Hobby Puk, 10e jaargang, no 2

HOBBY PUK

van Hobby Club Dordrecht.

Redactie: Lies Wiessner, Peter Wolst.
Redactie-adres: Nassauweg 64, Dordrecht.
Technische staf: Daan Tits, Ries Versluis.
Gironummer: 601060 t.n.v. penningmeester H.C.D.
Clublokaal: Zolder Prinses Ireneschool, Ingang Chr. de Wetstr.
wo 7-10, za. 2-5 en 7-1- uur.

10e Jaargang, nummer 2                               Zomer 1966.
----------------------------------------------------------

INHOUD.

Van het bestuur.
Nieuwe leden.
Opzet van de Hobby Club.
Ratten.
Studie Rubriek Astronomie.
Studie Rubriek Fotografie.
Pinksterkamp.
U.F.O.
Microscoop.
Afdelingsnieuws houtbewerking
Afdelingsnieuws astronomie
Plastics
Puks Peins Pagina

Van het Bestuur.

Sinds het verschijnen van de vorige Hobby Puk is er wel het één en ander gebeurd. Toen waren we nog in het oude gebouw. Nu zitten we vol trots in ons nieuwe, dat we gezamelijk opbouwen en inrichten.
Het grootste gedeelte van de vloer licht er; slechts een paar stukken magazijnvloer moeten nog gelegd worden. Hopelijk is dit vlug gebeurd, zodat we dan kunnen zeggen dat we 700 m2 vloer ruimte hebben.
Snel verrijzen ook de muren. De stenen en sement, die in een recordtijd tot muren verwerkt. Tegen deze muren worden door anderen weer tafels gemonteerd, waarop we straks onze hobbies kunnen beoefenen.
Het werken aan de hobbies zelf ligt zo goed als stil. Alle krachten zijn nodig voor de verbouwing. De plannen van alle afdelingen zijn echter groots. Overal hoor je: "Als het gebouw klaar is, dan ….". Dit idee vooral geeft inspiratie om des te harder te werken. Hopelijk kunnen deze grootse plannen, b.v. de sterrenkoepel van Astronomie, verwezenlijkt worden. De Hobby Club heeft daarom de steun van diversen instellingen en personen nodig. Gelukkig heeft de H.C. bijzonder veel medewerking en hopelijk blijft dit zo, zodat de club kan groeien en tot ongekende bloei kan komen.

Het Bestuur.

Van de redactie.

Zoals jullie in de kop van de Puk hebben kunnen lezen,is de redactie overgegaan naar Peter Wolst en Lies Wiessner. Wij wensen hun veel succes en hopen dat zij op de ingeslagen weg door zullen gaan.

Nieuwe leden van 1 januari 1966 tot 19 juni.

Kees Aaldijk v.Aerssenstraat 8
Wesselien Booij Singel 185
Jan Landsmeer Engelenburgerkade 16
Piet Noordzij Mazelaarstraat 6
Frank Noordzij Mazelaarstraat 6
Sjoerd v.d.Sluys Schaperstraat 1
Hans Schmidt Heysterbachstraat 46
Luc Vlug Fr.Lebretlaan 70
Marry Venus Willem de Rijkestraat 23
Emmy Wiessner Nassauweg 64
Lies Wiessner Nassauweg 64
Wim Wiessner Nassauweg 64
Maarten v.IJk Jacob Catsstraat 18
Daan Tits v.Bosseplantsoen 14
Hans v.Deursen Dubbelsteynlaan 110, Dubbeldam
Anton Pool M.H.Trompweg 222
Elisabeth Horsten Bankastraat 75
Tony Klootwijk Dr.Boutenstraat 21,Zwijndrecht
Jacqueline Thoman Singel 108
Steve Stehouwer Talmaweg 155
 

Zó is de opzet van de Hobby Club Dordrecht.

De Hobby Club is een jeugdvereniging zonder jeugdleiders.
Stel dat je voor de eerste maal op de Hobby Club komt, dan zul je toch wel gauw in de gaten hebben dat de Hobby Club geen gewone jeugdvereniging is, maar wel een heel bijzondere club. Een jeugdleider zul je er tevergeefs zoeken. Als een vriendelijke jongen je vraagt voor welke hobbies je de meeste belangstelling hebt, kom je er misschien achter dat de voorzitter nauwelijks ouder is dan je zelf bent, evenals alle andere leden van het bestuur. Het lijkt wel of iedereen doet waar hij zelf zin in heeft en in feite is dat ook zo! Hoe is het mogelijk dat zo'n schijnbaar ongeorganiseerde vereniging toch zo goed draait? Schijn bedriegt, ook hier. Natuurlijk is de vereniging wel georganiseerd, maar het bestuur gaat er vanuit dat alles op z'n best gaat met de minste dwang en verboden.. alles wat moet of niet mag heeft op den duur een negatieve uitwerking, want als de leden iets tegen hun zin moeten doen, zullen ze liever wegblijven. Daardoor komt het wel eens voor dat de bestuursleden dingen opruimen die de gewone leden hebben laten liggen, maar meestal krijgen ze dan wel hulp van leden die ontdekken dat opruimen en schoonmaken óók veel voldoening kan geven. Er kunnen wel eens hartige dingen gezegd worden, maar een bestuurslid zal niet proberen iemand te overtuigen met het argument dat hij in het bestuur zit en hij daarom zou kunnen zeggen wat er gebeuren moet. Alles gebeurt zovel mogelijk in onderling overleg en met redelijke argumenten. Dat is de beste wijze om tot een zo vruchtbaar mogelijke samenwerking te komen. Samenwerking van de leden onderling en van de afdelingen met elkaar.

Statuten en reglementen.

In de statuten van Hobby Club Dordrecht zijn de belangrijkste beginselen van de vereniging vastgelegd. Het huishoudelijk reglement is bedoeld om, voor zover nodig, nadere richtlijnen te geven waar het bestuur en de leden zich aan moeten houden. Nu de Hobby Club onder nieuwe omstandigheden in de nieuwe clubruimte verder gaat, is het zaak dat de algemene ledenvergadering het huishoudelijk reglement nog eens in de aangepaste vorm opnieuw vaststelt. Ook de afdelingen kunnen hun eigen reglementen vaststellen, die ook goedkeuring van de algemene ledenvergadering behoeven en vanzelfsprekend niet in strijd met de statuten of het huishoudelijk reglement mogen zijn.

Doel en middelen.
De volgende artikelen uit de statuten van onze Hobby Club spreken voor zich zelf. Artikel 2 van de statuten luidt: De Hobby Club stelt zich ten doel bij de jeugd belangstelling op te wekken op het gebied van techniek, wetenschap en kunst en haar in staat te stellen liefhebberijen op dit gebied in clubverband te beoefenen en te ontwikkelen.
Artikel 3:
De Hobby Club tracht het in artikel 2 van de statuten omschreven doel te bereiken langs wettige weg en wel door:
a. het beschikbaar stellen van één of meer lokaliteiten, die op vastgestelde tijden voor de leden toegankelijk zijn;
b. het aan de leden beschikbaar stellen van materialen, gereedschappen en alle andere middelen, welke voor het bereiken van haar doel bevorderlijk zijn;
c. het geven van cursussen en het organiseren van excursies, demonstraties, lezingen, filmavonden en andere bijzondere bijeenkomsten;
d. het organiseren, of bijdragen aan de organisatie, van kampen,congressen en andere activiteiten, welke in dienst staan van het overdragen en consolideren van het contact van de Hobby Club gedachte en ter versteviging van het contact, zowel tussen de leden onderling, als eventueel tussen de leden en bestuursleden van verschillende Hobby Clubs;
e. het geven van voorlichting over het doel en de mogelijkheden van de Hobby Club;
f. het zonodig uitgeven van een orgaan;
g. het vormen en in stand houden van zodanige kassen en fondsen als zij voor de uitvoering van haar taak nodig acht;
h. het bevorderen en in stand houden van goede betrekkingen met andere aanverwante verenigingen;
i. het aanwenden van alle andere wettige middelen, die aan het doel van de Hobby Club bevorderlijk kunnen zijn.

