledenlijst
Financieel overzicht
Begroting1971
Hobby kolder
De Hobby Clubs in Nederland
Wat is een zeester?
De poëzie van G.A.
Fototechnieken
Hobby kolder
Kampverslag
P.P.P.

Medewerkers aan dit nummer: Margriet Bodbijl, Bram Bogaard, Anja Boogaard, Johan v.d. Graaf, A.E. van Munster, P.P., Herman Rozendaal, Kees Snoek, Cora Verschoor.

De drukke werkzaamheden van de redactieleden hebben niet kunnen verhinderen, dat eindelijk de Hobby Puk in ere werd hersteld. Er zijn nog maar weinig leden, die dit kunnen beamen, eenvoudig omdat zij nog nooit een Hobby Puk hebben ontvangen; als we het jubileumnummer, dat in 1970 verscheen, niet meerekenen, is de laatste Hobby Puk in het najaar van 1968 uitgekomen. Het wordt dan ook wel tijd, dat de leden kennis maken met ons cluborgaan, al in zijn veertiende jaargang! We hebben geprobeerd er voor elk wat wils in te zetten: een artikel over Ernst Abbe, fotografie, toneel, zeesterren, poëzie, vermengd met wat kolder en daarnaast een complete ledenlijst, een historisch overzicht van de Hobby Clubs, een kampverslag, de jarigen onder ons en natuurlijk een peinsding voor de puzzelaars.
Mocht onder de lezers (leden en niet-leden!) iemand zich geroepen voelen een bijdrage te leveren in de vorm van copy, laat hij/zij dan niet schromen de pen ter hand te nemen. Vooral artikels op het populair-wetenschappelijke vlak zijn zeer welkom.
Een bijdrage kunnen de leden ook leveren door lid te worden van de redactie, want het is te voorzien, dat de huidige redactieleden niet altijd evenveel tijd hebben om geregeld een Hobby Puk in elkaar te draaien. Een uitbreiding van de redactie zou daarom van harte toegejuicht worden.
Verder willen we alle leden, die hebben meegewerkt bij de bezorging, dank zeggen. Als we allemaal wat Hobby Puks meenemen, zullen onze lezers hun nieuwjaarswensen niet al te lang na de oliebollen krijgen.

Beste leden van de Hobby Club,

ook het bestuur de eer om in dit H.C.-blad een stukje te schrijven. Dit blad komt bij elk lid; iedereen leest het, als het goed is. Daarom wil ik jullie allemaal een verzoek doen. Misschien wordt het langzamerhand wat afgezaagd, maar het is noodzakelijk. Als je een lid van de Hobby Club bent, dat regelmatig komt, weet je, hoe het is op onze zolder. Op elke afdeling zit een handjevol hobbianen die praktisch niet hobbiën. Op enkele afdelingen wordt wel hard gewerkt, maar hoogstens door twee of drie leden.
Als je niet vaak komt en een lid bent, dat het "allemaal wel gelooft", vraag ik me af, waaròm je lid bent. Je kunt dit misschien zien als een uitdaging: als jíj wilt, dat de Hobby Club in Dordrecht ouder wordt dan de twintig jaren, die zij nu telt, en dat zij aan vele anderen nog een fijne hobby-gelegenheid zal bieden, kóm dan regelmatig, Kóm elke zaterdag of woensdag of (voor toneel) donderdag! Kóm niet alleen, maar werk ook aan je hobby! Je hebt hier de kans om met materiaal en andere mensen in een fijne ruimte je hobby te ontwikkelen. In ruil daarvoor dien je je spullen op te ruimen en een goede sfeer te behouden.
Ik hoop, dat jullie dit niet een "zwamstuk" vinden. Dóé er iets aan en kom naar de H.C. en breng vrienden en vriendinnen mee, die ook lid kunnen worden. Oké? Maak wat van de Hobby Club in 1971 !!!!

Namens het bestuur,
Margriet Bodbijl, voorzitster.

Het bestuur.
Aan het eind van 1969 bestond het bestuur van de Hobby Club Dordrecht uit: Ruud Meyer – voorzitter, Dick v,d. Knaap – secretaris, Bram Bogaard – penningmeester, Betty Pannekoek – 2e penningmeesteresse, Reinder Kaptein – algemeen adjunct, Jack Zoeteman – algemene zaken, Dick den Otter – lid. Een initiatief van oud-leden om de H.C. nieuw leven in te blazen leidde ertoe, dat per 1 januari 1970 zonder ALV het volgende bestuur werd geïnstalleerd: Ruud Meyer – voorzitter, Maarten van IJk – vice-voorzitter, Bram Bogaard – penningmeester, Lies Wiessner – secretaresse, Jack Zoeteman – algemeen adjunct. Daar de vereiste 20% van de leden bezwaar aantekende tegen het feit dat er geen ALV gehouden was, werd deze alsnog uitgeschreven en had tot resultaat, dat op 9 februari een nieuw en ingrijpend veranderd bestuur uit de bus kwam, bestaande uit: Dick v.d. Knaap – voorzitter, Lies Wiessner – vice-voorzitster, Eva Kuiters – secretaresse, Bram Bogaard – penningmeester, Peter Smits – 2e penningmeester, Eva Hartog – algemeen adjuncte; Jan Kop – materiaal-commissaris. In mei verlieten Jan Kop en Peter Smits het bestuur. Voor hen in de plaats kwamen Margriet Bodbijl in de functie van 2e secretaresse en Hans v.d. Wiel als materiaal-commissaris.
Wegens een te verwachten verhuizing van Dick v.d. Knaap en tijdgebrek van Eva Hartog en Hans v.d. Wiel moesten de leden op 29 augustus weer hun stembriefjes inleveren, die het volgende bestuur opleverden: Margriet Bodbijl - voorzitster, Lies Wiessner – vice-voorzitster, Eva Kuiters – secretaresse, Bram Bogaard – penningmeester, Cora Verschoor – algemeen adjuncte. Op 12 oktober werd het bestuur ingekrompen tot: Margriet Bodbijl – voorzitster, Cora Verschoor – secretaresse, Bram Bogaard – penningmeester, in welke samenstelling het tot het eind van het jaar bleef.