Leden, aspirant-leden en buitengewone leden.

Jongens en meisjes van 14 tot en met 23 jaar kunnen gewoon lid van de Hobby Club zijn. Aan het gewone lidmaatschap gaat een aspirant-lidmaatschap gedurende een jaar vooraf. Het bestuur kan de tijd van het aspirant-lidmaatschap verlengen of verkorten. Daardoor kunnen bijvoorbeeld in bijzondere gevallen al aspirant-leden van twaalf jaar ingeschreven worden. Het bestuur beslist over de toelating tot het lidmaatschap en kan gewone leden die de leeftijd van 23 jaar overschrijden tot maximaal de leeftijd van 29 jaar buitengewoonlid laten blijven. Alleen de gewone leden hebben stemrecht. De Hobby Club kent geen ere-lidmaatschap, maar wel zijn aan enkele leden die zich naar het oordeel van het bestuur op bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt een zilveren H-tje uitgereikt als blijk van waardering en erkentelijkheid.
Als herkenningsteken kunnen de leden een H-tje dragen, waarbij de kleur de hobby van de drager aangeeft.

Het bestuur.

Jaarlijks wordt door de algemene ledenvergadering een bestuur gekozen uit de candidaten die door het bestuur gesteld worden en eventuele tegencandidaten die door 10 stemgerechtigde leden gesteld kunnen worden. Het bestuur kan vanzelfsprekend alleen uit gewone leden bestaan. Bij tussentijds aftreden van bestuursleden, vult het bestuur zichzelf aan. Alleen de voorzitter wordt steeds in functie door de algemene ledenvergadering gekozen. De overige bestuursleden verdelen de functies in onderling overleg en maken hier vanzelfsprekend geen geheim van. Bij het huidige grote ledenaantal bestaat het bestuur uit het maximale aantal van 9 leden. Er wordt gestreefd dat ieder jaar een minderheid van het bestuur door jonge leden vervangen wordt.

Afdelingen, instructeursen adviseurs.

Vier of meer leden kunnen,in overleg met het bestuur en met goedkeuring van de algemene ledenvergadering,een afdeling oprichten.
Momenteel kunnen de volgende hobbies op de H.C. beoefend worden: electriciteit,radiotechniek,natuurkunde,spoorwegmodelbouw,
scheepsmodelbouw,vliegtuigmodelbouw,houtbewerking,
metaalbewerking,tekenen,schilderen,boetseren,kunstnijverheid,
film,muziek en astronomie,welke zijn ondergebracht in de volgende afdelingen:Radio,Fotografie,Modelbouw,Hout-en Metaal-bewerking,Scheikunde,Artistieke Hobbies en Astronomie.
Elke afdeling staat,wat het beoefenen van de hobbies betreft,onder leiding van een hoofdinstructeur.De hoofdinstructeurs worden terzijde gestaan door enkele oud-leden en buitengewone leden,die als adviseur optreden.De hobbies staan onder leiding vanéén of meer instructeurs, meestal de leden met de meeste ervaring op dit gebied.Nog niet voor alle hobbies zijn evenwel voldoende instructeurs en adviseurs gevonden.
Eénmaal per maand wordt met de leden van het dagelijks bestuur een instructeursvergadering gehouden.

Activiteiten.

Zoals al gezegd,wordt er naar gestreefd dat iedereen zoveel mogelijk kan doen waar hij het meeste zin in heeft. Leden kunnen aan werkstukken voor zichzelf of aan projecten van de Hobby Club werken.De meer ervaren leden staan de minder ervareb leden met raad en daad bij.De instructeurs zorgen meestalwel dat er projecten zijn waaraan gewerkt kan worden,maar het is de bedoeling dat de leden zoveel mogelijk met eigen voorstellen en initiatieven komen.Dat wordt vanzelfsprekend van de leden verwacht, want het bestuur en de instructeurs kunnen er niet voor Zorgen dat iedereen aan iets werkt .Er wordt zoveel mogelijk gedaan om gunstige werkomstandigheden te scheppen.

Materialen.

Voor zover het redelijk is en uiteraard binnen het vermogen van de Hobby Club, kan iedereen de hulpmiddelen krijgen die hij voor zijn hobbies nodig heeft.
Zo is het behoud van de gereedschappen een grote zorg, even als het onderhoud.
Ook met materialen wordt zuinig en zorgvuldig omgesprongen. Zo heeft de afdeling Radio bouwdozen, waarvan de onderdelen steeds weer opnieuw gebruikt worden. Van de zelfgebouwde meetinstrumenten hebben alle radioleden profeit. De materialen die de leden voor zichzelf gebruiken, moeten natuurlijk verrekend worden. Een voorbeeld is het fotopapier van de afdeling Fotografie, voor zover het gebruikt wordt voor privé afdrukken of vergrotingen.
De meeste leden helpen op het ogenblik volop met de opbouw en inrichting van de nieuwe zolder, om zo snel mogelijk goed geoutieerde afdelingen te hebben.

S.B.H.C.D.

Het hiervoor genoemde zou zeker niet helemaal mogelijk zijn, zonder de geweldige steun die de Hobby Club van de gemeente Dordrecht en vele bedrijven in Dordrecht en omgeving krijgt.
Om een wat officiëler contact tussen de overheid, het bedrijfsleven en de Hobby Club mogelijk te maken, is de Stichting tot Bevordering van Hobby Club Dordrecht (S.B.H.C.D.) opgericht. De verwachting is dat met deze opzet Hobby Club Dordrecht zich tot een gezonde en zeer speciale jeugdvereniging zal kunnen ontwikkelen, waar veel jeugdige Dordtenaren steeds met plezier hun hobbies zullen kunnen beoefenen.

Dierenrubriek No.2

Ratten.

De familie ratten bestaat uit de bruine rat(ook wel waterrat of rioolrat genaamd)en de zwarte rat(huisrat of pestrat). Deze dieren werden vaak met elkaar verward en daarom zal ik de verschillen in tabelvorm samenvatten.

bruine rat zwarte rat
1. groter(tot 500g.) kleiner(tot 250g.)
2. staart korter dan lichaam staart langer dan lichaam
3. achterpoten deels kaal poten behaard tot tenen
4. snuit spits snuit nog spitser
5. oren en ogen groot oren en ogen groter
6. rug bruin,buik witgrijs rug en buik zwart
7. algemeen voorkomend plaatselijk algemeen
8. leeft platvloers bij water leeft hoger, mijdt water
9. graver en zwemmer geen graver en zwemmer,wel klimmer
10. uitwerpselen ovaal, bijeen uitwerpselen spoelvormig, verspreid

Men zegt algemeen dat ratten "vieze" beesten zijn,toch kent men veel intelligentieproeven met ratten.
Ratten hebben uitstekende zintuigen en zijn zeer intelligent,de zwarte rat nog wel het meest. Ze zijn daardoor moeilijk te vangen.
Nu wat algemenere dingen waarvan velen versteld zullen staan. Ratten komen bijna overal doorheen.Ze vernielen alles wat in de weg staat.Loden waterleidingen en elektriciteitskabels zijn dikwijls het slachtoffer van hun vernielzucht. Ze roven graag eieren,kuikens en zelfs wel kippen.
Een enkele maal worden zelfs biggen en lammeren aangevallen en gedood.
Op sommige eilanden,bijv.Schiermonnikoog,bedreigen ze de vogelstand in ernstige mate. De schade die zij in ons land jaarlijks aan land- en tuinbouw,aan voedselvoorraden en op andere wijze toebrengen,betekent een verlies van vele miljoenen guldens(50-60 miljoen gulden;elke nacht dus f140.000,-).

De bruine rat eet 25gram per dag. Vaak zijn er 100 ratten op een landbouwbedrijf.De 2,5 kg. dan per dag is een merkbare voedselhoeveelheid(varkens- of kippenvoer).Opvallend na opruiming van de ratten is de voedselbesparing.
Soms klaagt men zelfs:

"Nu eten de varkens minder".

Ratten zijn uitstekende ziektenverspreiders. In sloten en riolen raken ratten makkelijk besmet met de paratyfusbacil. Deze wordt dan op de vreemdste manieren aan de mens doorgegeven.De bruine rat brengt met zijn urine de verwekker van de ziekte van Weil(50% kans op de dood) in het water.
Eet een varken een rat die trichine heeft,dan kan de mens door het eten van ongekookt varkensvlees trichinose krijgen. Wie een rat met de hand oppakt,loopt kans op besmetting met paratyfus,ziekte van Weil of met tetanus. Verder zou de bruine rat ook pest,mond-en klauwzeer,miltvuur,ziekte van Bang,enz. kunnen overbrengen.Ook zou ik rattebeetziekte willen noemen. Dit is een heftige koorts,die optreedt tengevolge van infectie na de beet van een rat.
De rattenbevolking van schepen bestaat voor 90% uit zwarte ratten. Het uitgassen van de scheepsruimen met blauwzuurgas is een bekende quarantainemaatregel.

Voorplanting

Het nest bestaat uit stro, hooi, touw papier en ander droog materiaal. Van het voorjaar tot de herfst werpen beide soorten na een draagtijd van 23 dagen telkens 5-19 naakte, blinde jongen. Deze zijn na 3-4 maanden volwassen.
De zwarte rat kan 7 jaar worden, de bruine rat 3-4 jaar. Theoretisch kan één paartje per jaar 800-900 nakomelingen hebben. Practisch echter ongeveer 200-300. Als voornaamste beperkende factoren ziet men tegenwoordig het feit dat de wijfjes na 15-18 mnd. niet meer werpen en dat van de jonge ratten 75% sterft vóór ze volwassen zijn.
Bij een dergelijke leefwijze en voortplantingsvermogen is het geen wonder dat ratten tot de belangrijkste vijanden van de cultuur gerekend kunnen worden.

Rattenbestrijding.

1. Het sparen van de natuurlijke vijanden,vooral bunzing, wezel,hermelijn,uil,buizerd,torenvalk en meeuwen.
Het houden van katten(of soms honden).
2. Ratweringsmaatregelen.
3. Rattenjacht met hond en geweer,klemmen,vallen.
4. Vergiftigen.

Punt 1 is duidelijk genoeg,maar punt 2 zou wat nader besproken kunnen worden. Met ratweringsmaatregelen bedoelt men het "ratdicht" maken van schuren,kelders,huizen,boerderijen en fabrieken doormiddel van betonnen randen onder deuren liefst beslagen met ijzer.Ook het opvullen van scheuren in de muren met beton is nodig.
Het gul uitstrooien van brood voor vogels en eenden moet beperkt geschieden. Die dit op plaatsen waar de ratten niet kunnen komen.
Punt 3 heeft ook geen nadere uitleg nodig.
Punt 4 is misschien nog wel het belangrijkste. Men heeft ontelbare vergiften voor ratten,maar de meeste,zoals bijvoorbeeld zeeajuin,zijn al te sterk verouderd. Tegenwoordig werkt men liever met meer doeltreffende vergiften zoals zinkfosfide,rattenkruid en thalliumfosfaat.
De nieuwste (sinds 1952) zijn cumarine-derivaten. De ratten lopen erdoor,likken zich af en krijgen ernstige inwendige bloedingen,vooral van de lever.Een praktisch voordeel is, dat de stervende ratten niet wegkruipen,maar rond blijven lopen.Ze gaan zelfs bij voorkeur naar buiten en sterven daar. Deze methode is helaas vrij duur,meestal te duur om in het groot te proberen ;voor universeel gebruik zijn ze dus niet zo geschikt.
Men moet ook kijk hebben op het uitleggen.Ratten hebben in hun actieterrein voedselpaden,speelpaden en vluchtpaden. Deze paden zijn afgebakend met urine en uitwerpselen. Eventueel moet men tijdens zo'n actie honden en vooral de katten goed voeren.Een goed tegengif tegen het middel is vitamine K. Men verwerkt het gif tegenwoordig ook in lokaas bijv. zemelen of een goede kwaliteit haver met wat slaolie. Men moet het echter steeds opnieuw vers klaarmaken.
Enige jaren geleden had men de muizenparatyfusbacil gekweekt om een rattenbacteriologische bestrijding ten uitvoer te brengen. Er traden echter onder de mensen ernstige ziekteverschijnselen op en sindsdien is het verboden.
Op vuilnis belten neemt men vis of vlees met cumarine,het stinkt erger dan het vuil en hier komen de ratten op af.
Ik heb hiermee gehoopt meer mensen "rattenwijs" te maken, omdat er nog te weinig aandacht aan dit onderwerp wordt besteed.

Tot de volgende keer,

Camille.

Studierubriek Astronomie.

Hierbij begint afdeling astronomie zijn studierubriek onder het motto:

Het ontstaan van het heelal.

Van het begin der mensheid heeft men zich afgevraagd hoe zouden de zon, maan, sterren en aarde ontstaan zijn? Veelal werd dit, doordat de mens nog te primitief was,toegeschreven aan één van de goden waaraan men in die tijd geloofde. Naarmate de mens redelijker kon denken, kwamen deze theorieën in gedrang.
Toch heeft men nog steeds geen definitief antwoord kunnen geven op deze vraag. Er zijn vele theorieën opgesteld en van deze theorieën zijn er twee over, die nog aannemelijk worden geacht.
Dit zijn:
Ten eerste"THE BIG BANG", die ons leert dat het heelal ontstaan is uit een enorme ontploffing.
Ten tweede "THE STADY STATE THEORY", deze leert ons dat het heelal uitdijt en dat de ruimte, daardoor vrij gekomen, opgevuld wordt door nieuw gevormde materie.
Eerst zal ik beide theorieën wat uitvoeriger behandelen.
" BIG BANG" " ± 20 miljard jaar geleden ontplofte een ontzaglijke, sterk samengebalde massa plasma, zodat er een enorme hoeveelheid energie vrij kwam, waaruit zich later de materie en antimaterieheeft gevormd. Uit de hierbij ontstane waterstof ontstonden weer de sterren, waaruit weer de planeten ontstonden. Over ± 80 miljard jaar zal deze ontploffing weer plaats vinden, doordat materie elkaar aantrekt, zodoende concentreert de massa zich weer en ontploft ten gevolge van de grote warmteontwikkeling veroorzaakt door de hoge druk in de kern.
"STADY STATE THEORY", of zoals hij tegenwoordig heet Status Quo Theory, begint langzaam het onderspit te delven.Het heelal dijt wel uit, maar de gemiddelde dichtheid verandert niet, door de opvulling van nieuwe, uit het niets gevormde materie en wel zo dat de aanblik van het heelal voor de waarnemer gelijk blijft. Per seconde ontstaan een kwartmiljoen waterstof atomen.
Fred Hoyle heeft onlangs zijn theorie zodanig gewijzigd, dat deze voor een gedeelte van het heelal overeenkomt met de "Big Bang" en dat voor de rest van het heelal de oude theorie nog steeds geldt.
Een punt van overeenkomst tussen beide theorieën is dat beide uitgaan van het uitdijende heelal , met het verschil dat "Stady State" aanneemt dat het heelal steeds grote wordt, maar de dichtheid hetzelfde blijft, tegenover "Big Bang" die aanneemt dat de dichtheid steeds kleiner wordt.
Daar de"Big Bang" de aannemelijkste van de twee is, zal ik hiervan de geschiedenis behandelen.
De geboorte van de "Big Bang" theorie:
In 1922 voorspelde de Russische wiskundige Dr. Alexander Friedman, via de veldvergelijkingen van Einsteins algemene veldtheorie, de mogelijkheid van het uitdijende heelal.
De eerste ondersteuning van deze voorspelling kwam in 1928 van Mount Wilson. Het licht van de melkwegstelsels was roder dan men verwacht had, hetgeen erop wees dat de melkwegstelsels zich met grote snelheid van elkaar verwijderden .