Algemeen.
Het algemene beeld van de Hobby Club in 1970 vertoont nogal wat afwisseling: omdat de H.C. in het begin van 1970 niet zo goed draaide, besloten enkele oud-leden haar bij te staan door een grootse wederopbouwactie te houden; de H.C. werd opgeruimd, de afdelingen geactiveerd, de leden aangespoord tot actiever hobbiën. Om dit laatste te bevorderen werd de toneelzaal de hele avond gesloten met uitzondering van een half uur per avond, waarin de leden hun dorst konden lessen bij de bar. In februari werd deze actie gedeeltelijk afgebroken. Het nieuwe bestuur stelde de zondagmiddag open voor nevenactiviteiten als diavoorstellingen, basketballwedstrijden, puzzleritten, volksdansen, etc., die veel leden trokken. Er werd ook een geslaagd pinksterkamp in Rucphen gehouden, maar de situatie op de Hobby Club was aan schommelingen onderhevig. De maand juli was de H.C. gesloten voor de gewone beoefening van de hobbies; een kleine, maar geestdriftige groep leden maakte zich die maand nuttig met het opschilderen en schoonmaken van de zolder. Daarnaast maakte men een begin met de inrichting van de pas opgerichte afdeling biologie, ook werden er ramen afgekrabd. Van dit alles kon men uitrusten in het zomerkamp in Udenhout, waarvan echter weinig gebruik werd gemaakt. Op de ALV van 29 augustus ontving Kees Snoek een zilveren H'tje. Het op die ALV gekozen bestuur stelde zich meteen tot taak zich te werpen op de in oktober te houden propaganda-actie. Na weken van intense voorbereiding kon men op 3 oktober op het Bagijnhof een kraam zien staan, waar alle Dordtse jongeren iets wijzer konden worden omtrent onze activiteiten. Die dag werd via de radio de faam van de Hobby Club verkondigd in heel het land; in Dordrecht deed dit een geluidswagen, die heel de stad doorkruiste. 's Avonds genoten donateurs en ouders van leden van twee eenacters. Zeven oktober gingen vele scholieren op pad om een H.C.-puzzlerit te volbrengen; de dag daarop vond een openbare toneelrepetitie plaats; negen oktober was de grote propaganda-avond in Kunstmin waar na een toespraak van de voorzitster en een speech van de inspecteur van L.O.V.B.S. de afdeling toneel een eenacter opvoerde en de belangstellenden gelegenheid kregen de afdelingsstands te bekijken; hoe de afdelingen op de H.C. zelf functioneren, zagen zij de dag daarop; elf oktober nam een groep oudleden kennis van wat er zoal op de H.C. gebeurd is, o.a. door een diavoorstelling. Het gevolg van deze propaganda-actie was, dat het ledental de honderd overschreed. In die glansrijke periode ontving de H.C. tevens iets, waarnaar allang uitgekeken was: de JADO-geluidsinstallatie, een geschenk, dat Arend Kastelein namens de oud-leden overhandigde. In de herfst kampeerden de hobbyanen in "De Wildert". Op 6 december kwam de echte Sinterklaas de H.C. met een bezoek vereren. Het jaar werd uitgeluid met een grandioos kerstbal.

Clubblad. Naast het jubileumblad, uitgegeven speciaal ter gelegenheid van de viering van het 20-jarig bestaan en de propaganda-actie, maakten we de aanvang met de uitgave van een Pietepeuterpukje, een foliopapier, aan beide kanten bedrukt met informatie over de H.C.

Financiën. Hoewel de financiële toestand in het begin van het jaar zich ernstig liet aanzien en er zelfs besnoeid moest worden op de afdelingen, constateerden we in augustus een vooruitgang die ook ten dele het gevolg was van een gunstiger subsidieregeling. Om de taak van de penningmeester enigszins te verlichten, verzocht het bestuur de leden zo mogelijk per giro te betalen.

Afdeling radio.Deze afdeling, eertijds de bloeiendste van de H.C.D, had te kampen met een gebrek aan leden, dat in de hand werd gewerkt door het ontbreken van een instructeur. In november evenwel werd hier een betaalde kracht aangesteld.

Afdeling fotografie.draaide redelijk. De doka was dit jaar meestal in gebruik. Voor degenen, die vaak aanwezig zijn, werden kastjes gemaakt, waarin zij hun fotopapier kunnen opbergen.

Afdeling artistieke hobbies.experimenteerde weer met heel wat technieken; grote belangstelling ging uit naar het emailleren; de hier aangestelde betaalde instructrice behaalde een tijdlang heel aardige resultaten.

Afdeling toneel.kwam onder leiding van de Heer Van Munster tot een aantal aantrekkelijke opvoeringen: "Hoogheid, uw kameel staat voor", dat achtereenvolgens voor de leden, bejaarden in Vijverhof en donateurs en ouders van leden werd opgevoerd. Op 3 oktober genoot men van de eenacters "De vrouwenhater" en "Moorkoppen en gerookte paling". De laatste werd ook in Kunstmin ten tonele gebracht.

Afdeling modelbouw.Af en toe is aan de racebaan gewerkt; vanaf oktober bestond er meer belangstelling.

Afdeling scheikunde.zal in het vervolg afd. "Natuurwetenschappen" heten, daar deze naam beter past in het kader van de activiteiten.

Afdeling biologie.Als deze pas opgerichte afdeling net zoveel activiteiten ontplooit, wanneer ze werkelijk van start is gegaan, als ze ontplooid heeft tijdens het afbouwen en inrichten van haar ruimte, dan houdt ze een goede belofte voor de toekomst in!

Nawoord: de aanblik die dit jaar te zien gaf was er een van wisselend succes. Dankzij een uitstekend georganiseerde propaganda-actie is er een basis gelegd voor een beter functionerende Hobby Club. Het nieuwe jaar zal ons de gelegenheid geven op deze fundamenten de H.C. verder uit te bouwen. Het is voor de H.C. van levensbelang, dat die kans benut wordt.

……………

JARIG ZIJN:
in januari: 6. Johan Guequièrre; 9. Ruud de Koning; 10. Els Schaap; 15. Margot Duursma; 15. Chris Streefkerk; 18. Cock van de Heuvel; 24. Arnold Fok; 26. Ruud Meyer; 27. Frank Noordzij; 29. Rein Kaptein.
in februari: 1. Kees van den Berg; 5. Eric de Waal; 11. Johan van der Graaf; 15. Wilma Heurter; 23. Bram Bogaard; 24. Ries Versluis.
in maart: 3. Louis Okkerse; 5. Wijnand Camerling; 9. Eva Kuiters; 15. Herman Rozendaal; 17. Co Jacobs; 20. Fons Claesson; 23. Anja Boogaard; 25. Dick van der Knaap; 27. Hans Jansen en Jan Kraal.

VERLOOFD Ans Versluys en Wim Wiessner
  Matty Visbach en Huib v.d. Weijden
  Marijke Schipper en Wijnand Camerling

De naam Ernst Abbe zegt ons niet veel, misschien, maar Zeiss, het merk van de bekende vergrootglazen, lenzen en microscopen, is je vast wel bekend. Misschien heb je zelf wel een lens van Zeiss op je fototoestel of filmcamera. Maar wat heeft dat nu met Abbe te maken? Dat zit zo: Ernst Carl Abbe werd in 1849 te Eisenach geboren. Zijn vader, spinner van beroep moet hard werken. Reden waarom Ernst hem meestal alleen 's avonds even zag, wanneer hij een veertienurige werkdag achter de rug had. Nu moeten we niet denken, dat Ernst daarvan gebruik maakte om te spijbelen van school. Integendeel: hij wist zich op school al zo te onderscheiden, dat het zelfs de directeuren van de spinnerij ter ore kwam. Dezen zorgden voor een studiebeurs, zodat de jonge Abbe de Realschule, gelijkwaardig aan de Nederlandse H.B.S., kon doorlopen. Hun hoop, dat Abbe zijn talenten in dienst van hun fabriek zou stellen, bleek ongegrond, want hij voelde zich meer aangetrokken tot de studie Natuurkunde, die hij onder de grootste moeilijkheden volbracht in Jena en Göttingen: om zijn studie te bekostigen, moest hij privaatlessen geven, terwijl hij noodgedwongen af en toe moest "klaplopen" om zijn maag te vullen. Dankzij zijn doorzettingsvermogen behaalde hij op 21-jarige leeftijd de doctorsgraad en werd assistent bij een sterrenwacht. Daarnaast gaf hij nog steeds privaatlessen. Op de universiteit ontmoette hij Carl Zeiss, die in een werkplaatsje microscopen maakte. In die tijd ging men bij het vervaardigen van microscopen bijna uitsluitend op de ervaring af; een wetenschappelijke ondergrond ontbrak. Ernst Abbe heeft leverde die met zijn theorie over de leer der afbeeldingen. Zeiss had hem zijn medewerking verzocht met de woorden: "Schept U die mogelijkheid; U hebt de kennis. Ik heb vertrouwen in U, want wie aan de wetenschap de microscopen levert, die zij bij het zoeken naar de allerkleinste pijnigers der schepselen nodig heeft, die helpt het leven op aarde menselijker, reiner en beter te maken."
Toen deze basis eenmaal gelegd was, kon Zeiss voortwerken aan microscopen die vele malen sterker en beter waren. Later zorgde Dr. Otto Schot voor de glassoorten, die men nodig had. Deze hadden geheel nieuwe eigenschappen.
Na de dood van Carl Zeiss werd Ernst Abbe de enige firmant van de firma. Met zijn uitzonderlijke gaven verdiende hij zeer goed. Maar zijn armoedige jeugd heeft hij niet vergeten: hij zorgde voor sociale voorzieningen, stelde de statuten van de Carl Zeiss-stichting op, waarin werd bepaald, dat iedere arbeider mede eigenaar was van de fabrieken. In 1901 werd de 48-urige werkweek ingevoerd en werd een pensioen verzekerd aan alle arbeiders.

P.P.

Schrijf eens een stukje over toneel, werd mij gevraagd. Een stukje? Niet eenvoudig. Een boek! Ja, dat zou een langere voorbereiding en schrijftijd vragen, maar mij toch wel gemakkelijker lijken. Ik zou 't dan kunnen hebben over het Grieks en Romeinse toneel, de Wagenspelen, de Rederijkerskamers, het rondtrekkend toneelgezelschap, de massa amateurtoneelverenigingen in "de goede ouwe tijd" van de jaren 1910 tot 1940. Ik zou kunnen huilen bij de achteruitgang van het amateurtoneel van na de oorlog, maar ook juichen bij het zien opbloeien van het hedendaagse toneel, dat uitsluitend bedoelt eigen vermaak en het vermaken van de kijkers.
Wel wil en kan ik in het kort schrijven over het plezier van toneelspelen. Hoe gezellig zijn de repetities niet. En hoe groot de beloning, wanneer de dag van de uitvoering daar is. De aparte geur van de kleedkamer, van schmink, poeder, lijm en pruiken. Die tintelende spanning van : "Hoe zal het gaan." en dan het laatste applaus. De vreugde, de voldoening, de ontspanning.
Maar voor het zover is, moet er geleerd worden. Het in de huid kruipen van de persoon die de schrijver bedoelde; het zien groeien van een aantal rollen tot een toneelstuk; het bij herhaling proberen van een zin, een woord, om die zó te lanceren, dat het publiek schaterlacht of een andere reactie ondergaat, is iets geweldigs. Dan voel je je fijn. Je hebt iets bereikt voor jezelf en voor anderen.
Maar dat uitbeelden van een persoon moet echter passen in het geheel van een stuk.

Ik bedoel, omdat toneelspelen een teamwork is, moet het zó zijn, dat de spelers een homogeen geheel vormen en er geen solisten ontstaan, waardoor een goed stuk uiteenvalt in diverse meer en minder goede delen. Dat kost concentratie, inspanning en beheersing en eist het volgen van het inzicht van de regisseur. Immers, deze heeft het stuk:
1e gekozen, waarbij hij al rekening hield met de spelers.
2e bestudeerd, waarbij hij de mogelijkheden overwoog, de toneeltechnische details reeds bepaalde en zich een beeld vormde van het geheel, dus hoe het stuk straks voor het voetlicht gebracht gaat worden.
Zowel regisseur als spelers bepalen samen de sfeer. Een regisseur die aldoor kankert is m.i. ongeschikt; een speler die alleen zichzelf zoekt kan beter zo spoedig mogelijk verdwijnen. Het devies van het amateurtoneel zou dus kunnen zijn: "Tot leeringhe ende vermaeck".
Want hij/zij die toneelspeelt, doet tevens aan karaktervorming. Het is n.l. heus niet altijd gemakkelijk om de je toegewezen rol te spelen zoals de regisseur het wenst. Het is zelfs heel moeilijk om van een rol die je niet aanstaat toch iets goeds te maken. Het kost beheersing om er niet een schepje bovenop te doen, zodat je medespelers wegvallen, als je merkt, dat je de lachers op je hand hebt. Maar als je ziet en hoort dat "de zaal" goed reageert, de andere spelers meetrekken naar een hoger niveau, dát is wat er van een goede amateurtoneelspeler(ster) wordt gevraagd.
En dat het mogelijk is, zien we gebeuren in onze eigen afdeling toneel. Er is daar een vriendenkring gevormd. In de ruim vier jaren van ons bestaan is bij de meesten een hechte band ontstaan met de Hobby Club in het algemeen en de afdeling toneel in het bijzonder. Natuurlijk zijn er ook die het niet zo sterk zien, maar dat zijn geen blijvertjes. De kern, en een grote kern, is goed. Daar is al veel mee bereikt en er zal nog meer mee bereikt worden.
Nieuwe leden zijn altijd welkom! Vooral mannelijke van ±18 jaar. Daar is nl. nogal verloop onder. De oorzaken zijn: studie, werk en militaire dienst. Dus mannen! "Kom er es kijken!"

A.E. van Munster.