Dr. Hubble van Mount Wilson ontdekte dat de verst verwijderde melkwegstelsels zich het snelst van ons verwijderen,hetgeen ook te verwachten was, als men in de "Big Bang" gelooft. Want zoals bij iedere explosie vliegen de verst verwijderde stukken met de grootste snelheid weg.
Onmiddelijk daarna kwamen de vragen op:
1. Hoelang geleden ontstond de ontploffing?
2. Hoe ontstonden sterren en planeten?
3. Hoe werden de vele elementen gevormd?
Het antwoord op vraag 1 en 2 is hierboven al gegeven.
Op de laatste vraag heeft men een voorlopig antwoord gevonden. In 1938 ontdekte men dat de sterren hun waterstof verbranden onder vorming van warmte en Helium. Deze Helium wordt omgezet op dezelfde manier in Lithium en zo het hele periodiek systeem langs. Eén van de grootste geleerden van de "Big Bang" is dr. Maarten Schmidt, een Nederlandse Amerikaan. Hij is de ontdekker van de zogenaamde quasars. Hij is er in geslaagd 22 van deze quasars te lokaliseren.Als De Schmidt nog ± 80 quasars kan lokaliseren, zal hij de kromtestraal van het heelal kunnen berekenen, zodoende de grote en daaruit het preciese tijdstip waarop de "Big Bang" ontstond.
De vele andere vragen die gesteld zijn, zijn nog niet voldoende te beantwoorden. Het is zoals Dr. Phillips Morrison een zei:"Nog steeds zitten we op de bewaarschool van de kosmologie, maar we hebben goede hoop weldra de eerste klas van de lagere school te bereiken."

Wim Wiessner.

STUDIERUBRIEK FOTOGRAFIE.

Nadat we de vorige keer enige technische achtergronden van de fotografie behandeld hebben, willen de het deze keer eens over de opname-esthetiek hebben.
1."Fotografie is een eigen onvervangbaar uitdrukkingsmiddel." Peter Charpentier.
2. Fotograferen betekent "tekenen met licht" en dus gaan we eerst dit allerbelangrijkste verschijnsel in de fotografie eens wat nader bekijken: het licht.
We kunnen de verschillende soorten licht ten eerste indelen naar de stand ten opzichte van onderwerp en fotograaf.
A. Licht kan uit 5 hoofdrichtingen komen:
1. Pal achter. Het licht komt, wanneer de fotograaf met zijn gezicht naar het onderwerp toestaat, van achter de fotograaf vandaan.
2. Schuin achter. De lichtrichting vormt een hoek van 45 graden met de lijn fotograaf-onderwerp.
3. Van opzij. Dit noemen we zij-licht of strijklicht. Het werkt heel plastisch, doet alle oneffenheden goed uitkomen en is vooral voor architectuur-fotografie erg geschikt.
4. Schuin voor. Half-tegenlicht noemenwe dit. Met dit licht worden alle contrasten al groter. Nog sterker werkt echter het volgende soort:
5. Pal voor. Het beroemde tegenlicht! Hele boeken zijn er over dit soort licht geschreven ("Mein Technik-Meine Bilder", Jenö Dulovits). Er zijn dan ook zeer fraaie resultaten mee te bereiken.
Helemaal sluitend zijn deze namen niet. Wanneer we bijvoorbeeld iemand "en profil" ( van terzijde ) fotograferen en het licht schijnt het "slachtoffer" midden in het gezicht, noemen we dit "voor-licht", hoewel het volgens bovenstaand "zij-licht" zou moeten heten. Maar ja.
B. Licht kan van verschillende hoogten komen. Bijvoorbeeld schuin van onderen, van ooghoogte, schuin van boven, recht van boven. Speciale namen heeft dit alles niet, behalve licht recht van boven, dat noemen we, in de portretfotografie tenminste, toplicht.
Vervolgens kunnen we het licht indelen naar "karakter": gericht licht en diffuus licht. Deze namen spreken voor zichzelf.
3. Na al dit gepraat over licht nemen we het volgende onderwerp bij de kop: Compositie.
Wat is compositie? Compositie bestaat uit het rangschikken van punten, lijnen en vlakken in een bepaald raam.
Zonder enige twijfel is dit een definitie die niet geheel klopt, maar we zullen het er toch maar mee doen.
Ten eerste het raam: Uw negatief-formaat. Dit kan vierkant ( 6 bij 6, 4 bij 4 cm.) of langwerpig ( 6 bij 9, 4 bij 6 cm of 24 bij 36 mm.).
De gulden Snede heet het ideale formaat te zijn. De praktijk wijst uit dat opnamen op een vierkant formaat bijna altijd moeten worden uitvergroot op een rechthoekiger formaat, om tot een bevredigende compositie te komen.
Wanneer we eenmaal een rechthoekig formaat hebben, moeten we kiezen tussen staand en liggend. Ook deze keuze hangt af van het onderwerp en onze bedoeling ermee.
Bijv.: Een rij statige populieren kan ik me moeilijk anders voorstellen dan in een staand formaat en een wijds zee gezicht anders dan in een liggend formaat, maar in speciale gevallen kan een uitzondering hierop misschien wel aanvaardbaar zijn, of zelfs meer dan aanvaardbaar.
In de meeste gevallen zal het nodig zijn ons te concentreren op een hoofdonderwerp.
Bijv. een gewoon, kaal weidelandschap zal al heel gauw gaan vervelen; staat er tevens een watermolen in het beeld, dan knapt het al een stuk op.
Maar waar moet die molen nu staan?
Niet in het midden: symmetrie moeten we over het algemeen vermijden. Het beste is om het hoofd onderwerp op één van de z.g. "sterke punten" te plaatsen. Daartoe delen we de zijden van onze foto in drieën, verbinden de punten met lijnen en de snijpunten zijn de vier "sterke punten".

Om verder nog de aandacht op ons hoofdonderwerp te richten, kunnen we gebruik maken van de "invoerende lijnen", bijv. een weg die zich vanuit de links-onderhoek naar de molen slingert. Er staat niet voor niets: vanuit de links-onderhoek, want de diagonaal links-onder/rechts- boven is bijzonder geschikt om de blik langs te voeren.
Tevens moeten we letten op de plaats van de horizon: niet in het midden, geen symmetrie! Of hij onder of boven het midden moet, hangt ook al weer van de situatie af: bij een grote wolkenlucht onder het midden, als het gaat om de aarde zelf boven het midden.
Een foto heeft maar twee dimensies, de werkelijkheid drie. Dus we gaan een derde dimensie suggereren: we zorgen voor een voorgrond vulling.
Dit kan bijvoorbeeld de zware stam van een boom zijn, met aan de bovenrand van de foto het gebladerte. Het mogen gerust silhouetten zijn, dan hebben we meteen de licht-donker werking. Het hoofdonderwerp licht, de omlijsting donker.
Verder toont de derde dimensie zich door smaller wordende bomenrijen, een smaller wordende weg (Denk eens aan de weg van de invoerende lijn!). etc.
4. Het smaller worden van bomenrij en weg hoort al onder het hoofdstuk perspectief. Daar is nog wel wat meer over te vertellen. Het perspectief waarin we een bepaald voorwerp zien, wordt bepaald door het standpunt. Wanneer we bijvoorbeeld een kubus recht van boven bekijken, zien we: tek. 2 Wanneer we hem schuin van boven bekijken, zien we: tek. 3
Wanneer we hem op ooghoogte houden, zien we: tek 4

Deze drie soorten perspectief kunnen we respectievelijk vogel-, normaal-, en kikvorsperspectief noemen.
Een andere zaak is de bekijksafstand:
Wanneer een boom 25 m. van ons afstaat en een menselijk figuur 5 m. en we fotograferen die twee, zien we tekening 5.