Roel Andriessen, Goudenregenstraat 7, Dordrecht.
Wim Barto, Mart. Steynstraat 25, Dordrecht.
Kees van den Berg, Boshamerstraat 41, Dordrecht.
Ronnie van de Berg, Diepenbrockweg 300, Dordrecht.
Margriet Bodbijl, Sperwerstraat 27, Dordrecht.
Bram Bogaard, Admiraalsplein 284, Dordrecht.
Emiel Bolier, Th. de Bockstraat 25, Dordrecht.
Anja Boogaard, Dr. Mr. W. v.d. Berghstichting, Pav. Fresia, Noordwijk-Binnen.
John Boogaard, Toulonselaan 126, Dordrecht.
Ron Borger, Nassauweg 169, Dordrecht.
Gradus Broer, Tiesselenstraat 60, Dordrecht.
Pieter Bruinsma, Jupiterstraat 48, Zwijndrecht.
Wijnand Camerling, Tinelstraat 176, Eindhoven.
Fons Claesson, Iepenlaan 13, Dubbeldam.
Fred Damler, Maanplein 1, Dordrecht.
Petra Degenaar, Burgemeester Jaslaan 1, Dubbeldam.
Rob Dieks, Jan Vethkade 12, Dordrecht.
Gerard Dijkers, Abr. Kuyperweg 154, Dordrecht.
Tom Dogterom, Singel 230, Dordrecht.
Barry Driessen, Dubbelsteynlaan 189, Dubbeldam.
Arnold Fok, Houttuinen 13, Dordrecht.
Jan Giltay, Prinses Beatrixstraat 12, Dordrecht.
Ad van Ginneken, Juliana van Stolbergstraat 2, Dordrecht.
Johan van der Graaf, Kruisstraat 6, Zwijndrecht.
Johan Guequièrre, Wilhelminastraat 28, Dubbeldam.
Eva Hartog, woonark t.o. Houttuinen 34, Dordrecht.
Wilma Heurter, Heysterbachstraat 61, Dordrecht.
Cock van de Heuvel, Heinsiusstraat 72, Dordrecht.
Jacques van der Hofstede, Singel 217, Dordrecht.
Eric Hordijk, Ooievaarplein 127, Zwijndrecht.
Hans Huisman, Roerdompstraat 5, Dordrecht.
Mart Hurkmans, Adolf van Nassaustraat 12, Dordrecht.
Co Jacobs, Noordendijk 190, Dordrecht.
Fred Janse, Reigerstraat 15, Dordrecht.
Hans Jansen, Th. de Bockstraat 70, Dordrecht.
Anja de Jong, Genemanstraat 8, Dordrecht.
Bas de Jong, St. Jorisweg 11, Dordrecht.
Herman Joosten, Frederikstraat 45, Dordrecht.
Dick Kamberg, Van der Duyn van Maasdampl. 25, Dordrecht.
Reinder Kaptein, Ceruslaan 45, Dordrecht.
Gerard van Kerchove, Boshamerstraat 11, Dordrecht.
Dick van dor Knaap, Varkenmarkt 73b, Dordrecht.
Ruud de Koning, Sperwerstraat 29, Dordrecht.
Dineke Kraal, Heysterbachstraat 59, Dordrecht.
Jan Kraal, Heysterbachstraat 59, Dordrecht.
Eva Kuiters, Kokmeeuwstraat 20, Dordrecht.
Louk Lachnit, Reinkumstraat 18, Dordrecht.
Cora de Lange, Krispijnseweg 191, Dordrecht.
Jaap van der Leer, Groenmarkt 40, Dordrecht.
Leo de Man, Voorstraat 421, Dordrecht.
Cor van de Merwe, Kokmeeuwstraat 4, Dordrecht.
Henk van der Merwe, Halleyweg 183, Dordrecht.
Peter van Mersbergen, Johan de Oudestraat 26, Dordt.
Ruud Meyer, Johan Wagenaarstraat 22, Dordrecht.
Edward Mutsaers, Singel 96, Dordrecht.
Frank Noordzij, Nieuwe Haven 43, Dordrecht.
Orlant Odubert, Chr. de Wetstraat 18, Dordrecht.
Louis Okkerse, Populierenlaan 14, Dordrecht.
Ruud Ooyen, Van der Tempelstraat 6, Dordrecht.
Dick den Otter, Frederikstraat 39, Dordrecht.
Toon Ossewaarde, Heinsiusstraat 2, Dordrecht.
Betty Pannekoek, Ceramstraat 20, Dordrecht.
Matthijs Peetoom, Badweg 2, Dordrecht.
Rob v.d. Pol, Prunusstraat 5, Dordrecht,
Wineke Robinson, Kleine Beerstraat 124, Dordrecht.
Don Roubos, M.H. Trompweg 216, Dordrecht.
Herman Rozendaal, Spechtstraat 29, Zwijndrecht.
Kees Ruurs, Reeweg Oost 230, Dordrecht.
Els Schaap, Jonckheer v.d. Wall-Repelaerlaan 24, Dubbeldam.
Frans Schaffels, Singel 11, Dordrecht.
Edwin Schallig, Colijnstraat 8, Dordrecht.
Wim Scheening, Eigenhaard 12, Dordrecht.
Kees Schellenbach, Mauritsweg 108, Dordrecht.
Nel Schepers, Mart. Steynstraat 8, Dordrecht.
Marijke Schipper, Willem-Alexanderstraat21, Veldhoven.
Marionnel Schots, Gen. S.H. Spoorstraat 78, Dordrecht.
Hans Schreuder, Chr. de Wetstraat 32, Dordrecht.
Rob Seinen, Burg. Verkadesingel 2, Vlaardingen.
Henk Smit, Celebesstraat 10, Dordrecht.
Hilly Smit, Celebesstraat 10, Dordrecht.
Joost Smits, Krispijnseweg 55, Dordrecht.
Kees Snoek, Van Assendelftstraat 13, Oegstgeest.
Bob Solinger, Heinsiusstraat 27, Dordrecht.
Harry Speelman, Chr. de Wetstraat 19, Dordrecht.
Rieke van der Stoep, Waterhoenstraat 21, Dordrecht.
Chris Streefkerk, Weeskinderendijk 53, Dordrecht.
Marianne Ströhmeyer, Stek 29, Dordrecht.
Wim van Tilburg, Ten Katestraat 32, Dordrecht.
Kees Timmerman, Meelbessenstraat 13, Dordrecht.
Daan Tits, Van Bosseplantsoen 14, Dordrecht.
Cora Verschoor, Oranjestraat 62, Dordrecht.
Ries Versluis, Eigenhaard 21, Dordrecht.
Ans Versluys, Ceramstraat 10, Dordrecht.
Wout Verveer, Weeskinderendijk 29, Dordrecht.
Paul Visbach, Adelaarstraat 29, Dordrecht.
Thea van Vliet, Reeweg Oost 103, Dordrecht.
Eric de Waal, Floresstraat 11, Dordrecht.
Henk van de waal, Noordendijk 100, Dordrecht.
Lies Wiessner, Singel 212, Dordrecht.
Diana de Wit, Rubenstraat 100, Papendrecht.
Tineke van Wijngaarden, Riouwstraat 44, Dordrecht.
Koos Zilverschoon, Spieghelstraat 4, Dordrecht.

…….
…..

.

 

Financieel overzicht 1970 Hobby Club Dordrecht.

Inkomsten.     Uitgaven  
Saldo 1-1-'70 f 5335,40   Huur (3) f 3488,50
Contributies 2149,50   Gas (4) 857,85
Donaties 255,50   Elektriciteit (5) 2287,87
Subsidies (1) 3750,00   Administratie 257,56
Bar (2) 1720,00   Propaganda (6) 394,92
Diversen     427,71   Bar (2) 1762,30
      Fotografie 225,20
      Radio 89,67
      Scheikunde (7) 53,08
      Toneel 203,11
      Art. Hobbies 173,87
      Modelbouw 29,25
      Diversen 1733,27
      Saldo 31-12-'70 ..2088,34
  13638,11     13638,11
 

1) dit is subsidie van Provinciale Staten, die gegeven is over de bouwkosten van de Hobby Club.
2) dit lijkt op een verlies, maar de bar bevat nog voor f 400,- aan goederen.
3) in 1970 is aan de gemeente de huur betaald over 1967, 1968 en 1969.
4) dit is de rekening over de jaren 1967, 1968 en 1969.
5) dit is een afbetaling van 1967, 1968 en 1969 en een maandelijks voorschot van f 100,- over 1970; 6) hierbij is niet inbegrepen de huur van Kunstmin, deze is geboekt bij Diversen (f 122,50); 7) bij de afdeling Scheikunde is ook de afdeling Biologie inbegrepen, daar deze afdeling in de loop van 1970 is opgericht als onderafdeling van Scheikunde; per 1-1-1971 heeft afdeling biologie een eigen begroting.