Wanneer we op 40 m. van de boom 20 m. van de persoon gaan staan (persoon en boom veranderen onderling van stand!), zien we tekening 6.

Als we een groot gebouw fotograferen en we houden de camera schuin achterover, lijkt het op de foto of het gebouw achterover valt. U hebt dit vast wel eens gezien, let er anders eens op. Ook deze vertekening is een kwestie van perspectief. Zorg dus bij architectuur-fotografie, dat u de achterwand van de camera evenwijdig houdt met de rechtopstaande muren, als u tenminste prijs stelt op natuurlijke weergave. Als u op bijzondere effecten uit bent, kunt u al deze regels terzijde leggen.
5 Materiaalweergave.
Een interessant onderwerp waar ik, door het gebrek aan plaatsruimte gedwongen, slechts enkele dingen kan zeggen. Denk steeds:"Waarom onderscheidt dít materiaal zich van dát materiaal?" Watonderscheidt leer op het eerste gezicht van rubber? Het sleutelwoord is hier natuurlijk: oppervlakte-structuur en daarmee samenhangend, de manier waarop het licht weerkaatst wordt.
6. Achtergrond.
Voorwaar een belangrijk onderwerp. Ook hier weer een paar losse opmerkingen. Hoe maken we de achtergrond "onzichtbaar"? Ten eerste kunnen we de gewone, eventueel genuanceerde achtergrond volkomen onscherp laten worden door hem buiten het scherptedieptebereik van de gebruikte afstandsinstelling plus het gebruikte diafragma te laten vallen.
Ten tweede kunnen we ons voorwerp(tenminste als het klein is) fotograferen tegen een oplopend stuk karton. Alleen de schaduwen die de lamp(en) geven zijn heel moeilijk weg te werken. Het is mogelijk een pikzwart stuk karton te nemen, maar als we een lichtere achtergrond willen hebben, doen we het volgende: we nemen een glasplaat, zetten die op een paar plankjes en leggen daar het te fotograferen voorwerp op. Wanneer we de lampen er nu maar niet recht boven zetten, maar de camera wél, vallen de schaduwen eenvoudig buiten het beeld!

Rob Ruurs.

Bestuur.

Voorzitter:
Kees Ruurs Reeweg 230 Dordrecht
Vice voorzitter:
Maarten van Ijk Jac. Catsstraat 18.
Secretaris:
Wim Wiesner Nassauweg 64.
Penningmeester:
Jaap Timmermans Torenstraat 12.
2de Penningmeester:
Daan Tits van Bosseplantsoen 14.
Algemeen Adjunkt:
Kees Aaldijk van Aersenstraat 8.
Archivaris Bibliothekaris:
Dick van de Knaap Julianalaan 2 Dubbeldam.
Materiaal Commissaris:
Hans van de Wiel Steenbokstraat 42 Zwijndrecht.

Redactie.

Lies Wiessner
Louise Kieboom
Helene Kempe
Peter Wolst

Technische Staf.

Daan Tits
Ries Versluis

Eindredactie.

Kees Aaldijk

Bouwcommissie.

Maarten van Jik
Jaap Timmermans
Daan Tits
Hans van de Wiel
Ries Versluis

Pinksterkamp, 28-30 mei.

Ook dit jaar is er weer een Pinksterkamp gehouden.
Met 4 meisjes en 22 jongens zijn we naar"de Wildert" gegaan. We hebben hier dankzij het uitstekende weer en de goede stemming drie prettige dagen gehad.
Zaterdag zijn we om 9 uur vertrokken en omstreeks de middag in "de Wildert" aangekomen. De grote bagage is gebracht door de heren V.d.Kade en Ruurs, waarvoor wij hen hartelijk danken.
Na het opzetten van de tenten zijn we 's middags de omgeving gaan verkennen en gaan volleyballen. 's Avonds hebben we na (heel, heel laat) gegeten te hebben een avondwandeling gemaakt.
De volgende dag hebben we de ochtend doorgebracht op een militair oefenterrein en de middag in Bosbad Hoeven.
Nadat we sla en ei bij de aardappelen hadden gegeten,kon iedereen op zijn eigen wijze de avond doorbrengen, o.a. door in een schuur te gaan dansen.
Na de tweede nacht, die bijna even koud was als de eerste, hebben we gezamelijk gevolleybald, tussen de middag appelmoes en gehakt gegeten en daarna het kamp opgebroken, waarbij bleek dat de helft van het brood overgebleven was.
De zware bagage is 's middags door de heer Walvis naar Dordrecht gebracht(dank u,mijnheer Walvis), waar we na een vrij vermoeiende tocht om ca. 7 uur aankwamen.
Het kamp is volledig geslaagd. Namens de deelnemers dank ik de kampraad, J. Timmermans, W. Boer en D. Kamberg, voor de goede en vooral soepele organisatie.

K.Aaldijk.

U.F.O.

Dit is het eerste van een serie over "Vliegende schotels", waarin ik zo objectief mogelijk de mogelijkheden van het bestaan hiervan wil beschrijven.
Aangezien mijn kennis echter alles behalve universeel genoemd mag worden, houd ik me ten zeerste aanbevolen voor op- en aanmerkingen.

U.F.O. is de afkorting voor Unindentified Flying Object.Met deze naam worden alle "Vliegende Schotels" en aanverwante artikelen aangeduid. Het begrip "Vliegende Schotels" is ontstaan in 1948, toen een als zeer serieus bekend staand zakenman, Kenneth Arnold, met zijn vliegtuig in de buurt van Mount Ranier, Washington vloog. Vanuit zijn toestel meende hij vreemde schotelvormige voorwerpen te zien.
Sinds die tijd werd veel vaker melding gemaakt van "Vliegende Schotels", niet alleen door dwazen en studenten, maar ook door militaire- en verkeersvliegers, meteorologen en radarspecialisten.
Voor 1948 werden deze verschijnselen echter ook al waargenomen. Zo wordt bijv. in oude kronieken herhaaldelijk melding gemaakt van lichtende voorwerpen die geruisloos door het luchtruim zweven.
Ook in de tweede W.O. zijn door piloten lichtende voorwerpen waargenomen (Foo-jagers), die zij niet konden identificeren en als geheim wapen aan de vijand toeschreven.
Met gebruikmaking van moderne waarnemingsapparatuur worden nu zoveel voorwerpen waargenomen waarvoor men geen redelijke verklaring weet, dat velen die aanvankelijk het bestaan van vliegende schotels voor een belachelijke suggestie hielden, nu een wat meer afwachtende houding hebben aangenomen.
Op 8 april 1964 werd de eerste onbemande Gemini-capsule gelanceerd. Op de radarschermen verschenen met de Gemini vier onbekende voorwerpen, die de raket volgden en later met de capsule een volledige omloop om de aarde maakten. Dit is door twee ingenieurs die op Cape Kennedy werkzaam zijn, verteld aan Donald Keyhoe.
Keyhoe, oud-majoor, is hoofd van het N.I.C.A.P., het National Investigations Committee On Aerial Phenomena, een particuliere organisatie die alle U.F.O. waarnemingen registreert en onderzoekt. Het N.I.C.A.P. is een organisatie met ruim 6.000 leden waaronder doktoren, ingenieurs, militairen, enz. Volgens Keyhoe weten de militaire autoriteiten (van de V.S.) veel meer van "Vliegende Schotels" dan men wil toegeven. Men durft vlg. hem de gegevens niet vrij te geven uit angst voor paniek. Aanleiding voor deze voorzichtigheid zou het hoorspel zijn dat Orson Welles in 1938 heeft gemaakt van H.G.Welles' roman "The war of the worlds". Het hoorspel had de vorm van een reportage en vertelde over de landing van Marsmannen. Op vele plaatsen is toen paniek uitgebroken. Door de vele mensen die de grote steden wilden ontvluchten, zijn enorme verkeersopstoppingen veroorzaakt. Veel mensen pleegden zelfmoord.
Volgens verschillende U.F.O.-logen is de grote storing in de energievoorziening van New York begin dit jaar veroorzaakt door de overheid zelf, die de uitwerking hiervan op de bevolking heeft willen nagaan. (Voor zover mij bekend, is er nog steeds geen verklaring gegeven voor deze storing.)
Bij het militaire vliegveld van Dayton, Ohio, ligt het hoofdkwartier van "Project Bluebook", een militaire instantie die een onderzoek instelt naar U.F.O. waarnemingen.
Ook probeert men hier voor alle waarnemingen een aannemelijke verklaring te vinden.
In maart 1965 gaf "Project Bluebook" een rapport uit waarin U.F.O. waarnemingen vermeld werden uit de periode 1947-1964 (totaal 8908). 663 hiervan konden niet verklaard worden.
Ook het N.I.C.A.P. geeft regelmatig rapporten uit waarin hun bevindingen worden vermeld.
Zij komen tot de volgende conclusies.
De U.F.O.'s worden verdeeld in:
A. Moederschepen,zij bevinden zich op grote hoogte. Lengte 200-350 m. Snelheid (radarmeting) groter dan 14.000 km/u.
B. Schotels I doorsnede 30 m.
II doorsnede 15 m.
III doorsnede 20 cm.-1m.
I en II zullen doorgaans bemand zijn, dit heeft men uit hun bewegingen op kunnen maken. In sommige gevallen maken zij echter(evenals III) zulke plotselinge manoeuvres, dat niet verwacht kan worden dat levende organismen hiertegen bestand zijn. Snelheden tot 11.000km/u.
C. Sigaarvormige toestellen. Geringe hoogte. Uitlaatvlammen. Snelheid 14.000km/u.
D. Toestellen met rood-wit-groen roterende lichtbundel en vaste witte lichten. Snelheid 1600-2400km/u.