…….

.

Begroting 1971 Hobby Club Dordrecht

Inkomsten.     Uitgaven.  
Contributies (1) f 2700,-   Huur 1971 f 2100,-
Donaties (2) 200,-   Gas (4) 300,-
Subsidies (3) 3000,-   Elektriciteit (4) 1200,-
Diversen       100,-   Administratie 200,-
      Inr. Gebouw (5) 1200,-
      Prop. en Puk 125,-
      Fotografie 150,-
      Radio 150,-
      Scheikunde 75,-
      Biologie 150,-
      Toneel 150,-
      Art. Hobbies 150,-
      Modelbouw        50,-
  f 6000,-     f 6000,-
 

1) berekend over 90 leden; 2) geschat naar het verkregen totaal van 1970. 3) geschat naar verkregen gegevens van de Gemeente Dordrecht; 4) geschat naar de gegevens verkregen over 1969 + extra i.v.m. aanschaffing elektr. kachels; 5) aanschaf kachels en verdere inr. v.d. afdelingen; 6) bestemd om alle grote bedragen van te betalen van 1971, zolang de subsidie nog niet toegewezen is.

Saldo 1 januari 1971:  
Bank f 560,73
Giro 1432,44
Kas        95,17
(6) f 2088,34

 

HET SLEUTELGAT.
Het was op een mooie dag in mei,
Dat een hij en een zij,
In een hotel, heel onverwacht,
Een kamer huurden voor de nacht.
De ober was heel beleefd en net
En gaf een kamer met een heerlijk bed!
Toen hij 's avonds nog eens informeerde,
Of er hier en daar nog iets mankeerde,
Hoorde hij aan de deur van het jonge paar
Kermen en zuchten en meer van dat misbaar
En hoewel het niet past en hoort
Werd onze ober door de gedachte zo bekoord,
Dat hij, alvorens heen te gaan,
Nog even voor de deur bleef staan.
Hij stond pas twee seconden daar,
Of hij hoorde de stem van haar:
"O Jan, maak toch geen gein,
Want je doet me o zo'n pijn."
"Och, vergeef me, lieve schat en geef me een zoen,
Maar je moet je vinger er niet tussen doen!
Zullen we dan nog eens wenden en keren?
En het nog eens opnieuw proberen?
Misschien wil het dan wel gelukken,
Jij moet trekken en ik zal drukken."
En de ober, die zichzelf vergat,
Bukte zich voor het sleutelgat!
En zo zag hij, hoe ze met hun volle gewicht
Op een koffer zaten, want die wilde niet dicht.

moi.

Woordspelingen.
trottoirband - straatorkest
vrijmetselaar - verliefde bouwvakarbeider
flikvlooi - insect op een stukje chocolade
brillantje - matroos met bril
marsepein - blaren bij de vierdaagse
dauwwurm - kind achter kinderwagen
motor - insect met middelbare acte.

moi.

Zoals je in het jubileumnummer hebt kunnen lezen, is de Hobby Club Dordrecht ontstaan naar aanleiding van de boeken van Leonard de Vries. Zijn eerste boek verscheen in 1947 en berustte op louter fantasie. Maar daar die fantasie inspirerend werkte, werden er meteen overal in den lande Hobby Clubs opgericht. Het aantal steeg zelfs tot zeventig! Enthousiaste jongelingen experimenteerden met "de jeugdgemeenschap-werkplaats" Hobby Club. Na een tijd bleek echter enthousiasme alleen niet voldoende, want velen moesten falen. Allerlei factoren konden leiden tot mislukking. Dat de HC Dordrecht bleef bestaan, komt doordat ze beschikte over enkele goede leden ( er was een vrij constant bestuur, ook een levensvoorwaarde voor de Hobby Club), verder kregen we gratis een clubgebouw en de Grote Hobby Club Vernietiger scheen onze deur voorbij te gaan. Je ziet: er kwam ook geluk bij kijken! De hobbyïsten van nu mogen dus wel allen die deze omstandigheden mogelijk hebben gemaakt dankbaar zijn. Toch moet ieder zich in acht nemen: af en toe steekt de Grote Hobby Club Vernietiger zijn kop nog op in Dordrecht. Negen jaar geleden had hij bijna zijn zin gekregen, als hij niet met enkele fanatieke tegenstanders had moeten afrekenen. En dan zaten wij niet zo genoeglijk deze Hobby Puk te lezen!
Maar terug nu naar de Hobby Clubs. In het kerstnummer van 1953 van de Hobby Puk, samengesteld in samenwerking met HC Den Haag, staan nog maar 26 Hobby Clubs vermeld. Deze waren indertijd verenigd in de Nederlandse Bond van Hobby Clubs, die ieder jaar een Paascongres hield, waarheen de Hobby Clubs hun vertegenwoordigers stuurden. Maar ook deze roemruchte NBHC en de later opgerichte Stichting ter Bevordering van het Hobby Club-werk hebben het van lieverlee kleiner worden van het aantal Hobby Clubs niet kunnen tegengaan. In die beginjaren vierde het idealisme voor gezamenlijke arbeid nog hoogtij. Maar idealisme alléén bleek op geen enkel gebied voldoende, evenmin op dat van de Hobby Club. Doorzettingsvermogen, organisatietalent, weinig financiële moeilijkheden plus een dosis gelukkig toeval waren nodig om een HC in stand te houden.
Een handjevol Hobby Clubs trof dit alles en aldus waren er op het HC-congres in 1957 vertegenwoordigers van slechts zeven Hobby Clubs, waarvan twee geen clubruimte hadden. Een droeve zaak, nietwaar? Wel, ik kan je vertellen, dat Hobby Club Almelo het nog een tijdje heeft volgehouden, maar dat de oud-voorzitter ervan nu geen contributie betaalt aan de HC Almelo, maar wel een donatie aan de HCD (onze sterrenkijker hebben we trouwens van de vroegere HCA gekregen)
Dit, wat de geschiedenis van de Hobby Clubs tot ong. 1962 betreft. En bijna hadden we ook de HCD op het lijstje van overleden Hobby Clubs kunnen zetten, als niet de oud-leden Gijs van Aardenne en Arend Kastelein zich ervoor hadden ingezet, dat de HC weer ging werken aan haar toekomst. Er waren toen nog maar zeven leden (in 1963). Gelukkig liepen er in Dordrecht Kees Ruurs, Jaap Timmermans en Margreet de Waard rond, die een bestuur vormden en een propaganda-actie organiseerden. En wat bleek toen: Leonard de Vries' ideeën sloegen toch nog wel aan. De Hobby Club herleefde! Hoe het verder is gegaan met de HCD, heb je kunnen lezen in "De twintig jaren van de HCD" in het jubileumblad.
In 1966 kon het Hobby Club-wezen een winstpunt noteren: Leonard de Vries had zijn boek "De Hobby Club" laten herdrukken bij de Arbeiderspers. Nadat zij het nawoord hadden gelezen, schreven vele enthousiaste jongelingen een brief naar onze Hobby Club. Sinds 1966 kregen wij brieven uit 47 steden, hier te lande en in België. Als men evenwel een vergelijking maakt met twintig jaar terug, dan merkt men op, dat de leeftijd van de hobbyïsten toen veel hoger was dan die nu is. De huidige oprichters zijn tien tot hooguit zestien jaar. En het valt niet te verwonderen, dat velen struikelen op het moeilijke pad van het hobby-experiment. In de loop der jaren kregen we uit vijf steden bericht, dat daar werkelijk Hobby Clubs waren opgericht, terwijl we niets hebben vernomen van opheffing ervan. Dus in het gunstigste geval bestaan er nog een stuk of drie van. Ik zal de adressen in volgorde van binnenkomst laten volgen:

1. Hobby Club Anderlecht (België)
Secr. Patricia van Wateghem.
Een brief van deze HC ontvingen we in september 1966. Verder hebben we niets gehoord. De HC bestond toen uit vijftien meisjes (het is trouwens interessant na te gaan, hoe de HC vroeger een jongensaangelegenheid was, terwijl nu veel meer meisjes er belangstelling voor opbrengen. Kijk maar naar ons bestuur)

2. Hobby Club Gent (België)
Secr. Kon. Atheneum Gent,
Voskenlaan 42.
Deze HC is opgericht in oktober 1968 en telde toen 40 leden. Men schreef echter, dat men met financiële moeilijkheden had te kampen.

3. Hobby Club Kesteren,
Secr. Aart van Ommeren,
Rijnbandijk 165,
Kesteren.
Deze HC is opgericht in juni 1969. Een delegatie van de HCD is hierheen geweest. Als je er meer over wilt weten, vraag dat dan maar aan Ruud Meyer. Na het bezoek van de HCD is geen bericht meer ontvangen.

4. Hobby Club IJmuiden,
Jeroen den Breejen,
Orionweg 61,
IJmuiden.
Deze HC bestaat, als het goed is, ± 11 maanden. De oprichters waren i.e.g. zeer enthousiast.

5. Hobby Club Aalst (België)
Secr. Dirk v.d. Eecken,
St. Annalaan 95,
Aalst.

De nieuwste aanwinst, opgericht in september 1970, heeft zes leden. Merkwaardig is, dat de invloed van Leonard de Vries zich steeds meer naar het zuiden uitstrekt. We wachten nu nog op uitbreiding van de lijst en eventuele berichten van opheffingen.
De toekomst zal uitwijzen, of we de Grote Hobby Club Vernietiger kunnen verwachten (pas op, ook HCD, hij aast nog steeds op een kans) of een Hobby Club Congres, compleet met Leonard de Vries, een enorm enthousiasme, grote krantekoppen en een herdruk van het Hobby Club-boek. Wat mij – en hopelijk ook vele anderen – betreft: laat het laatste het geval zijn.

Kees Snoek.

Een zeester is een dier met vier armen, zullen de meesten zeggen. Dat is wel zo, maar er bestaan ook soorten met vierentwintig armen. De grootte van een zeester kan variëren van 2,5 centimeter tot 2 meter. De vorm van het dier kan rond en vijfhoekig zijn, met alle mogelijkheden daartussen, terwijl de kleuren zandgeel en blauw tot paars kunnen zijn. Zeesterren voeden zich vnl. met weekdieren, maar er bestaan ook zeesterren, die voor hun soortgenoten niet veilig zijn; zelfs dode dieren versmaden ze niet, terwijl zo nu en dan een levende vis of een garnaal hun ook goed bekomt. De armen van een zeester zijn niet, zoals bij ons, een hulpmiddel, maar onderdelen van het lichaam, terwijl ook het regeneratieproces op alle armen van toepassing is. Als je een zeester kleiner maakt door stukjes van het lichaam af te snijden en de stukjes bij de zeester laat liggen, dan zul je na enkele weken al merken, dat er allemaal zeesterretjes gevormd zijn. De ogen van een zeester zitten aan het eind van zijn armen. Daar bevinden zich ook de pootjes met zuignapjes, die vermoedelijk dienst doen als tasters en als waarnemers van trillingen en smaak.
Er is een schatting gedaan, dat er ongeveer 2000 verschillende zeesterren bestaan, waarvan er één naar boven is gebracht van een diepte van 6000 meter, die de naam "Kamster" draagt. Verder is het nog leuk te vermelden dat een zeester binnen enkele seconden in het zand verdwenen kan zijn. De zeester eet niet zoals wij met de mond, maar hij draait zijn maag over het te eten voedsel heen; is het verorberd, dan wordt de maag weer naar binnen gekeerd en de maaltijd heeft meneer ster dan naar binnen gewerkt…

In de Nederlandse literatuur neemt Gerrit Achterberg wel een heel bijzondere plaats in. Geheel zijn oeuvre is een weergave van één voortdurende, niet-aflatende strijd om zijn gestorven geliefde – op welke manier en met welke middelen dan ook – te herwinnen.

's Dichters geliefde is lang geleden gestorven, een feit, dat Achterberg niet kon en niet wilde aanvaarden, een feit, dat er oorzaak van was, dat hij in ieder vers steeds weer in contact trachtte te komen met zijn geliefde. Deze pogingen bestonden niet alleen – zoals men geneigd is te denken – uit het oproepen van herinneringen, maar ook uit het tevoorschijn brengen van alle mogelijke en voor het merendeel onmogelijke situaties, die zouden kunnen leiden tot hereniging van dichter en geliefde.

In alle gedichten van Achterberg beleven we een strijd om een symbool, dat zijn geliefde voor hem is, weer tot leven te wekken, een strijd met angst, verbeten pogingen, vastberadenheid, twijfel en geluksdromen, waarin hij vaak zijn doel net niet bereikt. In het vers "Slaapwandeling" bereikt hij dit wel:

Ik heb vannacht met U gewandeld
in de dove lanen van de slaap,
en nu het morgen is geworden
is er niets veranderd,
dan dat die twee, die in de nacht tesaam
volkomen bij elkander waren,
mij weer alleen gelaten hebben in de morgen,
en samen verder zijn gegaan.

Die nacht was hij volkomen bij haar. Maar 's morgens ontdekt hij, dat hij alleen gelaten is en dat "die twee" samen verder zijn gegaan: zij en zijn ziel. Het bereiken van het doel wordt hier gevolgd door een ontgoocheling, evenals dit het geval is in het vers "Creatie": hier is hij uit een overrompelende slaap ontwaakt; in de slaap is het doel bereikt, doch het was hem teveel. Bij het ontwaken voelt hij haar aanwezigheid nog volkomen. Maar hij is nog zo bedwelmd in zijn toestand van volmaakt geluk, dat hij haar niet kan behouden: traag, maar genadeloos verdwijnt zij weer, waarna de lege morgen daagt...