De U.F.O.'s zijn waarschijnlijk in staat de zwaartekracht op te heffen. Ze bewegen zich voort d.m.v. kernenergie. Hierbij maken zij gebruik van electromagnetische krachtvelden, die de werking van de electrische apparatuur van vliegtuigen die zich in hun onmiddellijke omgeving bevinden, kunnen verstoren (Oorzaak van het verongelukken van vliegtuigen die U.F.O.'s volgden).
De plaatsen waar O.F.O.'s het meest waargenomen worden zijn:

Fabrieken voor atoomenergie.
Kernproeven.
Luchtmacht-, marine-, raketbases.
Grote steden, vliegtuig- en wapenfabrieken enz.

Doel van hun bezoek:

De andere planeet vreest een invasie van de aarde.
Men vreest een kernoorlog op aarde.
Men heeft ons uranium nodig.
Men wil ons koloniseren.
Verkenning om ons t.z.t. in hun kring op te nemen.
Verkenning: periodieke controle.

Tot zover de "Hypothesen" van het N.I.C.A.P.

Technische mogelijkheden.

De aarde bestaat nu ca. 5 miljard jaar en pas in de laatste miljoen jaren heeft de mens zich ontwikkeld. De geschiedenis van de mens zoals wij die kennen, heeft zich echter pas in de laatste duizenden jaren afgespeeld.terwijl de moderne technische ontwikkeling weinig ouder is dan 500 jaar (Copernicus, Galileï).
Wat de mens na dit moeizame begin in deze vrij korte tijd heeft bereikt, is enorm.
Wanneer de menselijke ontwikkeling in de toekomst een voortzetting zal zijn van die in het verleden, zal zijn geestelijke ontwikkeling (ten koste van zijn lichamelijke ontwikkeling) een waarborg zijn voor verder wetenschappelijke vooruitgang.

Pithecantropus=aapmens Hersenvolume 860cc. 4-250.000 jaar geleden.
Sinantropus=China mens Hersenvolume 1075cc. 4-250.000 jaar geleden.
Pithecantropus en Sinantropus zijn variaties van dezelfde soort.
Homo neanderthalensis= primitieve mens. Hersenvolume 1100 tot1400cc. 150-75.000 jaar geleden.
Homo sapiens=moderne mens Hersenvolume 1300-1800cc.
(Het hersenvolume van mensapen varieert van 290-685 cc.)

Wanneer de mens zichzelf niet vernietigt en de zon geen kuren gaat vertonen, zal de mens in de komende tijd miljarden jaren die de aarde nog zal bestaan, ongetwijfeld prestaties leveren die onze fantasie verre te boven gaan. Aangezien het heelal ca. 10 miljard jaar oud is (schattingen hierover lopen nogal uiteen),moet het waarschijnlijk geacht worden, dat wanneer zich op meerdere plaatsen intelligent leven heeft ontwikkeld, het ontwikkelingspeil van dit leven op een bepaalde plaats bijv. 1 miljoen jaar verder is dan dat op aarde. En daar de mens nu al voorzichtige verkenningen in de ruimte onderneemt, zullen voornoemde intelligente wezens zeker al vele jaren ruimtereizen maken en net als de mens veel belangstelling tonen voor andere bewoonde planeten.

De afstanden in het heelal.

Omdat de afstanden in het heelal erg groot zijn en de max. snelheid die van licht is, meen ik dat de grote afstanden in het heelal één van de grootste bezwaren zijn tegen het bestaan van vliegende schotels.
Deafstand aarde-zon bedraagt 8,3 lichtmin(149,45 miljoen km.). Astronomisch gezien is deze afstand vrijwel nihil, maar toch is een normaal gesprek met iemand op deze afstand niet mogelijk zijn, omdat er steeds onderbrekingen zijn van 16 min.
De afstand tot de, na de zon, dichtstbijzijnde ster is 4,27 lichtjaren(Proxima Centauri).
De afstand tot de dichtstbijzijnde extragalactische spiraalnevel, Andromeda nevel, is 1,75 miljoen lichtjaren.Een afstand die met de huidige technische mogelijkheden niet te overbruggen is. Ik acht het niet uitgesloten dat met gebruikmaking van principieel andere vervoersmiddelen deze afstand wel overbrugd kan worden.(Da Vinci zou televisie onmogelijk geacht hebben, omdat hij voor verwezenlijking hiervan slechts mechanische methoden kende en niet op de hoogte was met electronica). Verder wil ik mij echter beperken tot ons bekende vervoerswijzen. Hoewel het heelal dus enorm groot is en er zich misschien op vele miljoenen plaatsen leven heeft ontwikkeld, is het de mens niet mogelijk contact op te nemen met verstandelijke wezens buiten ons melkwegstelsel. In ons melkwegstelsel is eveneens circa 99% van alle sterren te ver van ons verwijderd. Omgekeerd zullen deze wezens ook geen contact met de mens op kunnen nemen.

Enkele afstanden in lichtjaren:

Cantauri 4,3
Munich 15040 6,04
Wolf 8,14
Sirius 8,6
Procyan 10,5
Wega 26
Aldebaran 53
Betelgeuze 300

Het aantal betrekkelijk dichtbij gelegen sterren is zeer klein. De kans dat zich juist op één van deze sterren intelligent leven heeft ontwikkeld, is te verwaarlozen.

De speciale relativiteitstheorie.

Hoewel de meesten van u hiermee wel op de hoogte zullen zijn, wil ik er volledigheidshalve toch iets over zeggen. Volgens deze theorie is de lichtsnelheid de grootst mogelijke snelheid, omdat bij het bereiken van de lichtsnelheid de massa als gevolg van de reeds toegevoerde energie(E=Mc2) zo groot is geworden,dat voor een verdere versnelling oneindig veel energie nodig is. eveneens gaat volgens deze theorie de tijd bij het verlopen van snelheid door de vergroting van de massa steeds langzamer. Deze vertraging wordt veroorzaakt door de groeiende krachten, die als gevolg van de groter wordende massa bij verhoging van de snelheid de atomaire beweging vertragen. Ook is alle beweging relatief. Wanneer een auto over de weg rijdt, kan men ook zeggen dat de weg onder de auto door gaat. Aangezien wij echter alleen de aarde als onbeweeglijk ervaren, wordt dit nooit gezegd. In het heelal bevindt zich echter niet zo'n onbeweeglijk uitgangspunt.Een raket die onderweg is van bijv. de aarde naar Sirius,met een snelheid van bijv. 0,9 x die van het licht, kan men zich voorstellen als stilstaande,terwijl de weg aarde-Sirius zich onder hem voortbeweegt met dezelfde snelheid.
Nu wordt door de relativiteitstheorie ook nog een lengte-contractie voorspeld. De weg aarde-Sirius die zich met een snelheid van 0,9c. voortbeweegt,wordt hierdoor aanmerkelijk verkort.