In het gedicht "Majesteit" beleven we een opeenvolging van gevoelens, allereerst dit: haar lichaam heet: een lichaam door geen lied te deren. Aanvankelijk lijkt het lied van de dichter het lichaam, de aanwezigheid van zijn geliefde niet te schaden; licht en onkwetsbaar vlucht zij tussen de zinnen, scheert zij langs het ritme; hij voelt haar de rijmen binnendringen, voelt, dat zij zijn wezen volkomen in beslag neemt; zij gaat de beelden regeren en naar haar strenge leden dwingen. Buiten de dichter is niets in het lied aanwezig dan zijn geliefde: de hoop, dat zij hem haar gelaat zal toekeren, neemt toe; maar… ook deze keer wordt net niet het nagestreefde bereikt: de dichter moet gelaten uitzien naar een volgende poging: ik moet haar weer opnieuw formeren.

Het onmogelijke wilde hij mogelijk maken: de wens, uitgesproken in "Geologie" om:

eenmaal ergens
nieuw land te zijn,
buiten de kaart.

Buiten de kaart, in het gebied, waar zijn geliefde toeft.

Soms komt de dichter in vermomming, zoals in de Ballade van de gasfitter:

Ook kan ik binnen komen, doodonschuldig
en tot Uw dienst, gasfitter van beroep.

Achterberg zoekt aldoor naar een manier om "haar gebied" in te komen, zoekt naar een formule, waardoor dit gebied voor hem open zal gaan, een woord:

En nochtans moet het woord bestaan,
dat met u samenvalt.

Het boeiende van dit zoeken naar een manier, een methode is, dat het soms tot in de kleinste details is uitgewerkt:

Wanneer hij haar stenografisch volgt, besluit hij met:
eens trekt de letter in het eindgedicht
zijn laatste vrije ophaal om U dicht.

Er zijn tijden, dat de dichter moet bekennen, dat zijn hoopvolle vooruitzichten geen werkelijkheid werden:

ik krijg deviezen om U te bereiken,
doch moet terug, zodra ik niets meer heb.

Plotseling kan twijfel hem aangrijpen:

het oude doel,
maar nu gestold
in zoveel lied,
dat het geen vleugelen bezit:
de melodie
ligt opgerold.

Hieruit komt twijfel naar voren, twijfel aan het nut van zijn liederen, die zijn geliefde moeten terugzingen, maar helaas zóveel lied, zó zwaar belast, dat het voor de laatste af te leggen afstand de vleugelen niet spontaan kan uitslaan en de rest van de weg niet kan afleggen: de melodie, die moet samenklinken met die van zijn geliefde ligt opgerold, harmonieert niet, is te vaak gebruikt.

Maar welke twijfels er ook in hem mogen opkomen, toch beseft de dichter, dat hij moet doorgaan met zijn pogingen, al dichtend: hij kan wel proberen haar in zichzelf kwijt te raken, zoals in het vers "Zieken", maar daarna merkt hij op, hoezeer zij dan toch gemist wordt. In elk geval haar bééld moet blijven bestaan, wil hij haar niet voor hem verloren zien gaan:

wanneer uw beeld van binnenuit bederft
moeten mijn verzen als een huis vergaan,
waarvan de zolder in de kelder stort.

Als de dichter doordrongen is van dit idee: dat hij moet doorgaan met vechten, uit zich zijn sterke wilskracht:

wil terrein te houden in de nacht,
die ons was toegemeten:
voor de laatste m2
God, geef acht.

Hij wil in de zo korte nacht (de periode van de dromen), die haar en hem is toegemeten, terrein houden, zelfs zijn laatste m2 verdedigen, waarbij hij God aanroept hem te helpen.

Het echec van vorige pogingen ziende, komt Achterberg wel eens tot verzen, waaruit zijn angst blijkt: gij hebt een voorsprong in het niet. Zovele jaren geleden ben je heengegaan. De dodelijke achterstand die zich met ieder uur vergroot: ieder uur, dat de dichter leeft, verwijdert zijn geliefde zich verder van hem. Toch kan hij haar aanwezigheid voelen: hij vindt haar hand terug in de zijne, achter hem volgt een dubbelspoor voetstappen in het zand: daar liepen eens twee mensen…Nu kan hij daar alleen maar op terugkijken; want naast zich heeft hij haar verloren.
Na al deze strijd, dit herhaalde trachten haar terug te vinden, vraagt de dichter zich af, wanneer hij nu eindelijk weer bij zijn geliefde zal zijn. Hij vond de oplossing in zijn geloof:

GANG.
Evenwijdig aan deze schreden,
gaat in de dood, geheel bevrijd
van onmacht binnen ruimte en tijd,
zij, wier lichaam ik heb beleden
als lied en gelukzaligheid.
Ben ik langs deze weg geleid –
ik weet niet waar hij wordt gesneden
van gene, maar ik ben bereid –
dan ga ik over in de vrede,
waarin zij eenmaal heeft geschreid,
zeggend: ik neem je later mede,
bedoelende de eeuwigheid.

Het is duidelijk, dat de hoop van de dichter gericht is op een hereniging in de dood, die de eeuwigheid inluidt. Gerrit Achterberg is in1962 gestorven en de weg naar zijn geliefde gegaan. Hij liet de Nederlandse literatuur een aantal gedichten na, boeiend door hun gevarieerde uitwerking, terwijl slechts één motief ze beheerst.

Kees Snoek.

Ik zal maar direct bij het begin beginnen: op de afdeling fotografie wordt nog al eens de vraag gesteld: "Waarom ontwikkelen en afdrukken jullie alleen maar, waarom wordt er niet eens wat geëxperimenteerd; je kan toch veel meer met zwart-wit-film of -papier beginnen?" Daarom volgt hier een recept waarmee je met een gewone zwart-wit film in plaats van een negatief een positief kunt verkrijgen. (wit-zwart dia) Je gaat als volgt te werk:
Een zwart-wit film die je hebt volgeschoten ontwikkel je in promicol, na deze eerste ontwikkeling wordt kort gespoeld (± 5 minuten). Dan etst men het negatieve beeld weg in een ontzilveringsbad (aangezuurde kaliumbichromaat-oplossing).
Dit alles gebeurt in het donker; als de film enige minuten in het ontzilveringsbad is, mag men geen groen licht aansteken. (duur ontzilveringsbad 5 à 10 minuten) Hierna wordt weer ca. 5 minuten gespoeld. Daarop gaat de film in een ontkleuringsbad, bestaande uit een 10%-natriumsulfietoplossing, waarin de film blijft tot de oranje kleur verdwenen is. In de film ligt nu het positieve broomzilverbeeld besloten. Nu volgt een nabelichting (voor een film zelf uitproberen). Hierna wordt weer in promicol ontwikkeld tot de juiste zwarting is bereikt van het nu positief geworden negatief; tenslotte wordt er gefixeerd en gespoeld.
Ontzilveringsbad: Voorraadoplossing:
Kaliumbichromaat…….. 40 g.
Zwavelzuur 96%……… 40 ml.
Water............…... 1000 ml.
Gebruiksoplossing:15 ml. voorraad opl. + 85 ml. water.
Ontkleuringsbad: Natriumsulfiet (kristal)100 gr.
                       Water  ................. 1000 ml.
Hetzelfde kun je ook proberen met papier!
En nu maar experimenteren!