L1 = L

L1=nieuwe lengte
L= oorspronkelijke lengte(8,6 lichtj.)
v= snelheid van het voorwerp=0,9c.
c=lichtsnelheid=1c.
L1=8,6 lichtj.

L1=8,6x0,3=2,58 lj.

Bij verder verhogen van de snelheid zou op deze wijze geredeneerd,iedere afstand in redelijk korte tijd kunnen worden afgelegd. Of dit later echter experimenteel bevestigd zal worden, waag ik te betwijfelen aangezien de weg aarde-Sirius principieel verschilt van de weg "Amsterdam-Haarlem".
Met de tijd is het al even vreemd gesteld, hiervoor geldt dezelfde formule. Wanneer een raket de aarde verlaat, kan men zeggen dat de raket stilstaat en de aarde zich van hem afbeweegt en dat dus ook de tijd op aarde vertraagd wordt. Vanaf de aarde gezien, beweegt de raket en wordt de tijd daar vertraagd.
Zo zijn er ook hiervoor vele mogelijkheden en ik neem aan dat de praktijk zal moeten leren, welke van deze mogelijkheden de juiste blijkt te zijn.
Vooreerst betwijfel ik echter of op de voor ons bekende manier op efficiënte wijze grote afstanden afgelegd kunnen worden.

De volgende keer wil ik ondermeer iets schrijven over:

Religieuse bezwaren tegen U.F.O.'s
Bacteriologische besmetting
Levensvoorwaarden
Levensomstandigheden binnen ons zonnestelsel.

K. Aaldijk.

De microscoop.

Op het ogenblik wordt op de H.C. de blik omhoog gericht naar het gesternte.Dit gebeurt gedeeltelijk door een instrument genaamd telescoop.Een tegenhanger van deze telescoop zou men misschien de microscoop kunnen noemen.
Immers,door dit instrument richt men de blik op het Kleine, op alles om ons heen wat te klein is om met het ongewapende oog op te merken.Dat is ook de reden,dat deze microscoop pas zo ongeveer na 1600 werd ontdekt.De cosmos boven ons, het heelal,werd reeds bestudeert door de Egyptenaren e.a.. Toch is de astronomie verreweg de populairste van de twee.Dat is de reden dat ik nu iets wilde vertellen over de microscoop en haar uitvinders.

De Romeinen kenden reeds het feit,dat geslepen glazen vergrotende werking bezitten,maar men bracht het niet in praktijk.

Anthonie van Leeuwenhoek sleep op een voor zijn tijd sublieme wijze zijn lensjes.Hij klemde deze lensjes tussen metalen plaatjes met een klein gaatje.Deze plaatjes maten ongeveer 45 bij 25 mm.,dus nogal klein.Achter het plaatje zat dan een haakje waarop men het object kon vastzetten.
Deze microscopen waren dus éénlenzig,wat men tegenwoordig een loupe zou noemen.Iedereen kent de loupes wel,in allerlei sterktes verkrijgbaar,tot een keer of twintig toe. Van Leeuwenhoek presteerde het echter in zijn vrije tijd (hij was geen vak-bioloog of -fysicus!) lenzen te slijpen tot een vergroting van zo'n 250 maal.Welliswaar moet gezegd worden,dat de lenzen gebreken vertoonden,maar tenslotte zijn dat kinderziekten,die van de afmeting van zijn prestaties niets afdoen.
Hij ontdekte dan ook in 1673 bloedlichaampjes en in 1683 bacteriën in de tandaanslag.Rustig op zijn stoel gezeten na het dagelijks werk,drong deze man door in gebieden die nog nooit iemand had gezien of zelfs maar vermoed. In het water van de sloot ontdekte hij een massa kleine diertjes van fantastische vormen en kleuren.
Nauwkeurig noteerde hij zijn ontdekkingen en hij rapporteerde ze aan een college van geleerden in Londen.
Aanvankelijk schonk men geen geloof aan zijn beweringen: volgens de opvattingen van die dagen waren ze per slot van rekening volkomen ongerijmd en zeker als iemand, die lakenhandelaar was en geen latijn kende, dat beweerde. Toch werd hij na zijn erkenning opgenomen als lid en werd bezocht door de grootste geleerden van zijn tijd, wat toch wel de opzienbarendheid van zijn ontdekkingen illustreert. Er waren echter nóg een aantal mannen nodig om de microscoop zo te vervolmaken, dat de tegenwoordige microscoop werd bereikt.
De microscoop van Hooke, een Engelsman, werd het prototype voor de tegenwoordige microscopen; deze was meerlenzig en er werd door een lens lichtconcentratie toegepast (condensor).
Francois Beeldsnijder construeerde het eerste achromatische objectief. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Al deze ontdekkingen zijn op zich, staaltjes van kunde, inzicht en doorzettingsvermogen.

Al deze ontdekkingen hebben geleid tot de moderne microscoop. We hebben nu microscopen met een lichtlenzenstencil, die feilloos vergroten tot 25000 maal. Nog grotere vergrotingen verkrijgen we door de elektronenmicroscopen, die op het ogenblik reeds honderdduizenden malen vergroten en deze microscopen zijn nog steeds voor aanzienlijke verbeteringen vatbaar.

Dit omvat dus zeer in het kort de geschiedenis van de microscoop.

F. v. Vugt.

Afdelingnieuws HOUTBEWERKING.

Met het maken van de werktafels voor de afdeling is inmiddels begonnen. Ze worden tussen de spantbenen gemaakt. Verder zullen en één of twee losse werkbanken komen van zwaarhout (ongeveer 80 cm. hoog, 1,5 m. breed en 2m. lang; de houtzwaarte van het hiervoor te gebruiken hout is 5x15cm. ).
Voor de afdeling zal worden geprobeerd verscheidene series complete timmermansgereedschapsetten aan te schaffen. Deze series zullen ieder bestaan uit: één klauwhamer, één kruishout, één winkelhaak, één blokschaaf, twee zagen ( 1 kleine en 1 grote) en ongeveer 6 steekbeitels van verschillend maten (van 3 tot 20 mm.).
Er is al een cirkelzaagbank klaar. Ook is er een speciale boorinstallatie voor het maken van gaten, o.a. voor pen-en-gatverbindingen.
Er is al een behoorlijke voorraad vurehout aanwezig voor het maken van verschillende werkstukken.
De verschillende soorten hout zullen pas gekocht kunnen worden als het gebouw klaar is. Er zal o.a. beukehout, grenehout, eikehout en mahoniehout komen. Verder komt er multiplex, triplex, hard- en zachtboard.
De maquette, die al voor een deel klaar is, kan verder afgemaakt worden, hiervoor is nog hout genoeg. Daarna zal de maquette ingericht worden. Er zijn al ongeveer 100 stoeltjes klaar, maar er moeten nog o.a. tafeltjes gemaakt worden. Als er leden belangstelling hebben om de maquette verder af te maken, kunnen ze zich melden bij de instructeur van de afdeling houtbewerking, die hun er verder mee zal helpen.

Hans v.d. Wiel.

Nieuws v.d. afdeling Astronomie.

Onze afd. draait goed, dat is vooral te merken aan de volgende resultaten: een bouwvergunning voor de bouw van de Hobby-Club-Sterrenwacht, dit was in ongeveer een maand voor elkaar. Het tweede opmerkelijke resultaat was een 15 cm. spiegelreflectortelescoop. Dit werkelijk fantastische instrument, dat we van de vroegere voorzitter van de Hobby Club Almelo kregen, is werkelijk zeer geschikt voor onze afdeling. De spiegel is door een kijkerbouwer uit Almelo geslepen. Wat occulairen en volgkijker betreft, deze zijn van Zeiss optiek. De telscoop staat op een statief en is zo opgesteld dat de kijker gelijk met de sterrenhemel loopt. De zonsverduistering van 20 mei is hiermee een groot succes geweest.

Wim Boer.

Afdeling Biologie.

Wanneer er voldoende belangstelling voor blijkt te bestaan, ben ik van plan binnenkort een afdeling Biologie op te richten. De activiteiten kunnen ondermeer het volgende inhouden.

Het vervaardigen van microscopische preparaten.
Het doen van proeven op levende dieren, echter zo dat men geen bezwaar tegen deze vorm van vivisectie kan hebben. B.v. het onderzoeken van de reflexen van dieren die met alkohol zijn behandeld.
Bovenstaande punten zouden met behulp van chemici en radio-technischi uitgevoerd kunnen worden.
Ook zou men vlinders en kevers kunnen kweken en hierbij erfelijkheids proeven doen. Verschillende diersoorten kan men prepareren ( droog of op vloeistof). Men kan herbaria en spore-foto's maken. Door de leden van de afdeling Artistieke Hobbies zouden carbon afdrukken en spatwerk van bladeren, bladskeletten en bloemen gemaakt kunnen worden.
Buiten deze zijn er natuurlijk nog vele andere mogelijkheden.
Belangstellenden worden verzocht zich met mij in verbinding te stellen.

Kees Aaldijk.

PLASTICS.

Om dit stukje volledig te kunnen begrijpen, is enige kennis van scheikunde noodzakelijk. Dit behoeft echter niemand af te schrikken, als je er niet meer uitkomt, is een lid van de afdeling Scheikunde of de instructeur wel bereid al je vragen te beantwoorden.

Plastic is tegenwoordig een naam die aan allerlei kunstmatig gemaakte producten gegeven wordt. We onderscheiden twee grote groepen: de thermoplastische, die bij verwarming week worden en bij afkoeling weer verharden, en de thermohardende, die bij verwarming niet week worden. Thermoplastische plastics zijn bijvoorbeeld polytheen, polyvynilchloride(PVC), polystyreen; thermohardende onder andere het bekende bakeliet, één van de eerst gemaakte plastics, genoemd naar zijn ontdekker, de Belg Baekeland.
Plastics worden op vele manieren gemaakt, maar het komt feitelijk neer op twee grondmethoden: polymerisatie en condensatie. Ik zal in het kort proberen te laten zien wat er gebeurt.

A. Polymerisatieplastics.
Hierbij wordt een onverzadigde verbinding door verwarming, drukverhoging en dergelijke maatregelen onder invloed van versnellers (katalysators) tot een plastic gemaakt. Uit vele kleine moleculen ontstaat één groot molecuul. De reactie verloopt, doordat de dubbele binding die iedere onverzadigde verbinding bevat, openspringt en de vrijgekomen bindingen zich verbinden met overeenkomstige vrije bindingen van andere moleculen. Bij etheen (C2H4), dat in de aardolieindustrie gewonnen wordt, gaat het zo:

De stippen zijn de vrije bindingen. Omdat ze niet kunnen blijven bestaan, reageren ze met die van de buurmoleculen: 


Er is nu een molecuul ontstaan dat twee keer zo lang is, maar dat nog steeds twee vrije bindingen heeft. Het zal dus kunnen doorreageren met nog meer moleculen met vrije bindingen, zodat er een heel lang molecuul ontstaat, voorgesteld door: waarin n een groot getal voorstelt.

 

De ontstane verbinding is polytheen. Evenzo wordt PVC gemaakt uit vynilchloride (dat is H2C=CHCl) en polystyreen uit styreen monomeer (dat is H2C=CH-C6H5).

Uiteraard is het ook heel goed mogelijk om mengsels van onverzadigde verbindingen te laten polymeriseren. Zo maakt men een soort kunstrubber, in Duitsland Buna-S genoemd, uit styreen en butadiëen (dat is H2C=CH-CH=CH2) een verbinding met twee onverzadigde bindingen.

B. Condensatieplastics.
Deze meest thermohardende plastics worden meestal gemaakt uit verzadigde verbindingen onder afsplitsing van kleine moleculen, zoals H2O en NH3. Hiertoe behoren bakeliet, nylon en andere "kunstvezels". Er zijn vele soorten kunstvezels met allerlei fantasienamen. De reactie voor het maken van nylon gaat als volgt: Men gaat uit van de grondstoffen hexamethyleendiamine (1,6-diaminohexaan) dat is H2N-(CH2)6-NH2 en butaandicarbonzuur-1,4 dat is HOOC-(CH2)4-COOH. Onder afsplitsing van water reageren een NH2-groep en een COOH-groep met elkaar: …..NH2+HOOC….-H2N…NH-C-O-…COOH-
Er ontstaan weer langere moleculen met aan het ene eind een COOH-groep en aan het andere eind een -NH2-groep. Deze moleculen zullen dus weer op dezelfde wijze kunnen doorreageren tot heel lange ketens.

C. Andere plasticsoorten zijn de polyesterharsen, die door polymeisatie uit esters ontstaan. Esters zijn verbindingen, gemaakt uit organische zuren en alkoholen. Ook polyesters gemaakt uit ethers worden vervaardigd (schuimplastics), terwijl combinaties van thermohardende en thermoplastische plastics ook steeds meer "in" raken. De toepassingsmogelijkheden voor plastics zijn legio, je komt ze overal tegen. Een bijzonderheid wil ik nog vermelden: Het is algemeen bekend dat plastics goede isolatoren zijn. Het moet de Amerikanen echter gelukt zijn een plastic te vervaardigen dat de stroom beter geleidt dan elke tot nog toe bekende geleider. Hierbij wil ik het voor deze keer laten. Eventuele vragen aan de afdeling Scheikunde richten.

Dick v.d.Knaap.

PUKS PEINS PAGINA.

In de volgende Hobby Pucks zullen evenals in deze twee vraagstukken staan. Voor ieder van deze vraagstukken kan men 10 punten krijgen,wanneer ze goed zijn opgelost. Wie aan het eind van het jaar de meeste punten heeft verzameld krijgt een boekenbon van flinke waarde.

Je kunt dus ook je antwoord insturen wanneer je een van de twee opgaven niet kunt oplossen.

De oplossingen moeten gestuurd worden naar:

Nassauweg 64, Dordrecht.

1. We spannen een touw om de zon, zodat dit strak om de zon loopt.
Dan maken we het touw een meter langer. We kunnen het touw nu oplichten zodat weer een cirkel van strak gespannen touw ontstaat.
Nu nemen we een voetbal en leggen hieromheen een touw, we maken het weer een meter langer en lichten het weer op zodat weer een cirkel wordt gevormd geheel los van de voetbal. Bewijs nu dat de afstand van het oppervlak tot de zon tot een meter langer gemaakte touw gelijk is aan de afstand van het oppervlak van de bal tot het daaromheen gebonden touw.

2. Achilles en de schildpad.
--------------------------

Achilles loopt tien meter per seconde en de schildpad 1 meter per sec.De schildpad krijgt 1o meter voorsprong en ze gaan om het hardst lopen.
Na de eerste seconde heeft Achilles de schildpad ingehaald op die tien meter voorsprong en de schildpad is een meter verder gekomen. Na 0,1 sec. heeft Achilles die meter afgelegd en is de schildpad 0,1 verder.
Na 0,01 sec. heeft Achilles die 0,1 meter en de schildpad 0,01 meter afgelegd, die door Achilles in de volgende 0,01 sec. wordt afgelegd.
Na hoeveel tijd (exact) heeft Achilles de schildpad ingehaald?

VEEL SUCCES, KEES AALDIJK.