Johan van der Graaf.

Drims dorpsgeschiedenis

Door Drims duinachtige dreven drentelde dartel dominee Derken's deugdzame dochter Doortje. Dit dametje deed dolgraag deugdzame daden. Dagelijks drenkt Doortje de dorstige dieren.
Dertien donzige duifjes doorkliefden Drims dreven, doch de dartele dreumes Dirk – des dagloners Doris Donker – dreigde driest deze donzige diertjes. Dit deerde de dierenbeschermende Doortje. De dartele deern deed daarom den drommelsen dierenkweller door den deftigen diender des dorps dooreenschudden, doch de deugniet doorscheurde den donkerblauwen duffel des dienders. Dolzinnig doorboorde de degen des driftigen dienaars den doodsbleken deugniet. De dorpsdiender duizelde, doorziende de deerniswaardige doldriftige daad.
De dorpsschout dagvaardde dadelijk den doemwaardige doodslager.
Doch de diender deserteerde door de diligence, die Drims dorpsweg doorsneed. De dochter des dominee's Derksen doorleefde dientengevolge droevige dagen. Doortje doorkruisde daarna dagelijks dromerig de dennewouden, de dartelheid dervend, daar Dirk Donkers dood Doortje drukte. Dinsdag, de derde december doorsloop de droeve dood de deur des dominee's Derksen, diens deugdzame dochter Doortje dodende.
Dat doet de deur dicht.

Moi

Spreuk.

Het zwakke geslacht is sterk, door de zwakte van het sterke geslacht voor het zwakke geslacht.

VAN HET HERFSTKAMP, 16-19 okt. 1970 in "De Wildert".

Vrijdagavond om ± 9 uur arriveerden alle deelnemers van het zgn. voorkamp. Bij het licht van de volle maan werden de tenten opgezet. Met z'n allen zijn we daarna wezen wandelen. Op de rug lagen we sterrenbeelden te bekijken en we speelden paardje!
Om twaalf uur waren we terug in het kamp en de meesten gingen toen naar bed. Met vijf personen zijn we toen naar het openluchttheater gegaan en hebben tikkertje gedaan. In de nacht van vrijdag op zaterdag is er in tent 7 de H.Commune opgericht. (reglement te bevragen bij de communeleden) Oeoeoe.... wat was dat goed!
Zaterdag om half zes 's morgens kwamen Koos en Henk in het kamp na een tocht door heel Brabant. In de loop van de ochtend arriveerden andere brommers. We rommelden de hele ochtend maar wat aan, "weet-je-wel"?? Na het eten werd er gevolleybald. Natuurlijk lachten we ons een bult om Rein en "Het Zwarte Gevaar" (Ruud). Zaterdagmiddag vertrok Kees Ruurs en kwamen Cora en nog een paar meisjes.
Zaterdagavond hebben we eerst na het eten een groepsfoto gemaakt. Om ± 8 uur begon het kampvuur, dat tussen twee haakjes loeigoed brandde.
We zongen en zelfs Kees Snoek zong uit volle borst mee. Er werd warme chocolademelk gedronken.
Het was de bedoeling om na het kampvuur een wandeling te maken, maar dat ging niet door wegens gebrek aan enthousiasme.
Zondag om ± 10 uur werd er zo nu en dan iemand wakker. Bij elven ontbeten we en daarna gingen we trainen voor de volleybalwedstrijd van 's middags. Na de lunch werden die wedstrijden gespeeld.
Er werd hard gespeeld en we lachten ons weer een bult. De ploeg van Rein won repen chocolade...
Zondagavond aten we nasi....was lekker. Maar werkte flink na.
Om ± 9 uur werden we in twee groepen gedropped.
Dat was erg goed. Oeoeoeoe.....
We ontdekten al gauw dat we bij de Rucphense hei stonden. Paul viel tegen prikkeldraad en liep haast leeg. Hij kreeg een snor, "weet-je-wel".
We hebben toen tante oma Soos uit Rucphen omgeturned. Zelf waren we outgedropped.
Om ± 12 uur waren we weer terug, ook groep twee kwam toen net terug. De kampraad was intussen "uitgeslapen".
In de tent van Anja werd een feestje gebouwd. (feest in blik). Terwijl de anderen nog nafeestten, werden in de trein van kwart over vijf enkele nadoezelende feestvierdsters ontnuchterd door de conducteur, die hun een koude douche bezorgde in de vorm van een bon.
Om ± elf uur Maandag werden we wakker door het lieflijk getik der regen, e.d. Jammer, maar het plensde de hele dag. Toch was ook deze dag gezellig. In de Keet aten we alle restjes op. (koek, speculaas, e.d.)
Langzaamaan vertrok iedereen per trein of brommer.
Het is weer een zeer geslaagd kamp geweest. Dank aan de vaders Ruud en Rein en de moeders Corrie en Marionel. Hopelijk is het volgende kamp net zo goed.

Margriet Bodbijl.

Het is alweer een tijd geleden, dat jullie je hersens konden pijnigen op onze peinsdingen; het is ons weer gelukt, na twee jaar uit de roulatie te zijn geweest, een Hobby Puk samen te stellen en mèt een Puks Peins Pagina. De puzzel heeft Herman Rozendaal verzonnen, waarvoor we hem dank zeggen. Succes met de oplossing!

In de deling

OP/LSI\OI
   OP
   OLI
   OLN
     G

stelt elke letter een cijfer voor (verschillende letters verschillende cijfers). Als je erin slaagt de deling te vinden, blijkt, dat de cijfers "173100862" een woord voorstellen. Zoek dat woord.

De oplossingen kun je zoals gewoonlijk sturen naar de redactie van de Hobby Puk, Chr. de Wetstraat 21, E.V.

Openingstijden van ons clubgebouw:
woensdagavond van 7.00.u. tot 10.00.u.
zaterdagmiddag van 2.30.u. tot 5.00. u.
zaterdagavond van 7.00.u. tot 10.00.u.

clubgebouw: Oranjevrijstaatplein (boven-school)

speciaal ten behoeve van onze toneelamateurs is ons clubgebouw geopend op donderdagavond van 7.30.u. tot 10.00.u. Op deze avond worden geen andere leden op onze zolder verwacht.

Onze eigen bar voorziet ieder tegen redelijke prijs van frisdranken en diverse lekkere hapjes.

Vaak ook is ons clubgebouw geopend op zondagmiddag. Dit alleen om de sfeer tussen onze leden goed te houden. Op deze middagen worden vaak gezelschapsspelen gehouden, zoals

a. basketball
b. dammen
c. schaken
d. uitstapjes

De Hobby Club heeft de volgende afdelingen:

FOTOGRAFIE
RADIO
SCHEIKUNDE
ARTISTIEKE HOBBIES
BIOLOGIE
TONEEL
ASTRONOMIE
MODELBOUW

Elke nieuwe hobby is natuurlijk welkom, mits er genoeg liefhebbers voor zijn.

Contributie: f 2,50 per maand.